Een vlek op mijn hoornvlies. Een schim in de mist. Een vreemd persoon, een onbekende. Daar stond hij. Of was het een zij? Het is niet helder, de vaagheid overmeestert op dit moment de contouren van het menselijk lichaam. Vragen spelen in me op: wat moet de persoon van mij? Zou het een vriend of vijand zijn? Ook dat verschil is niet altijd even duidelijk. Vrienden zijn vaak onberekenbaar, terwijl je weet dat vijanden vrij berekenbaar zijn. Listig maar berekenbaar. Vrienden vertrouw je, en wanneer je iemand je vertrouwen gunt, stel je diegene in de verleiding om dat te misbruiken. Soms ben je beter af met vijanden. Misschien hebben zakenlui daarom juist wel meer vijanden dan vrienden. Zij zouden zich immers geen onberekenbaarheid kunnen permitteren.

Ik zou bang moeten zijn. Bang voor de bedreigende omstandigheden, die me zouden moeten dwingen tot bedachtzaamheid. De straatlantaarns flikkeren ritmisch op het tempo van mijn hartslag. Niet overdreven snel, maar wel regelmatig. Mijn ogen wennen aan het donker, mijn ogen wennen aan de wazige vlek recht voor me. Ik voel me ontspannen, de energie die deze situatie mij levert is rustgevend. Stil staat hij te wachten op zijn prooi, op een moment van onoplettendheid, waarna de persoon als een hyena mij grijpt, vermoord en opeet. Ik zal blijven opletten. Wie sterk noch slim is, moet oplettend zijn. Ooit zullen zij steken laten vallen, en dan is het jouw kans, jouw moment.

De persoon blijft stil staan, verroert zich niet. Passanten zijn er niet rond dit tijdstip, enkel op tijdstippen wanneer het jou niet uitkomt. Ik herinner me nog het moment dat Nel, de buurvrouw, ons zag. ‘Let vooral niet op mij.’ zei ze met een cynische glimlach. Starend keken we naar de stilstaande dame, schaamrood op onze kaken. De romantiek werd verpest. Nee, nu is mijn buurvrouw nergens te bekennen. Of zou ze voor me staan? Als wraak voor de schokkende ervaring. Eerlijk zeggend, ik heb haar na het incident nooit meer buiten gezien. Misschien is ze wel dood.

Het wordt langzaamaan lichter, en de mist trekt geleidelijk weg. De vage stip krijgt de schijnbare vorm van een lichaam. Een donker lichaam. Een eng lichaam. De stilte maakt het geluid van definitiviteit, de schreeuw naar het noodlot. Het uur van de waarheid? Nee, dat is te cliché, en het duurde langer dan een uur. De persoon zal ik nooit vergeten, de persoon van die nacht. Een onuitwisbare indruk heeft hij op me gemaakt. Wie het nu was? Ach, dat doet er helemaal niet toe. Soms baal ik van ons rationalisme. Overal moeten wij iets achter zoeken. Niet overal is een antwoord op te vinden, ook al bestaat het antwoord wel. Het is gewoon een droom geweest, zover herinner ik me. Of was het de realiteit? Ik weet het niet, maar we hebben toen wel mooi een gele rakker met een blonde kraag gepakt in de dichtstbijzijnde kroeg.

Categorieën: Algemeen

6 reacties

Mien · 26 februari 2009 op 15:58

I allways say:
Meet the enemy!!!
In reality and fantasy.

Chears! :pint:

Mien pint without a head

pally · 26 februari 2009 op 18:23

Tja, maurick, ik weet niet zo goed wat ik met je stukje aan moet. Fantasie kan leuk zijn en spannend en je hoeft het zeker niet helemaal te begrijpen.Maar hier begrijp ik te weinig van. Bovendien geef je telkens commentaar op jezelf en dat haalt de spanning er uit.
b.v,. dit:
[quote]Wie het nu was? Ach dat doet er niet toe[/quote]
met zulke zinnen haal je je stukje m.i. onderuit.
Toch heb ik wel waardering voor het experimenteren, wat je hiermee doet.

groet van Pally

LouisP · 26 februari 2009 op 19:13

hoi M.

deze soort van verhalen lijkt me erg moeilijk maar kan wel begrijpen dat het ontzettend leuk is om er mee te stoeien. Ik vind het grappig dat jij dat doet.

succes ermee
L

maurick · 26 februari 2009 op 19:44

Ik merk dat ie niet goed valt. Jammer, maar het was inderdaad experiment.

Toch bedankt.
😀

Mosje · 27 februari 2009 op 20:19

Cheers!

datmensinkenia · 28 februari 2009 op 01:21

Doet me denken aan een spreuk die ik soms gebruik: Omdat ik paranoïde ben, wil niet zeggen dat ze niet achter me aan komen.

Geef een antwoord