Zit in een café in Zaandam achter een kop koffie. De kroegbaas vraagt waarom ik zo chagrijnig kijk.
‘Omdat ik hier zit’, antwoord ik. ‘Zaandam is niet het eerste waar je aan denkt als je er een vrolijke dag van wilt maken.’
‘Zit wat in’, zegt hij. ‘Daarom gaan er hier stemmen op om de naam te veranderen in Saddam.
Dat trekt toeristen, begrijp je wel?’
Ik begrijp er niets van maar ik houd verder mijn mond maar.
‘Jezus, er kan bij jou echt geen lachje af he?’, dramt hij door.
‘Klopt’, zeg ik. ‘Ik ben op weg naar een van mijn beste vrienden. Hij heeft net te horen gekregen dat hij nog drie maanden te leven heeft. Met een beetje mazzel, vier maanden. Hij is ongeneeslijk ziek. Dan ga je niet voortdurend in een deuk bij elke randgrap van een imbeciele kroegbaas uit Saddam.’
‘Heeft hij “K”, fluistert hij witjes.
‘Nee hoor, hij heeft het hele alfabet. Van onder tot boven onder de KANKER!!!’. Het laatste woord schreeuw ik hem toe waardoor hij geschrokken terugdeinst.
‘O’, zegt hij na een tijdje. ‘Weet je wat het is? De mensen eten tegenwoordig niet goed meer.
Te weinig groente en fruit is funest heb ik laatst op TV gezien’.
‘Zou kunnen’, antwoord ik. ‘Laat ik daar dan maar meteen verandering in brengen. Geef me om te beginnen maar een appelpunt. Met veel geslachtsroom want dat is weer goed voor de bestrijding van vrije radicalen’
En terwijl hij een appel punt gaat halen peins ik me suf wat ik moet zeggen tegen mijn vriend die ik straks zie. ‘Hoe gaat het met je?’, is wel erg cynisch wanneer je dat vraagt aan iemand die zijn doodvonnis heeft gehoord.. Of, kop op man, ze kunnen veel tegenwoordig’ lijkt me ook niet zo’n handige opmerking .
Intussen komt de kroegbaas terug met een appelpunt of iets wat daar voor moet doorgaan.
Ik prik een beetje in de smurrie en er komt een muffe meur uit een stuk verbrand klokhuis dat onder een beetje slagroom zit weggedoken.
‘Jezus man, waar heb je dit opgegraven ? Uit een van de martelkamers van Saddam? Die vriend van mij heeft hier zeker veel klokhuisgebak gegeten? Als je dit gegeten hebt zonder tussentijds te kotsen helpt geen enkele chemokuur meer’.
Beledigt loopt hij weg en ik sta op eb leg wat geld op de bar.
En terwijl ik de deur uitloop roept hij: ‘kop op, ze kunnen veel tegenwoordig”.
Ja, ze kunnen veel tegenwoordig maar dat zal mijn vriend niet meer helpen. Hij houdt er vandaag mee op. Vrijwillig. En hij staat erop dat ik daar bij ben…

Categorieën: Algemeen

3 reacties

R@@F · 26 april 2003 op 17:51

Een zeer mooie en ontroerende column! Dit soort verhalen uit het “leven” zou eigenlijk mensen eens wat bewuster moeten maken over het leven en hoe clichématig het ook klinkt, besef eens de betrekkelijkheid van het leven en pluk de dag, maar dan ECHT!
Mijn vader heeft zich jarenlang helemaal in tienen gewerkt en stampte het ene bedrijf na de andere uit de grond en het ene bedrijf werd dan vervolgens nog groter dan het andere. Geld was in ons gezin zeer overvloedig aanwezig. Maar zoiets “onbenulligs”als vrije tijd was mijn ouders en vooral mijn vader vreemd. Maar niets, niets kon het geluk van ons en onze ouders meer in de weg staan dachten wij.

49 jaar werd mijn vader maar, multimiljonair maar ging gewoon dood aan kanker. Binnen 6 maanden was mijn held verworden tot een hoopje mens die aan mensonterende pijnen leed. Ons heeft hij zeer goed achtergelaten maar mijn moeder heeft na dit nooit meer een partner gehad/gewild en is een gebroken vrouw geworden.
En ik? Ik zou zo alles wat ik bezit zo weg doen om 5 minuten die ouwe en zijn twee kleinzonen (die hij nog nooit gezien heeft) te zien spelen. Deze reactie is niet melodramatisch bedoeld maar ik besef elke dag maar weer als ik naar de foto van mijn vader kijk dat alles zo betrekkelijk is dat je gewoon schijt moet hebben aan verwachtingen en verplichtingen en wars moet zijn van angst voor je toekomst. Je leeft nu! En morgen…dat zien we morgen wel weer!
R@@F

Jeroen · 26 april 2003 op 23:48

Ontroerend stuk. Helemaal het laatste deel…
(en ook de reactie van R@@f)

Dat zijn de pijnlijke momenten in het leven, die er helaas altijd (moeten) zijn. Maar toch altijd zo oneerlijk verdeeld. Waarom hij wel en een ander niet. Waarom maakt de een de meeste vreselijke dingen achter elkaar mee en leeft de ander een simpel en vredig bestaan.

Een vraag zonder antwoord.

Kees Schilder · 27 april 2003 op 11:58

Thanx voor de reacties Raaf en Jeroen.
Inmiddels heb ik “de Hulk” (zijn bijnaam) de laatste adem zien uitblazen.Pijn en andere vreselijke dingen verdwenen onmiddellijk van zijn gezicht. Hij is glimlachend de andere wereld binnengegaan. Hij beloofde me daar een kruk vrij te houden voor mij en daar houd ik hem aan.
Zijn laatste woorden aan mij:”vecht tegen je demonen kees, waag het niet om meteen al de kruk naast mij op te eisen” Daarna sloot hij zijn ogen.
Wist niet dat een mens zoveel vocht in zijn ogen heeft dat maar naar buiten blijft stromen.

Hulk je was my kind of vent
we bezopen ons in elke tent
We leefden altijd op de rand
werden soms wakker in modder en zand

We hebben vaak voor de afgrond gestaan
zochten altijd hoe ver we konden gaan
Jij hebt nu de prijs betaald
ik voel mij zonder jou verdwaald.

troost is dat ik je zie binnen korte tijd
troost is: we hadden van alles, maar never never spijt!

Proost Hulk! Zet er maar vast een voor mij klaar.
Ik houd van je
Kees

Geef een antwoord