Sommige nummers van ‘good old country boy’ John Denver roepen bij mij direct herinneringen op aan mijn jeugd op de boerderij van mijn ouders. Daar gebeurde altijd wel iets en soms liep het wel eens uit de hand.

Met mijn broer zit ik in de keuken wat te buurten en naar buiten te kijken als Martien, de zoon van de buurman, druk gebarend het erf komt opgerend. Met een “nondeju …” vliegt de deur open. Met nondeju begint Martien eigenlijk altijd als bij ons komt binnenvallen. “Nondeju, de vérrekes zin losgebroke. Kom ’s hellepe!” Dat is alles wat hij zegt. Meteen draait hij zich om en is alweer weg. Voor ons is de boodschap duidelijk. Als één man stormen we direct achter Martien aan. Met het geluid van onze klompen op het asfalt kondigen wij de komst van de hulptroepen al aan. Zodra we op het erf van de buren aankomen, zien we Martien en zijn broer paniekerig achter de losgeslagen varkens rennen. De beesten bewegen zich van hot naar her en zijn in alle staten. Mijn broer roept tegen mij: “Hier blieve stoan, dan joage wai ze wer in ‘t hok.” Ik blijf staan op de plaats waarvan mij gezegd is dat ik moet blijven staan. Plotseling komt die hele kudde wilde beesten recht op mij afgerend. Snel spring ik opzij, om het vege lijf te redden. De varkens passeren mij en vluchten de achtergelegen boomgaard in. Mijn broer komt woedend naar mij toegelopen en geeft mij een wats om de oren. “Ge had ze moete tégehaauwe!’ snauwt hij. Ik word woest, raap vloekend een steen van de grond en maak een dreigende beweging. Mijn opponent van dat moment bedenkt zich geen twee keer en vlucht van mij weg. Om te laten zien dat ik niet met mij laat spotten gooi ik hem de steen achterna en raak mijn broer daarmee vol op het hoofd. Nu zijn de rapen gaar. Briesend draait hij zich om en komt voor de tweede keer op mij afgerend. Ik kies eieren voor mijn geld en het hazenpad naar huis. De angst voor mijn doorgedraaide bloedverwant geeft mij vleugels. Het is de enige keer in mijn leven dat ik mij kan herinneren dat ik harder heb gerend dan mijn broer. Thuis aangekomen dender ik met geweld de keuken binnen waar mijn ouders aan tafel zitten. Snel verschuil ik mij achter vader, mijn steun en toeverlaat in bange dagen. Hij kijkt mij verbaasd van over zijn schouder aan. Dan komt mijn broer binnen met zijn hoofd helemaal rood van het bloed. Moeder schrikt zich bijna een hartverzakking en vader springt overeind, als door een wesp gestoken. Hij schopt mij zo hard onder mijn kont dat het mij duizelt. “Noar bove gai, en ge komt voorloapig nie mer beneê!” schreeuwt hij.

Nog geheel van slag door het hele spektakel van zojuist, plof ik neer op mijn bed. Gelukkig valt het mee met de gewonde. Nadat ik een uur op bed heb gelegen, hoor ik mijn broer onder aan de trap roepen: “Gerard, Martien is hier, en waai gon visse. Goade mee?”

Categorieën: Algemeen

G.van Stipdonk

Gerard van Stipdonk. Mijn motto: Wie schrijft die blijft.

10 reacties

Esther Suzanna · 14 juli 2015 op 17:56

Heerlijk verhaal. Die taal ook..boers?

Wat een fijne jeugd, althans, ietwat explosief maar iig wel vergevingsgezind 🙂

    g.van stipdonk · 15 juli 2015 op 19:53

    Bedankt voor deze heerlijke reactie. en tja, opgroeien op een boerderij, daar gaat toch niets boven, denk ik achteraf wel eens. Ik heb er tenminste goede herinneringen aan overgehouden. Heb alweer een volgend (boeren) verhaaltje in de pijplijn zitten. En die taal, die gebruik ik nog dagelijks (zonder te vloeken dan.)

Yfs · 15 juli 2015 op 11:31

Zoals je het dialect hebt geschreven ( wat best lastig is)
kun je niet anders dan het hardop lezen, en dan wordt het nog leuker.

Mooi staaltje broederliefde neergezet Gerard! :yes:

Door de herinnering in de tegenwoordige tijd te schrijven komt het extra sterk over!

    g.van stipdonk · 15 juli 2015 op 20:02

    Hartelijk dank voor de opbouwende feedback. Thuis zouden ze zeggen: Dè hedde ge goe dedoan, jonge!

arta · 15 juli 2015 op 12:05

Ah, mooi nostalgisch stuk!

    g.van stipdonk · 15 juli 2015 op 20:03

    Tja, zal de leeftijd zijn, en het zit een beetje in de aard van het beestje. Bedankt!

Nachtzuster · 15 juli 2015 op 23:29

Graag gelezen, G. Zo gaat het in vele gezinnen , denk ik. Herkenning ten top dus. Hoewel ik hoop dat er niet teveel met bakstenen wordt gesmeten. 😉 Het dialect: Brabants of Achterhoeks?

    g.van stipdonk · 16 juli 2015 op 18:12

    Nee, er werd ook wel eens met modder gesmeten. Mooi dat het zo herkenbaar is. Het dialect is wel degelijk Brabants.

Ferrara · 16 juli 2015 op 11:07

Mooi beschreven. Kost geen moeite om het tafereel al lezend te zien. De kleine Stipdonk oog in oog met aanstormende varkens.

    g.van stipdonk · 16 juli 2015 op 18:15

    Fijn dat het beeld dat ik probeer te schetsen zo goed overkomt. Dank je wel, mede namens mijn broer.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder