Mijn straat uitlopend, passeer ik het huis van mijn overbuurvrouw. Ze zit op een bankje voor haar huis. Ze is een jaar of veertig en vertelde mij ooit dat ze bang is geen aansluiting te zullen vinden bij deze nogal ‘volkse’ buurt. Daarom zette ze een Scandinavisch bankje in haar voortuin. Dat zou, komende van een ‘conversation starter’ zoals zij zichzelf noemde, een signaal aan de buurt zijn, dat ook zij zich best kan aanpassen aan eenvoudigere gesprekken.

Ze zit er wat verloren bij. Als een ontevreden, leeg biervat op de vroege zondagochtend. Dan heb je een beetje een idee in welke richting je moet denken.
“Alles goed?” vraag ik in het voorbijlopen.
“Niet echt,” antwoordt ze.
Bijna wil ik, ‘super’ antwoorden omdat ik er automatisch vanuit ging dat ze, ‘ja hoor, prima’, zou antwoorden. De standaard reactie op zo’n politiek correcte en quasi geïnteresseerde vraag. Zodat ik weer onbekommerd, omdat ik weer aan mijn sociale plicht heb voldaan, mijn weg had kunnen vervolgen.

In plaats daarvan, stop ik en zeg: “dat klinkt als een vrouw die net van het dak is gesprongen.”
“Nou, voorlopig gaat het nog enigszins goed want ik vlieg nog,” antwoordt ze gevat. “Maar goed, Ik kan het net zo goed vertellen,” zegt ze. “Ik heb een burn-out. Ik werk al drie weken niet meer. En dat komt omdat ik er tegenop zie dat alle corona-maatregelen weer worden afgeschaft.”

Oké, even serieus en kort samenvattend: Hier zit dus iemand buiten in haar badjas, op blote voeten, in de regen, op een Scandinavisch bankje van IKEA die wil dat de corona-maatregelen blijven bestaan. Uit welk demonisch schilderij van Jeroen Bosch zou deze vrouw zijn losgebroken.

“Ik krijg het benauwd van dat vooruitzicht,” vervolgt ze. “Mijn handen worden helemaal klam als ik eraan denk dat ik bij elke verjaardag, begrafenis of jaarwisseling weer iedereen drie zoenen moet geven. Daar ga ik van hyperventileren. Of dat iemand op een verjaardag, in een overvolle kamer, vlak naast je zit. Daar krijg ik bij voorbaat al uitslag van. Zo vind ik het ook heerlijk om geen handen te moeten geven.”
“Zo erg is dat toch niet? Dat is toch gewoon het oude normaal?” probeer ik haar op te beuren.

Ze kijkt mij nu met vlammende ogen aan. De haren in verwarde slierten heen en weer slingerend. “Oude normaal?” stuift ze op. “Abnormale normaal, zul je bedoelen. Stel je voor; je komt een kamer binnen op een verjaardag en ziet een vent uit het toilet komen waarvan je wéét dat hij zijn handen nooit wast na het plassen. En dat je zo’n viezerik nu weer gewoon een hand moet geven. Gadverdegadver. Dan ga je toch spontaan over je nek? Of dat je op een festival tussen al die uit hun bek stinkende en zwetende festivalgangers staat. Alleen bij het denken eraan begin ik al onbeheerst te ademen. Anderhalve meter? Mag het ook zeven meter zijn?”
Ze barst in tranen uit.

Gelukkig komt op dat moment een vriendin aanlopen, die zich over haar ontfermt en haar mee naar binnen neemt. Waarmee mijn spreekwoordelijke onhandigheid, op het gebied van het managen van een emotionele crisis bij vrouwen, nog maar eens een keer onderstreept wordt, maar dit geheel terzijde.

Wanneer ik na een paar uur weer thuiskom, tref ik mijn hoogbegaafde buurman oom Jort aan in zijn tuin. Ik vertel hem het onverwacht heftige verhaal van onze, zelfbenoemde, ‘ conversation starter’ van wie ik dacht dat het een, weliswaar semi-koekie persoon was, maar wel altijd opgewekt.

“Zo je maar weer, amice. Het is evident dat als je maar diep genoeg graaft, het altijd wel een keer gaat stinken.”
Fascinerend hoe graag oom Jort altijd ‘evident’ zegt. Het is alsof hem dat anderhalve meter langer maakt en zijn beweringen onherroepelijk…

Categorieën: Overig

van Gellekom

Observeren, zelfspot, humor. En niet persé in die volgorde, bepalen mijn NU moment. Kortom; I love my cat, as much as I love you..

0 reacties

Geef een antwoord