Vanmorgen stond mijn zoontje al om half zes naast mijn bed onder het triomfantelijk uitroepen van de tekst “papa piertje, papa piertje”. U moet namelijk weten dat mijn zoontje pas 2 jaar oud is en dat hij dus het articuleren van het woord “papiertje”nog niet helemaal onder de knie heeft. En al zeker niet in combinatie met het woordje papa. Kort en goed, het knulletje had een papiertje van papa gevonden en vond – ondanks het uiterst beroerde tijdstip – dat het teruggebracht diende te worden bij de rechtmatige eigenaar. Ik helaas. Het was een beduimeld geel formuliertje waarop ik namens de verstrekker van het formuliertje, mevrouw Els Borst, aangaf wie, wat, wanneer en hoe mocht doen met mijn lichaamsdelen nadat ik zou zijn vertrokken naar de zeventig maagden. Vroeger heette dat papiertje Donorcodicil maar na jarenlang schuren in de portemonnee die altijd ter hoogte van het zitvlak met mij mee hobbelde was de naam verworden tot Don….il, of zoiets. Wat de naam ook geworden was, voor mijn zoontje was het een “papa piertje”.
Chagrijnig van het feit dat de onverwachte boodschapper mijn nachtrust verstoorde met een stukkie papier van een vrouwelijke ex-minister die haar achternaam niet bepaald tot iets opwindends maakte, probeerde ik aan de ontbijttafel te ontcijferen waartoe ik mij indertijd verplichtte.
Toen ik het vod destijds ondertekende, was ik nog vol nobele bedoelingen. Logisch, ik had toen nog nooit van Henk Jan Smits gehoord. Nu wel, en ik kon nog maar met moeite mijn cornflakes binnenhouden bij de gedachte dat mijn geweldige lichaamsdelen misschien wel zouden dienen ter instandhouding van onze nationale nitwit.
Stel je voor dat ze mijn mooie golvende haar zouden gebruiken om de eeuwige zonnebril van Henk Jan te moeten torsen. Zomer, winter, overdag, ’s nachts zou die sukkel met zijn paniekogen met zijn zonnebril op mijn mooie haar lopen te flaneren, onverdraaglijk toch?
De cornflakes kwam helaas toch naar buiten toen ik me bedacht dat Henk Jan misschien een beroep op mijn hersens zou doen. Uiteraard zou zijn lichaam na het inbrengen van mijn hersens afstotingsverschijnselen vertonen. Ieder lichaam waar je namelijk iets inplant wat voor dat lichaam volkomen onbekend is, zal proberen het nieuw ingebrachte af te stoten. Niet dat mijn gedachtencentrum nou zo briljant is, maar Henk Jan heeft in zijn bovenkamer nooit meer gehad dan enkele zelfverheerlijkende kronkelwormen. Heb je ‘m in het avondvullende Zomergasten gezien? Het gespreksonderwerp is Irak, Afghanistan of de overstromingen in China, Henk Jan weet binnen een halve minuut het gesprek weer op Idols te brengen. Het enige onderwerp waarbij Henk Jan niet met grote vragende ogen kijkt omdat hij bij andere onderwerpen absoluut niet begrijpt waar het over gaat. En dan zou zo’n kluns met mijn hersens moeten rondsjouwen? Mooi niet gezien. Ik ga straks meteen een brief aan minister Hoogevorst schrijven met het verzoek om de tekst “niets van mij mag naar Henk Jan Smits” aan mijn donorcodicil te hangen. Dan kan hij me meteen een nieuw papiertje opsturen. En tegen de tijd dat het dan weer zover vergaan is dat je alleen nog maar Don….il kunt lezen, zal de wereld inmiddels wel verlost zijn van Henk Jan Smits. Een heerlijke tijd moet dat zijn, hoewel …… Patty Brard is er ook nog.
Tot de volgende keer.

Categorieën: Algemeen

6 reacties

Avatar

Mup · 18 juni 2007 op 14:46

Welkom Henk, met niet zo’n blije overpeinzingen als je het mij vraagt:-) En gelukkig heb ik Zomergasten gemist,

Groet Mup.

Avatar

arta · 18 juni 2007 op 15:56

Leuk debuut!
Gelukkig maar dat donoren niet weten aan wie zij hun organen afstaan. Stel je voor, dat mensen dan ook de kans krijgen bepaalde beroeps- of bevolkingsgroepen uit kunnen sluiten. Dan heb ik toch nog liever dat Patty Brard door mijn hoornvlies heenkijkt. 😀

Avatar

Siebe · 18 juni 2007 op 18:52

Prachtige titel, leuke column! De stap van wakker worden naar Henk Jan Smits was wel even zoeken. Zo van: waar kwam die nou ineens vandaan en waarom dan? Verder heel leuk, maar nooit weer eindigen met ‘tot de volgende keer’. Dat is bijna een doodzonde waarmee je een onnodig groot risico neemt dat al je tere delen alsnog bij die idoloot terecht komen.

😉

S.

Avatar

Henk · 18 juni 2007 op 22:24

Hallo Siebe, dank voor je leuke reactie op mijn eerste ‘Henk’. Het ‘tot de volgende keer’ wil ik je even uitleggen. In mijn gemeente doe ik vrijwilligerswerk als medewerker van de wijkkrant. Met de redactie heb ik afgesproken voor ieder nummer een ‘Henk’ te schrijven. En dit was de eerste. Om de lezers te wijzen op de continuïteit en ze te prikkelen te reageren (bijvoorbeeld om te voorkomen dat Henk de volgende keer weer iets schrijft dat ze niet bevalt) staat ‘tot de volgende keer’ eronder.

De blije groeten van Henk.

Avatar

KawaSutra · 19 juni 2007 op 00:52

[quote]Om de lezers te wijzen op de continuïteit en ze te prikkelen te reageren (bijvoorbeeld om te voorkomen dat Henk de volgende keer weer iets schrijft dat ze niet bevalt) staat ‘tot de volgende keer’ eronder.[/quote]
Oh! Dus je doet het expres! Om te prikkelen!
Nou, dat is je dan gelukt want ook ik ga je nu afraden om die laatste zin op ColumnX nog een keer te gebruiken.
Alleen heb ik zo’n vermoeden dat je gewoon nog even doorgaat met prikkelen. 😀
Wél een leuke column.

Avatar

Siebe · 19 juni 2007 op 08:29

Oh maar Henk,

Dat is nu het leuke van een column: je [b][i]hoeft[/i][/b] dus niet altijd dingen te schrijven die anderen altijd maar moeten bevallen! Als je wilt prikkelen is dat zelfs ook zeer overbodig en dan zul je ook snel genoeg merken dat de ‘tot de volgende keer’ dat dan ook is: overbodig. Ik meen het serieus hoor, niet doen! Als het venijn in de staart zit dan wordt dat teniet gedaan door de ‘tot de volgende keer’. Er mag iets beklijven met andere woorden. En als je mensen er toch perse op wilt wijzen dat er meer afleveringen volgen dan kun je dat misschien beter als een klein extra kopje bóven je column doen. Iets als: ‘Elke week/maand geeft Henk een inkijkje in zijn blije overpeinzingen’. Na verloop van tijd kun je dat laten vallen en hier kun je het gewoon in zijn geheel achterwege laten. Immers, iedereen hier weet wel dat het over columns gaat.

Gr.
S

Geef een antwoord