Hartzwart

De sombere kunstenaar roerde zijn kwast voor de negenhonderddertigste keer door de grote plastic emmer. De emmer waar voorheen mayonaise had ingezeten liep haast over. Hij kreeg het niet voor elkaar de zwarte hartverf uit de emmer te krijgen. Telkens gleed deze van zijn kwast. Hij wilde eenvoudigweg niet blijven Lees verder

Wandelstokoud

Het was nog maar net dat de zon opkwam. Met mijn wandelstok sloeg ik hem murw. Ik voelde me wandelstokoud. Hij blindeerde mijn ogen, de rotzon. Ik voelde de stralen tintelen op mijn netvlies. Waarom deed ik ook mijn ogen open? Dom, dom, dom. Hij bleef echter plagen. Weigerde te Lees verder

Suikeroom

Ik heb een suikeroom en hij woont in Marokko. Hij komt alleen naar Nederland als het suikerfeest is. Dat is dus met mijn verjaardag in januari, met Carnaval, met Pasen, met Koningsdag, met Pinksteren, met de grote vakantie, met Halloween, met Kerstmis en ook nog met Oudjaarsavond. Mijn oom is Lees verder

Hartendief

Een klein engeltje loopt midden in de nacht langs de grachten van Madurodam. Als een dief in de nacht. Zijn vleugels heeft ie achter op zijn rug stevig tegen elkaar gebonden. Hij wil niet herkend worden. Over zijn engelenhaar draagt ie een grote pet. Het past er allemaal maar net Lees verder