Dagboekdelen 63 Wereldvreemd

Het is koud, maar zonnig. Dani heeft een model nodig en neemt mij mee naar het Haartheater in Amsterdam. We reizen met de bus en daarna met de tram. Lijn vierentwintig zit volgepakt met reizigers. Een drietal mannen staat voor ons. Eén van hen draagt een wollen witte muts met kwasten die langs zijn ongeschoren gezicht zweven. De achterste van het drietal draagt paars fluwelen mocassins zonder sokken. Ik ril bij de aanblik van de blote, witte huid.

Achter ons zit een donkere vrouw. Ze voert op luide toon enkele werk gerelateerde gesprekken.
‘Hallo Marjan, ik had zojuist Joyce Blij aan de lijn. Ik sta de hele dag in Zuid. Hmm,hmm.. tot vier uur… Ja, ik zit vol tot eind april… Je weet dat ik altijd die goodiebags weggeef. Zeg, wat is je bh maat?’
Ik kijk Dani aan. Ze lacht en haalt haar schouders op.

We rijden langs het Leidsche Plein, ik tuur naar de winkeltjes, de voorbijlopende mensen.
De tram stopt, de drie mannen stappen uit en een jonge vent, gehuld in een zwart vest met hoodie, stapt in. Zijn gezicht zit bijna volledig verscholen in de stof van de muts, zodat ik slechts de ogen zien kan. Donkere, doffe ogen.
Bah, stel dat hij een terroristische aanslag pleegt in deze tram, denk ik. Dat zou toch kunnen? Precies op de dag dat ik hier ben. Dani draait zich onbewogen naar opzij, niet gehinderd door dergelijke doemgedachten.

Dan zijn we op de plaats van bestemming. De donkere vrouw achter ons stapt ook uit, nog altijd bellend. Dani wordt vandaag getraind door ene Oliver, een getatoeëerde roodharige magere man met bril, afkomstig uit Manchester, niet te verwarren met de dikke, voedsel jattende hond van de baas, eveneens genaamd Oliver. Mijn dochter tracht wat Engelse zinnen uit te wisselen met de Engelse trainer, en hij vertrekt geen spier bij het horen van de letterlijke vertaling van sommige Nederlandse woorden naar het Engels.

Hij spreekt zelf enkele woorden Nederlands en kijkt met een bedenkelijke blik naar mijn droge,vlassige haar met highlights. Dat is in, een scalp met blonde plukken.
Carina appt. Haar oog is ontstoken. Ze denkt te weten waardoor het komt.
‘Hoe dan?’ vraag ik, wachtend op Dani, die overlegt met Oliver.
‘Ik denk dat Peter me besmet heeft,’ antwoordt ze.
‘Had hij dan een ontstoken oog?’
‘Nee, maar eeh, ik heb mijn handen niet gewassen. Snap je?’
Ik snap het en zie Carina voor me, met Peter’s jonge heer in handen.
‘Bedankt,’ stuur ik terug.

Dan valt mijn oog op de krant.
‘Sinterklaas moest dood. Justitie onderzoekt schokkende oproep tot moord.’ Dani staat achter me.
‘Moet Sinterklaas dood?’ leest ze mee. Ze zucht en neemt een schaar. Een andere collega komt naast ons staan. Zijn donkere haar krult en hij draagt een baard.
‘Wat ga je hier mee doen?’ vraagt hij, een lok van mijn haar in de hand nemend.
‘Hooi wordt nooit meer gras tenslotte.’ Ik grimas.
‘Fijn.’

Dit bericht werd geplaatst in Algemeen door NicoleS . Bookmark de permalink .

Over NicoleS

Door veel te lezen word je een betere schrijver. Joost Zwagerman was ervan overtuigd. Ik houd van lezen maar ook van schrijven. Ik ben bij column x terecht gekomen dankzij mijn lieve vader die hier jaren columns geschreven heeft. Kees Schilder is zijn naam. Ik hoop evenveel plezier te beleven aan het schrijven als hij. Favoriete schrijvers: Gerard Reve, J.J Voskuil, Maarten 't Hart, Adriaan v Dis, Arnon Grunberg, WF Hermans, Simon Vestdijk, Louis Bordewijk en Jean Plaidy. Favoriete boek: Het bittere kruid, Marga Minco.

2 gedachten over “Dagboekdelen 63 Wereldvreemd

Geef een reactie