Rookverhaal 16: Einde rook

Weemoedig neem ik afscheid van mijn laatste rook. Rook is niet meer. Raar hoe je vertrouwd kunt raken met al die schrijfsels. Als ik naar mijn handen kijk, vind ik daar ook geen rook meer terug. Zelfs de rook in mijn hoofd is verdwenen. Geen rookspinsels meer, slechts kringen lucht. Natuurlijk heb ik af en toe gezondigd tijdens mijn 16 verhalen. Geheelonthouding bleek niet aan mij besteed.

Rookverhaal 15: Eindejaarsrook, potters en eurokits

Ja, daar waar vuurwerk is is rook. Angst en beven in de straat, op het doek, allemaal rondom een vuurbeker. Uilen in de nacht. Heilige Potter, wie kent hem niet? In zwart gehuld, welhaast levensgevaarlijk, brokken achter in de keel, geeft uiteindelijk lucht. Kleine bolletjes uit een zwarte doos, moeilijk toegankelijk, … deksels! Gevaarlijke panter verguld op blik, strijdend om de eer met zwarte trekdrop en witte King, Lions king. Heet op de tong, managerssnoep, rokersdrop, uitgehoest.

Rookverhaal 14: Zalziviar en uitgeperste kanaries

“Het is zondag morgen. Ik ging met mijn bootje de stille oceaan op. Maar opeens kwam er een storm op zee mijn boot sloeg om en ging stuk. Ik dreef in de oceaan. Ik zag een eiland en zwom erop af en ik zag een bord met in heroglieven geschreven ONBEWOONT EILAND ZALZIVIAR. Ik zwom naar het strand van zalziviar ik was uit gehongert. Ik schudde aan een kokosnotenboom maar toen ik dacht dat er een kokosnoot uit viel viel er een zak toffees uit de boom.

Hondsdagen en katjesdagen

[i]Een co-column geschreven door Mien hond en Dorus kat (alias Kobus).[/i]

Als hond heb ik een hondenleven. Dat stemt mij tot droefenis. Ik zou liever een kat zijn. Katten hebben maar liefst zeven levens. Oké, daar zal vast wel één hondenleven bij zitten, maar dan blijven er toch nog zes over. Katten maken van hun leven één grote kattenkermis. In de kattenkroeg drinken zij bier uit grote kattenpullen en als ze er genoeg op hebben klinkt uit diezelfde kroeg, juist ja, kattenmuziek.