Wie kent nog die mosselman? Je weet wel, die vent uit Scheveningen. En wie was die schipper bij wie je mocht overvaren en waar ging hij ook al weer naar toe? En waar is Berend Botje gebleven? Zit hij nog steeds in Amerika? En wat heeft vader Jacob hiermee te maken? Allemaal vragen. Het antwoord op al deze mysteries vindt u in de navolgende ontboezemingen. Ik poog in het hiernavolgende epistel u duidelijkheid te verschaffen. Geïnteresseerd? Lees verder. De mosselman kwam uit Scheveningen. Dat is onweerlegbaar. Daarna komt de twijfel. Die schipper waar je mee kon overvaren, waar kwam hij vandaan? En wie was hij?
Die mosselman had mogelijkerwijs een boot. Wel zo handig als je mosselen wil vangen. Natuurlijk viste de mosselman niet elke dag op mosselen. In vroeger tijden zal er ook wel zoiets hebben bestaan als een visvangstquotum, arbeidstijdverkorting etc. Die mosselman had dus tijd over en voor de resterende dagen van de week een lege boot. Een echte zakenmeneer ziet daar ruimte voor een extra dik belegde boterham. En onze mosselman, de mogelijke buurman van Jantje (u weet wel, de zoon van de graaf uit het naburige, thans niet meer bestaande ‘s-Gravenhage), was een echte zakenmeneer: hij zette zijn boot en diensten in voor de eerste bootverbinding tussen Scheveningen en… Norfolk (te Engeland). Hij was daarmee – ongewild en mogelijk tegen wil en dank – de voorloper van de huidige Norfolk-Line.

Die bootjes van toen waren natuurlijk geen draagvleugelboten, en dus niet zo heel snel. Zo’n overtocht duurde al gauw een paar dagen, zeker met wind tegen. Onze mosselman had personeel in dienst. Zo ging dat bij ouderwets ondernemerschap: ene Jacob. Jacob, mogelijk een vutter, was al op leeftijd en had een vervelende konijnenziekte onder de leden hetgeen erin resulteerde dat hij veel sliep. Voor Jacob was het wel handig werknemer te zijn bij onze mosselman. Immers, het is al gezegd, de overtocht duurde wel even. Jacob kon dan even een dutje doen aan boord van de boot van zijn baas. Vlak voordat de boot aankwam in de haven van Norfolk, liet de mosselman de klokken van zijn trouwe werknemer luiden (bim, bam, bom… bim, bam, bom!!). Dan schrok Jacob verschrikt wakker uit zijn dutje en stond op om de trossen te pakken waarmee het bootje moest worden aangelegd in de haven.

En waarom moesten passanten een cent betalen? En waarom geen Pound Sterling? Heel eenvoudig, ze stapten op in Schevening (Nederlands grondgebied, dan betaal je met Nederlandse munt) en stapten uit in Norfolk (voor het uitstappen was je geen geld verschuldigd). Al die centjes – in die tijd een heus kapitaal – deden de mosselman beseffen dat er na een arbeidzaam leven mogelijkheden ontstonden de oude dag in gemoedelijke en gefortuneerde omstandigheden door te brengen.

Uit doorgaans welingelichte bronnen heb ik mij laten vertellen dat Berend Botje een alias-naam van de mosselman was, want de mosselman viste niet alleen op mosselen maar ook (stiekem) op bot. Onze zakenmeneer werd ook in zijn tijd al argwanend gevolgd door allerlei centenpikkende overheidsdinaren en moest een alternatief hebben voor al die graaizucht. Als hem dan door een ambtenaar quasi belangstellend werd gevraagd of de vangst redelijk was geweest, kon hij altijd zeggen dat hij weer bot had gevangen. Zo bleven grijpgrage overheidshanden op een eerbiedwaardige afstand en kon onze verboden held zijn nering afdoende uitbouwen. Omdat de botvangst de quota verre overtrof en onze mosselman (alias Berend Botje) voorzag niet altoos aan de gang te kunnen blijven met deze handel, besloot hij – zonder dat aan de grote klok te gaan hangen – te vertrekken naar het Amerika van toen: een voorwereldlijk indiaans en groen paradijs, niet geteisterd door de hebzucht van Hollandse overheidsslaven.

Berend Botje ging, zoals het liedje ons verhaalt, eerstens naar Amerika en daarna weerom (richting Zuid-Laren). Goedgelovige mensen geloven dat hij dus naar Zuid-Laren ging. Diverse overheidslakeien en zelfs, zo heb ik mij laten vertellen – de BVD (en de voorloper hiervan: het AUC) hebben jarenlang in Zuid-Laren iedere inwoner van dit prachtige dorp binnenstebuiten gekeerd om erachter te komen wie die vermaledijde mosselman, alias Berend B., nou wel was, die uitnemer van formaat, die oplichter van ‘s-Rijks schatkist, die…
Men is er nooit achtergekomen. De oplossing van dit mysterie kwam wel uit geheel onverwachte hoek: op zijn laatste reis, die naar de nieuwe wereld, zat de slaapgrage Jacob nog op de boot. Die Jacob keerde na in Amerika te zijn aangekomen met een andere boot weerom richting Holland en verkondigde vanaf het moment dat hij hier voet aan wal zette luidkeels dat Berend naar Amerika was vertrokken, weerom was gegaan en halverwege de reis op zijn voornemen was teruggekomen en dus (zich in het veilige Amerika wanende) thans onschendbaar was voor de Hollandse centen-inquisitie.

Wat kunnen wij hieruit leren (oftewel de moraal)? Die geef ik u niet, bedenk er zelf maar eentje. Een moraal kost nu eenmaal extra Nederlandse centjes en aangezien die nu niet meer in omloop zijn en geen waarde meer hebben en ik dus bij het accepteren van deze muntjes niet echt een goede zakenman zou zijn en daardoor het schaamrood op mijn kaken zou krijgen bij de gedachte dat de mosselman dat anders zou aanpakken… enfin, u begrijpt het vast wel.

Categorieën: Diversen

7 reacties

Avatar

DeVleg · 17 oktober 2004 op 12:27

Moet ik dan een cent betalen ja of nee! Ik mis het verhaal van de kwast die altijd midden in de week ziek is, maar zondag niet.

Goed verhaal, complimenten.

Avatar

Mup · 17 oktober 2004 op 18:05

Hoorde afgelopen week nog de liedjes van Sesamstraat, heerlijk. Ik geniet er van, zonder me af te vragen waar ze vandaan komen en nog heen willen gaan,

Groet Mup.

Avatar

ignatius · 17 oktober 2004 op 23:30

Maar wie ging er in godsnaam dan naar engeland om een gebroken sleutel op te halen om de laatste cent te kunnen vangen?

Avatar

Ma3anne · 18 oktober 2004 op 00:28

Een stukje vaderlandse geschiedenis van de bovenste plank. 🙂
Weet jij toevallig ook wie die koning was die van je ras ras ras door de plas en van je erk erk erk door de kerk reed?

Avatar

tontheunis · 18 oktober 2004 op 09:40

Jajaja… En er was ereis een vrouw die koekenbakken zou…

Ze werkte bij bakker Bart. Het meel wou niet rijzen maar toch was het hard.

En van je ras ras ras, zet je tanden in het glas…

TTT

Avatar

Dinah · 18 oktober 2004 op 21:27

Dikkertje Dap zat op de trap…….. en Dinah op haar stoel, leuke column. Hier thuis zingen wij , gelukkig, al deze liedjes nog.

Avatar

JAB · 22 oktober 2004 op 09:11

Was dat niet koning Gorilla, de man die niets te dol was om zijn losbandig leven inhoud te geven? Misschien moet ik daar eens een column aan wijden (geeft wel een spectaculaire kijk op het koninklijk leven).

Geef een reactie