Ook de vrijetijdsbesteding kent overeenkomsten.
Een ambtenaar dient (hoe zou dat nou toch komen?) op te boksen tegen vooroordelen die er bestaan over zijn functioneren in de samenleving. Daarom laat de ambtenaar er niets aan gelegen liggen het tegendeel te bewijzen. Een echte ambtenaar gaat daarom zo laat mogelijk naar bed en komt er zo vroeg mogelijk weer uit, daarmee aantonende dat de echte ambtenaar NIET lui is (en daarmee voorbijgaat aan de idee dat luiheid een verschijnsel is dat zich openbaart op de dag en niet tijdens de verslaapte nachtelijke uren).
De asielzoeker vertoont eenzelfde gedrag.
Echter, de reden hiervoor verschilt: de (erkende) asielzoeker weet nog niet goed om te gaan met zoveel vrije tijd. Immers, in de meeste ons omringende landen is zoiets als het Nederlandse model nagenoeg onbekend.
De asielzoeker is druk doende met het ontdekken van de vrijwel onbeperkte mogelijkheden die de samenleving hem biedt. Dat kost tijd… en geld (ons royale systeem staat daar borg voor).

Uit doorgaans welingelichte bronnen heb ik vernomen dat zelfs de beleving van de nachtelijke momenten overeenkomsten kent.
Waar de ambtenaar zich in die korte momenten probeert op te laden voor weer een dag van afzien en ontwijken, ten einde op de oude dag nog voldoende fut over te kunnen houden voor het welslagen van zijn niet verwezenlijkte idealen, daar droomt de asielzoeker ongetwijfeld van alle tot dan toe ongekende hoogtepunten van de afgelopen dag en verlekkert zich alvast in andere dimensies op het moment dat hij uiteindelijk op en top, door naturalisatie veroorzaakt, Nederlander is geworden.

Stilletjes droom ik ervan dat op een dag alle ambtenaren zich – als vanzelfsprekend – melden voor hun dagelijkse taakuitoefening bij het plaatselijke asielzoekerscentrum, opvanghuis of wat dies meer zij en dat ministeries, gemeentehuizen en provinciale behuizingen vol zitten met asielzoekers. Me dunkt dat de samenleving dit toestaat onder het mom: wat niet weet, wat niet deert…
De schrik (uit de kelen der overheidsdinaren) met betrekking tot dit beeld zal pas luid weerklinken na de (door een geestige bankemployee omgewisselde) overschrijving op bank- en gironummers van de diverse aanwezigheidspremies, maar tot die tijd valt zoiets mogelijk niet eens op.

Categorieën: Diversen

2 reacties

ignatius · 15 oktober 2004 op 12:06

Je hebt me overtuigd. Denk dat ik maar ambtenaar word, dat leeft toch iets makkelijker.

Mup · 15 oktober 2004 op 13:13

Na je derde in deze reeks, is het me duidelijk, ik ben eigenlijk een ambtenaar! Maar wordt niet als zodanig betaald, vergoed en benaderd!

Groet Mup.

Geef een antwoord