Voor veel mensen is werken in de tuin een hobby. Je kunt er je energie en je creativiteit in kwijt. En als het goed gaat, heb je in de zomer veel eer van je werk. Er bestaat ook een heel regiment aan gereedschappen waar mee je je kunt uitleven. Maar een van de meest verfoeide tuingereedschappen is toch wel de bladblazer. Waar je vroeger nog mannen vol trots het apparaat ter hand zag nemen, hoor je nu enkel maar klachten. Het is tegenwoordig not done om op zaterdagmorgen als een echte hero de tuin in te trekken en meer dan 100 decibel te produceren. Je krijgt de hele goegemeente over je heen. En terecht natuurlijk ook wel, zaterdagmorgen is bij uitstek de ochtend om heerlijk langzaam wakker te worden met een croissantje en een bakje koffie. En daar hoort geen geloei bij.

Nu vind ik het gebruik van een bladblazer sowieso wel eens te ver gaan. In sommige tuinen lijkt wel geen sprake meer van seizoenen. Nergens ligt een blaadje. Ik kan me voorstellen dat je het blad van je gazon wilt hebben, dat geeft maar plekken, maar in de tuin verder mag het toch wel blijven liggen? Sommige mensen gaan de herfst te lijf met een energie waar je bang van wordt. Terwijl allerlei dieren heerlijk scharrelen door al dat dorre blad. Bovendien ruikt het ook lekker. Natuurlijk, naar rottend en afstervend blad, maar het is toch de geur van de herfst. En waarom zou je die wegblazen. Straks als het winter wordt, wordt het nog kaal genoeg.

Gelukkig komt er in de strijd tegen de bladblazer hulp uit onverwachte hoek. Er is nl. onderzoek gedaan in het kader van het milieu. En wat blijkt? Bladblazers blazen giftige stoffen als stikstofdioxiden en fijnstof de lucht in, schadelijk voor mens en klimaat. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat viertakt- en tweetakt-varianten van de bladblazer meer verontreinigende stoffen uitstoten dan een Ford F-150 SVT Raptor, een pick-up met een gewicht van bijna 3000 kilo. Oei, en die wil je niet op je rug hebben hangen.

Dus zit er volgens mij maar één ding op. Terug naar de ouderwetse bladhark. Ik zie mijn vader nog ijverig aan het werk. Al het blad op een grote hoop harken en dan in de (toen nog) vuilnisbak. Nu moet dat natuurlijk in de groencontainer of naar het depot, maar daar hadden ze al die jaren geleden nog niet van gehoord. Het maakte ook geluid, die hark, vooral als je over grind of tegels ging. Maar het maakte geen lawaai. En als hij even niet keek, banjerden wij vrolijk door de bladerenheuvel. Natuurlijk hielpen we naderhand wel met opruimen. Dat was niet meer dan eerlijk.

Categorieën: Algemeen

0 reacties

Geef een antwoord