Wat er in Utrecht gebeurd is raakt mij. Het 24 Oktoberplein, voorheen treurig asfalt met idioot hoge stoepranden, tegenwoordig treurig asfalt met een hoge fly-over, gaat eindelijk zijn naam eer aandoen. De oprichtingsdatum van de Verenigde Naties gaf zijn naam aan een plein in Utrecht, waar wegen samenkomen, en waar gisteren de wereldpers samenkwam. Maar was dit nu een aanval op onze onschuld?

Wat is onschuld? Onwetendheid over wat er gebeurt is niet hetzelfde als ergens geen schuld aan hebben. Industriëlen uit de 19e eeuw voedden hun inefficiënte stoommachines met inefficiënt gedolven kolen. Ze hebben absoluut schuld aan de huidige CO 2-problematiek, ook al waren ze er onwetend over.

Onschuld is dus ergens geen schuld aan hebben, onbewust noch bewust. Langs deze lat gelegd was Utrecht in onze ogen onschuldig. Zeker wanneer de stad tegenover een dader staat die het zelf niet nauw neemt met de principes waarvoor hij pretendeert te strijden. Dat klinkt hoogdravend, maar het is de beste manier die ik heb om het te zeggen. Een dader die strijd maakt en de dood veroorzaakt in de naam van de heilige Islam, maar tegelijkertijd dit geloof als een airconditioning naar believen aan- en uitzet, is zo inconsequent bezig, dat zijn gelogen leven een probleem moet vormen voor iedereen. Principiële moslims, of ze nu geweld accepteren of afwijzen, zouden met dit sujet niets van doen moeten willen hebben. De bewering die met dergelijke aanslagen gepaard gaat is meestal dat de onschuldige slachtoffers deel uitmaakten van een zondige samenleving. In de beperkte context van deze aanslag is die rechtvaardiging volkomen belachelijk, gezien het leven van deze dader, een veelpleger pur sang.

Onschuld is echter ook zoiets als bleu zijn. In dat opzicht is Utrecht niet zo onschuldig. Sinds 11 september 2001 weet Utrecht wat dreiging is. Het besef dat ook minder bekende steden doelwit kunnen zijn is sindsdien toegenomen met de aanslagen die daarna kwamen. Zo bleu zijn we dus niet langer. Bovendien zijn de meest logische doelwitten niet meer zo makkelijk te pakken, waardoor “secundaire” doelwitten opeens meer in aanmerking komen voor een gewelddadige aanslag. En als die beter beschermd worden komen ook tertiaire, bijna toevallige doelwitten in aanmerking, zoals een vorm van openbaar vervoer met een paar passagiers aan boord. Zolang er bereidwillige daders rondlopen, loopt men gevaar, en zeker in stedelijke gebieden.

De kunst is, je daar bewust van te zijn, zonder de hele dag angstig om je heen te blijven kijken. Sommige groepen in onze samenleving zijn daarin al heel bedreven. Enerzijds iedereen die werkt aan de beveiliging van de samenleving, van gemeentelijk ambtenaar tot burgemeester tot agent. En anderzijds, helaas, de bedreigden. Herkenbare joden en moslims, burgemeesters die het tegen georganiseerde misdaad opnemen, medewerkers van de sociale dienst of in de zorg.

Was dit een aanval op die vermeende onschuld? Wij weten nog weinig van de motieven van deze dader. Kan hij zijn gedachten zo gekronkeld hebben, dat hij de onschuld van Utrecht op de korrel had? Dat betekent een gedachte als ‘het moest er maar eens van komen’. Of ‘hier moet ik onze stempel drukken’. Dat kan natuurlijk, er spreekt een soort ambitie uit. Het is zeker voorstelbaar dat het doelwit niet de tram was, maar een effect.

De dader kan een aantal mogelijke effecten hebben beoogd. Zo kan hij de omgeving, het land of de wereld wakker hebben willen schudden. De uitvoering laat in dit geval ernstig te wensen over; een briefje bleef in een vluchtauto achter, en hij heeft ook geen uitspraken gedaan die de pers hebben gehaald, anders dan een korte verkondiging van de grootsheid van Allah. De Nederlanders en, gedurende een dag, de wereld, waren wel geschokt,. maar verder dan een sterk vermoeden van moslimterrorisme kwam hij niet. Zo zijn we wakker, maar is er geen boodschap.

Ten tweede kan het doel zijn geweest om verstrekkende angst te genereren. Angst om bijvoorbeeld in de Utrechtse tram te stappen, en in bredere zin om van het openbaar vervoer gebruik te maken en in Utrecht of de wijk Kanaleneiland te zijn. Of zelfs om toerisme naar Nederland te ontmoedigen. Deze opzet is dan redelijk geslaagd. Mensen hebben weliswaar niet massaal verklaard dat zij de tram gingen mijden, maar er was in Utrecht wel een toegenomen nervositeit. En bepaalde groepen toeristen blijven om maar heel weinig al weg, vooral als hun nieuwsbron sensatie boven relativering Plaatst. Zij laten Nederland nu toch buiten beschouwing bij hun plannen.

Een derde effect dat de dader hoopte te bereiken kan het mobiliseren van medestanders zijn geweest. Ook dit oogmerk zou dan niet geslaagd zijn; de moslimgemeenschappen in Utrecht en heel het land hebben hun afschuw laten horen. De halfslachtige levenswandel van de dader is ruim bekend geworden, waardoor zijn potentiële voorbeeldrol is veranderd in een beeld van een man op wie iedereen legitieme kritiek kan hebben. Zijn periodes van vroomheid waren kort, zijn afdwalen van het juridisch rechte pad en het orthodox-religieuze pad een terugkerend patroon. Zijn criminele gedrag – aangenomen dat de meeste aantijgingen op enige waarheid gestoeld zullen zijn – is een catalogus waarin iedereen wel iets afkeurenswaardigs kan vinden. Sympathiek komt hij niet over, en sympathie wekt hij niet op.

Maar misschien wilde deze aanslagpleger wel een geweldsspiraal aanzwengelen. Zeker gezien de rechts-extremistische aanslag in Nieuw-Zeeland kan de dader hebben willen antwoorden, hopend op zowel medestand als reactie van tegenstanders. Want wat is een oorlog zonder opponenten? Door actie en reactie kon zelfs de eerste wereldoorlog beginnen, een hoopvol gegeven voor terroristen. Toch zou ook dit doel vooralsnog mislukt zijn. Er zijn geen rechtsextreme acties geweest. Hooguit was er uit vrij rechtse hoek in de Nederlandse politiek wat gekrakeel over het falen van de overheid in het voorkomen van deze aanslag. Daar kan geen terrorist genoegen mee nemen.

Wat de dader niet beoogde, maar wel bereikt heeft, is de toegenomen solidariteit in Utrecht. Mensen delen hun frustratie en pijn over deze aanslag, een basaal gevoel. In heel de stad zijn de dwarsverbanden versterkt. Het door de gemeente gefaciliteerde Bondgenoten netwerk ervaart eendracht en toegenomen bereidheid om met elkaar te spreken, om verdriet en spanning te delen. Ik ben blij dat misère zo goed in iets positiefs is omgezet – al hebben de directe slachtoffers liever, dat de tijd wordt teruggedraaid naar voor die donkere maandag. Het bewustzijn van de mensen van deze stad is een beetje toegenomen. Men weet, dat de aanslagpleger de echte schuld heeft, en men eigenlijk onschuldig is.


Rvpcc

Ruben van Praagh (1978) is schrijver. Naast essays en columns schrijft hij ook voor bedrijven; van training tot business plan. Ruben komt uit Utrecht, is getrouwd en heeft vele interesses, waar hij ook over schrijft. Dit zijn, bijvoorbeeld, astronomie, economie, maatschappij & politiek, auto's, muziek, en gedragswetenschappen.

2 reacties

Nummer 22 · 25 maart 2019 op 14:05

Schuld en onsculd, twee woorden waarin het woord ‘ angst’ verborgen ligt. Angst voor degene(n) die zich vanf het allereerste moment van onschuldig naar schuldig hebben begeven. Wat is onschuld en schuld dan. Onschuldig tenzij de feiten bewezen zijn dat het *on’ weggelaten kan worden. Schuldig aan het verderf zaaien, de dood en gewonden van medemensen op het geweten (mocht dat er zijn) hebben.
Hebben wij een collectieve onschuldig status of zijn wij deze onschuld status al eeuwen geleden verloren? Wij lijden het meest van het leiden dat men vreest. Maar als de mens de agst en angsten het eigen leven laat leiden, dan zal er geen enkel sprankje hoop zijn voor de mensheid. Religies waren en zijn veelal de oorzaak van onverdraagzaamheid naar de medemens en gevolgen voor het individu die nooit te rechtvaardigen is, nooit!

    Rvpcc · 25 maart 2019 op 14:21

    Dat zijn een boel woorden voor iets waar je zelf blijkbaar ook nog niet helemaal uit bent. Ik ben ervan overtuigd dat de hoofdverdachte hier ook dader en schuldige is.
    Het gaat mij om de onschuld aan de slachtofferkant, en dat heeft nou eens niets te maken met de vraag of Nederland, Utrecht, of zelfs de directe slachtoffers dit over zichzelf hebben afgeroepen. Het woord angst ligt niet speciaal in de vraag van schuld of onschuld verborgen, hoewel angst wel een diepe menselijke drijfveer is.
    De taal van je laatste zin klopt niet helemaal, maar ik denk dat je religies aanwijst als oorzaak van onverdraagzaamheid en dat je het beschadigen van de medemens in dat kader afwijst. Dat laatste ben ik met je eens, maar onverdraagzaamheid zit mijns inziens in de mens zelf, en religie is al eeuwenlang een goed excuus om het naar buiten te laten komen. Maar ik geloof dat Ajax en Feyenoord, of Antifa en Forum voor Democratie, elkaar evenmin verdragen, en dat sommige van hun volgers daarin te ver willen gaan, zonder dat er een religieuze lijn tussen hen te trekken is.

Geef een reactie