Het platte land, mijn geboorte land. Tussen groen, koeien en boerderijen groei ik op. Soms alleen en eindeloos zwervend door de weilanden. Boomhutten bouwen met vrienden, de boer helpen met hooien. Zwemmen in het meer tot zonsondergang. Vette melk, verse groenten, gezonde lucht en bier maakten me een man. Een gezonde man. Dus aan het werk, mijn eerste baantje. Bijna zestien jaren jong, wacht ik midden in de nacht in een stille woonkamer. Lichte spanning in mijn lijf, als de afgesproken tijd verstrijkt. Dan het ronkende busje met de rode lampjes. Ik grijp mijn plunjezak en trek de voordeur achter mij dicht. Smijt non galant mijn spullen in de achterbak van het busje en neem plaats tussen de kerels. Iedereen zwijgt. Bebaarde monden zuigen aan zware shagjes en rieken naar de alcohol. Vlot rijd het busje door de stille straten van ons dorp, dan de snelweg op dieper de nacht in. Niemand lijkt het te interesseren waar naartoe, ze doen een dutje of roken peuken weg. Ik hang onderuit en doe alsof ik slaap. Nu ben ik een van hen.

Na een uur of wat, rijden we een erf op. Na het parkeren stappen we uit, wat gemompel en geschuivel als we onze spullen pakken. Bleke, slaperige gezichten aan de schafttafel. Eerst een bakkie om wakker te worden, dan de werkleren aan. Gedimd licht brand er in de warme schuur die we binnenstappen. Een vaal wit piepend deken ligt op ons te wachten. De shovel rijd pallets binnen met plastic kratten erop. We graaien in het witte deken zeven kippen bij elkaar en stoppen ze erin. Twee keer wel te verstaan,veertien in een kratje. Gewoon bij een poot per kip, tussen duim en wijsvinger geklemd. Acht duizend kippen gaan op een vrachtwagen naar de slachterij. Ze zijn pas zeven weken oud en hebben het daglicht nauwelijks gezien. De eerste aanraking met een mens, waarschijnlijk de laatste. We eten zo graag een goedkoop filetje. We doen ongeveer een uur over een volle auto, dan schaften we. Na zeven of acht wagens zijn de hokken leeg. Een goede boer trakteert op bier, na het laatste kippetje. Dan komen er sterke verhalen en de schuine moppen. Ik mag er ook eentje doen. Al boerend en rokend stappen we de bus weer in. Eén voor één worden we thuis afgeleverd. We stinken naar bier, shag en kippenstront. Nee.. geen vakken vullen bij de Albert Hein, geen babyzitten bij de buur. Ik ben kippenvager, verdien tien gulden per uur.

Categorieën: Algemeen

15 reacties

Avatar

Libelle · 14 mei 2012 op 15:37

Er zijn kippenvagers, die het zo niet vertellen kunnen.

Avatar

DreamOn · 14 mei 2012 op 16:48

Mooi verteld, maar ik stoor me wel aan de vele foutjes.
De titel: deken is mannelijk, dus de donzige deken, ipv een donzig deken, moet het een donzige deken zijn.
platte land = platteland
non galant = nonchalant
Vlot rijd het busje = vlot rijdt
Gedimd licht brand = brandt
Een vaal wit piepend deken = foute zin. Een vale, witte, piepende deken
Nee…geen vakken vullen = Nee…Geen vakken vullen. Na beletselteken altijd een hoofdletter.

Verder moet je uitkijken, je gebruikt verleden en tegenwoordige tijd door mekaar, evenals meervoud en enkelvoud.

Toch neemt het niet weg, dat ik het een mooi stukje vind om te lezen. Mijn kritiek is dan ook opbouwend bedoeld! 😉

Avatar

Mien · 14 mei 2012 op 16:50

Helaas zijn deze kippen er als de kippen bij.
Een triest bestaan voor deze beestjes.
En toch eten we er geen kip minder om.
Kippig als de mens kan zijn.

Mien K/R/I/P/tiek

Avatar

Sagita · 14 mei 2012 op 19:10

Het is dat DreamOn me opmerkzaam maakte, anders had ik gewoon over je zonden tegen de Nederlandse taal heen gelezen. Een verhaal vertellen met kop en kont kan je wel. Moet dit soort werk middernacht gebeuren omdat die beestjes dan slapen en er minder onrust ontstaat? Uit dat witte dek leid ik af dat ze niet op stok zitten: klopt dat?

Avatar

Dees · 14 mei 2012 op 19:13

Ik vind hem prachtig, een prachtige sfeerbeschrijving van een kippenvager voor een dag (of wat). Zelfs op een van je foutjes ben ik verliefd. Non galant. Mooi! 🙂

Avatar

sylvia1 · 14 mei 2012 op 20:33

Ik vind het hele mooie aan deze column dat de twee gezichten van het platteland zo duidelijk naar voren komen, het romantische beeld van de eenvoud, het harde werken, authentieke no-nonsense, aan de andere kant de bio-industrie. Goed beschreven ook (ben eens getuige geweest van dit kippenvangen).

Avatar

pally · 14 mei 2012 op 21:10

Sfeercolumn over de rauwe kant van het platteland. De korte bijna staccatozinnen benadrukken dat nog extra. Stijl en inhoud vormen zo een geheel. En die foutjes, ach, dat komt wel goed…

groet van pally

Avatar

Harrie · 14 mei 2012 op 22:29

Non galant … mooi gevonden. Ik mag aannemen bewust. Verder sluit ik me aan bij het commentaar van Sylvia hieronder.

Avatar

trawant · 15 mei 2012 op 00:32

En hier zou ik het serviezenvrouwtje Jaspers wel eens over willen horen..meeslepend beschreven schets over de achterkant van de bonusaanbiedingen.
Net zo ruw als het baantje, geeft niks hier halen ze de vautjes er wel uit.

Avatar

arta · 15 mei 2012 op 09:33

Echt een heel mooi stuk dit.
De achterkant van de filetjes… Doe mij maar een biologisch kipje 😉

Avatar

BlogBoy · 15 mei 2012 op 11:07

En ik waardeer dat..

Avatar

BlogBoy · 15 mei 2012 op 11:11

Het werk gebeurt in de nacht, zodat de kippen rustig blijven. Maar ook omdat er dan altijd volle vrachtwagens zijn, als de slacht-fabriek om zes uur in de ochtend gaat draaien. De kippen (kuikens) lopen gewoon over de vloer van de schuur..

Avatar

Ferrara · 15 mei 2012 op 17:02

Ben je kippenvager of vanger. Vergis ik me of vul je de vakken bij AH indirect. Goede inkijk.

Avatar

LouisP · 15 mei 2012 op 17:21

Vlot rijd het busje door de stille straten van ons dorp, dan de snelweg op dieper de nacht in. Niemand lijkt het te interesseren waar naartoe, ze doen een dutje of roken peuken weg. Ik hang onderuit en doe alsof ik slaap. Nu ben ik een van hen.

Mooi stukje
mooie eindzin
Deed me aan een stukje van Jan Cremer denken. Een van zijn eerste baantjes was werken in een slachthuis.

Avatar

Fem · 16 mei 2012 op 15:12

Zet je wel aan het denken, deze column. Ik vind hem erg sterk. De meeste foutjes las ik zo overheen, dus ik zag er misschien maar ééntje en die verdronk voor mij in het geheel…

Geef een antwoord