Juist op het moment dat de man naar buiten gaat om zijn krantje uit de brievenbus te vissen, komen daar de buurvrouw en haar volwassen zoon aangewandeld. Buurvrouw strompelt een beetje. “Och buurman, heb ik me gisteren toch m’n enkel verzwikt en nu slaat hij weer om,” begint madam te klagen. De man slikt, want buurvrouw klaagt vaak, en veel, en lang, weet hij. “Dat is balen,” mompelt hij. “Ja, moeders enkel is omgezwikt,” voegt de zoon er aan toe.

“Heb je nog vakantie?“ vraagt buurvouw. “Maandag moet ik weer beginnen,” geeft de man aarzelend toe, terwijl hij de gazet uit de brievenbus grist. “Wij zijn al overal naar toe geweest, deze vakantie. Die botenoptocht in Amsterdam. Druk! Druk! Man man, honderdduizenden mensen,” dendert de vrouw verder. “Zo. Daar zullen ze mij dus nóóit zien,” serveert de man het uitstapje af. “Veels te druk. Nee, dan zoek ik liever iets op waar het wat rustiger is.” “Oh ja, en we zijn ook nog op Schiphol geweest. Die vliegtuigen die komen zo, zó over je heen gevlogen. Theo, mijn vriend, je kent hem wel, die is nou toch al 75, en hij heeft nog nooit gevlogen! Niet te geloven toch? En hij zei nog, dat ie zijn hele leven lang ook niet in zo’n ding kruipt. Ha ha. Trouwens buurman, heb jij al ooit gevlogen. Wat? Nooit?” ”Jawel, ik heb zóveel gevlogen. Van mij hoeft het niet meer. Ook mijn vrouw geeft er niets om. En autorijders zijn we ook niet, dus we blijven lekker in de buurt,”

“Heb jij trouwens die schade al gerepareerd van dat noodweer laatst? Wij zitten nog steeds te wachten op een bedrijf, die hadden de datum verkeerd genoteerd. Nou komen ze pas over een maand, om de lichtkoepels te vervangen,” palavert het mens. “Ja, ze komen pas over een maand,” draagt de zoon bij. “Neuh, ik heb alles al weer op … ” Voordat hij zijn zin kan afmaken neemt buurvrouw het van hem over. “Och, het is toch allemaal wat, en dan is het ook nog bijna de sterfdag van mijn man,“ snottert ze. “Ja, van vader, de sterfdag,” voegt de zoon er aan toe. Buurvrouw pinkt een traan weg en strompelt verder, naar haar voordeur. “Nee, buurman, het is allemaal niks, het is allemaal niks,” hoort de man haar nog jeremiëren. De zoon volgt zijn moeder: “Nee, het is allemaal niks. Houdou buurman.”

Categorieën: Algemeen

G.van Stipdonk

Gerard van Stipdonk. Mijn motto: Wie schrijft die blijft.

14 reacties

StreekSteek · 31 augustus 2016 op 11:31

Mooi neergezet. Na dit tafereel steek je de krant in brand. Het komt vandaag toch niet meer goed.

Bhakje · 31 augustus 2016 op 11:40

Een gesprek dat bijna te omschrijven is als monoloog. Mooi geschreven, met plezier gelezen.

NicoleS · 31 augustus 2016 op 12:30

Heel mooi stuk?

Mien · 31 augustus 2016 op 15:23

Brabants leed. Het is me toch wat? ? Mooi taalgebruik. Zanikken en greken komen in de buurt.

Esther Suzanna · 31 augustus 2016 op 19:33

Leuk hoor, de interpretatie is aan de lezer. 😉
Heerlijk toch, zulke buren 🙂

g.van stipdonk · 2 september 2016 op 19:03

Bedankt voor jullie reacties. @Mien, wat bedoel je met greken?

    Mien · 2 september 2016 op 19:29

    Op z’n Blericks zeuren, zaniken. Had me even vergist in het dialect.

g.van stipdonk · 2 september 2016 op 20:57

Daarmee zou je een Pecha Kucha speech kunnen vullen. Heb je daar nog ooit over nagedacht?

    Mien · 2 september 2016 op 22:33

    Die gaat niet over Blericks maar wel over WYGIWYS!
    Ben je de 21e / 22e van de 10e van de partij in Asten?
    De buurvrouw wel thuislaten s.v.p. ?

g.van stipdonk · 3 september 2016 op 15:31

Zeker en vast ben ik er bij, met en zonder (buur) vrouw. Ik laat me verrassen.

    Mien · 4 september 2016 op 00:07

    Verrassen en verwonderen. Dat zou mooi zijn. Wel spannend zo’n PK-debuut. Leuk dat je erbij bent. ?

pally · 3 september 2016 op 15:49

Lekker stukkie, zie het als eenakter zò voor me.

g.van stipdonk · 3 september 2016 op 19:33

Gracias. Ben een beetje aan het oefenen met het neerpennen van dialoogjes. Dit geeft de burger moed.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder