Ga je mee nog even fietsen? De avond was broeierig en de lucht zat als een klam, hypersized T-shirt om zwetend vlees. In korte broek en op slippers klom ik op mijn lichtmetalen pegasus. Wat is het heerlijk pedaleren door de dreven van het eiland Putten! Langs het witte kerkje van Simonshaven, richting het groene recreatiebied de Bernisse, dat de naam draagt van een eeuwenoude rivier waar ooit een zeeslag woedde. Alles snakte naar water, de schapen en koeien leken trager dan ooit. Op de terugweg volgden we het bekende pad richting huis, tot mijn vrouw iets zag en stopte. Ze riep me, maar ik had de stal geroken en trapte nét iets sneller door, zodat ik haar niet meteen hoorde. Toen dat eindelijk wél het geval was, zag ik haar met een groepje fietsers gebaren naar het weiland. Koe van de wal in de sloot! De koe bleek een jonge stier, maar evenzogoed lukte het hem niet uit de ondiepe sloot te klauteren. Hij had al enkele tientallen meters geploeterd en was zichtbaar moe. Hij kon, letterlijk, geen kant op, links noch rechts.

Mijn relatie met koeien moest ik in ere houden, dus ik deed mijn slippers uit en gaf mijn horloge aan mijn vrouw. Blootsvoets en met de moed van de onnozele klom ik over het hek dat mij van het dier scheidde. Dat was inmiddels tot net onder de rug zwart van de stinkende modder. Het stopte af en toe zijn kop onder ‘water’. Wilde hij er een egaal mooi zwart geheel van maken? Ik riep het een en ander, klapte uit de maat in mijn handen, bukte gevaarlijk diep om het beest recht in de ogen te kijken, liep voor hem uit en riep ‘kom dan’ of ‘voort.’ Of het dier mij verstond (in de betekenis van begrijpen) of dat het in doodsangst zich zélfs aan mij durfde vast te klampen, weet ik niet, maar hij volgde me.
Steeds na twee, drie stappen moest hij even uitrusten; een enkele keer leek het of hij zou wegzakken. Ik liep aan het eind van de sloot om en kon hem lokken. Ik greep hem bij zijn linkerhoren en liet niet meer los. Nú moest ik kiezen. Zelf in het vieze water worden gesleurd of het angstige beest dieper in de modder laten zakken door zijn geploeter.

Het werd gelukkig geen van beide. De inmiddels gealarmeerde boer kwam met een stuk touw dat hij om de kop van het dier legde. Samen met nog iemand lukte het ons om hem op de kant te trekken. Het dier werd meteen omringd door soortgenoten die hem liefkoosden en verbaasd naar zijn opmerkelijke kleurspoeling en make-over staarden. Een van de vrouwen die toeschouwde zei, ‘kijk, zijn billen zitten vol water!’, maar dát bleek toch echt een kwestie van fokken…

Thuis gekomen drong het tot me door dat ik een rood T-shirt droeg. Was de stier kleurenblind, zaten zijn ogen vol modder, of dacht hij ‘liever rood dan dood’?

© Jan Bontje 2006

Categorieën: Algemeen

9 reacties

Mosje · 25 juli 2006 op 20:53

Hela Jan, dit stukje gaat helemaal niet over politiek of zo. Dit gaat over ouwe koeien uit de sloot halen.
😉

KawaSutra · 25 juli 2006 op 21:20

Stierenvechten niks voor je? Volgens mij ben je een natuurtalent. 😛

WritersBlocq · 25 juli 2006 op 23:11

Ik vind het een schattig stukje, en ben trots op je!

Mup · 26 juli 2006 op 01:21

Eens met wb, hier proost ik op,

Groet Mup.

Ma3anne · 26 juli 2006 op 07:22

Er is geen Jan zo Bont of er zit een vlekje aan. Leuk eens een keer iets totaal anders van je te lezen.
Hulde voor je reddingsactie!

Dees · 26 juli 2006 op 09:13

😀 😀 Super stukje. Grappig dat je schrijfstijl juist hierbij meer tot zijn recht lijkt te komen. Door de vrijheid van het onderwerp misschien of het persoonlijke dat nu eens hoogtij viert. Genoten.

Chantal · 26 juli 2006 op 17:55

Hee leuk stukje zeg! En heel wat anders dan we van je gewend zijn en juist daarom extra leuk! 🙂

pepe · 28 juli 2006 op 21:58

Ik ben het eens met de voorgaande reacties.
Een andere Bontje dan we gewend zijn, heel leuk en super dat je je leven op het spel zette om dit stiertje te redden.

Literator · 9 augustus 2006 op 23:50

Kan dat eigenlijk wel, een rivier waar een zeeslag woedde?

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder