Voor de rokers:
Het is gedaan. Het is voorbij. Het tijdperk van roken in het openbaar is na dit weekend ten einde. ‘Heb je een vuurtje voor me?’ zul je nooit meer horen in de kroeg. Dat sigaretje na het diner in een restaurant, vergezeld van een kopje koffie. Voorbij. Iedereen is zo blij dat ze na een avond stappen hun kleding niet meteen hoeven te wassen nu er niet meer zo’n rooklucht hangt. Dat de kleding nog steeds ruikt naar het zweet en andere lichaamsgeuren, wordt voor het gemak maar even vergeten.
Natuurlijk is het beter voor het personeel dat in de horeca werkt om een rookvrije werkplek te hebben. (Dat een groot deel van het horecapersoneel zelf ook rookt, is natuurlijk geheel terzijde) Natuurlijk is het ongezond om te roken. Net zoals meeroken trouwens, hoewel het bewijs daarvoor eigenlijk nihil is. Dé reden om het rookverbod van kracht te laten gaan is dat onze regering horecapersoneel rookvrij wil laten werken. Tja.

Het is natuurlijk wel fijn voor mensen om een zondebok of een groep te hebben waartegen ze zich kunnen afzetten. Nu zijn het de rokers. Over een aantal jaar komt alcohol aan de beurt. Beperken, natuurlijk, want je moet als overheid het roken en drinken niet téveel aan banden leggen want je zou toch eens inkomsten mislopen door accijns. Als niet-roker hecht je waarschijnlijk geen enkele waarde aan bovenstaande en toegegeven; het is ook borrelpraat met het niveau van een verjaardagsfeestjesdebat.

Want roken ís nou eenmaal ongezond. Er vallen inderdaad jaarlijks doden door. Maar ik heb het nu niet over regels of wettelijke en medische redenen om roken in de ban te doen, maar over een gevoel. Nostalgie naar tijden dat mensen misschien naïever waren, of zich zo voordeden. Want dat roken schadelijk is, wisten de nazi’s zelfs al, die er alles aan deden om roken in openbare ruimtes te verbieden. Dat het juist de Amerikanen waren, tegenwoordig dé antirokersfundamentalisten, die Europa na de bevrijding weer aan de sigaret hebben geholpen is natuurlijk ironie ten top. Maar dat terzijde.

Het gevoel van vrijheid om een sigaret op te kunnen steken waar en wanneer jij dat wil. Dat is weg. Laten we hopen dat het bij roken blijft. Dat straks niet, zoals bij het roken, door één of ander flinterdun bewijs de alcoholconsumptie wordt verboden (meedrinken is schadelijk!). Of bellen met je GSM (meebellen is schadelijk!). Of TV kijken.

Ik stap het café binnen. In de hoek staan mannen een potje pool te spelen. Aan een tafeltje zit een meisje. Ze heeft een sigaret losjes tussen haar dunne vingers. Zo nu en dan neemt ze een trekje en knijpt haar ogen samen. Haar gezicht licht zachtjes op door de smeulende sigaret. Dan tuit ze haar lippen en blaast ze zachtjes de rook uit. Door de rookpluimen zie ik hoe haar ogen op mij gericht zijn. Als een gebaar van stilzwijgend onderling besef haalt ze een sigaret uit haar pakje en biedt hem aan. Vuur heeft ze niet, maar de barman heeft zijn aansteker al in de aanslag…

Dit weekend steek ik voor het laatst een sigaret op in de kroeg. Vanaf volgende week voortaan buiten staan, ook prima hoor. Zo ben ik dan ook wel weer. En noem me een romanticus, Maar vanavond geniet ik er van.
Voor de laatste keer.

P.s.
Voor de niet-rokers:
Hoera! Het rookverbod is hier! Hulde en driewerf hoera! Geniet ervan!

Ps. 2:
Maar was je kleren wel even na het stappen, en spuit wat extra deodorant op, want ik heb geen zin om de hele avond in jouw vieze, penetrante zweetgeur te moeten staan.


6 reacties

SIMBA · 4 juli 2008 op 08:28

Ja, wat zal het gaan stinken in de kroeg, die rooklucht camoufleerde de lichaamsgeurtjes!

Dees · 4 juli 2008 op 10:05

Dat heb je mooi geschreven Fjag, de hypocrisie en de nostalgie en dat in één lekker lopend, mooi stukje.

Ik ben al vier maanden gestopt, maar heb nog wel een afscheidspeukje in de horeca gerookt. Straks volgt het bewerken van films en foto’s om de gehate sigaret weg te geschiedvervalsen.

Sja.

[img]http://cinema.concordia.ca/wscreen/images/dietrich.jpg[/img]

Neuskleuter · 4 juli 2008 op 11:14

Het is een leuk, lekker lopend stuk. Ik vind het alleen wat vreemd dat je van een algemeen stuk bij de start op het einde toch overspringt naar een ik-verhaal. Het had misschien wel gekund als de een na laatste alinea de inleiding zou zijn, waarbij de laatste alinea het slot kan zijn om het verhaal weer rond te bouwen.

De P.s. had van mij ook niet gehoeven, maar vooral de tweede lijkt me erg waar. Dat vertelden studenten uit Zweden al, die hier blij waren de sigarettenrook te ruiken. Dan hoefden ze geen zure zweetgeuren te ontwijken 😉

arta · 4 juli 2008 op 15:06

Mooi neergezet!
🙂

Troy · 4 juli 2008 op 17:04

Ik sluit mij aan bij Dees. Mooie column en ook ik denk (nu al) met weemoed terug aan de tijd dat er nog gerookt mocht worden in de kroeg.

En..ondanks alles staat roken soms best sexy :p

[img]http://www.lesliehawes.com/wordpress/wp-content/uploads/2008/01/marilyn-monroe-smoking-2.jpg[/img]

KawaSutra · 4 juli 2008 op 17:43

Ik heb me al een keer vergist in de kroeg. Zonder nadenken een peuk opgestoken. Nou ja, op het werk ben ik er uiteindelijk ook aan gewend. Alleen ontwijk ik wel de vrijdagmiddagborrel. Bier zonder peuk is als appeltaart zonder slagroom.

Geef een antwoord