Het was de zon in je ogen, een blik. Dat moment had me bekend moeten voorkomen, of kunnen voorkomen, dat had het moment van voorkomen van brandwonden kunnen zijn, of van nog een beetje uitstel. Misschien besloot ik ook doelbewust dat gegeven niet te registreren in mijn bovenbewuste. Zodat ik later iets kon murmelen over [i]nicht gewusst[/i]. Zou het echt zo zijn dat je blijft herhalen totdat je er een ander einde aan breit? Want ik kan niet zeggen dat ik daar nog de energie voor heb, voor over heb, eigenlijk. Deze rust bevalt me wel. Ook al mis ik soms de adrenaline van Pasens reeds verstreken. Het was ook geen herhaling om over naar huis te schrijven. Het was een slap aftreksel. Er was maar zelden glans. Het was veel plasticer, of wat de vergrotende trap van plastic ook maar zal zijn. Een gammel achtbaantje van duistere dalen, met maar een mijner benen binnenboord. Van anticlimax naar anticlimax. Uiteindelijk voel ik dat het meer jouw feestje was. Nou ja, feestje… Baas boven baas. Het primitieve recht van de gekwetste om te kwetsen. Een bruut, met een incidentele oprechte zon in de ogen.

Het heeft mij best een hoop ontnomen en paradoxaal juist ook veel gegeven. Tegen W. grap ik wel eens, dat ik je een bos bloemen zou moeten sturen, voor de druppel in die overvolle emmer. Terwijl, eerlijk is eerlijk, ik in de weken daarvoor meer aan stenen in ruiten, rode wijn in contact met dure kleding en suiker in tanken zat te denken. Gelukkig huist er een keurig en trots meisje in mijn donkere krochten. Ze wint bovendien altijd, al duurt het soms even.

Ik denk samenvattend dat het probleem niet is dat overal schoonheid in zit. Dat het een gave is. Dat het de kunst is om die schoonheid te zien, maar het lelijke niet te bagatelliseren tot een stipje op de einder, als het juist de schoonheid is die nauwelijks meer te zien is met het blote oog. Een druppel schoonheid maakt nog geen zomer. Het is niet zo dat schoonheid altijd overwint en het is ook niet zo dat als dat wel zo zou zijn, je daar maar op moet gaan wachten.

Ik ben blij met mijn vermogen om het mooie te zien, want ik denk dat het een talent is, misschien wel mijn grootste. Een romantica op een willekeurig kruispunt, al is een heel stuk weg hierachter er eentje bezaaid met lijk en bloed en traan, het gaat uiteindelijk toch meer om het stuk weg nog te gaan, de zon in eigen ogen. En daar heb ik zin in… Mijn gezelschap is goed en de grond is vast.

Categorieën: Liefde

5 reacties

arta · 25 april 2009 op 16:54

Mooie titel.
Het stuk begrijp ik niet helemaal, maar dat is ook niet nodig, want ik zie wel een originele schrijfstijl, Quotes als deze: [quote]Uiteindelijk voel ik dat het meer jouw feestje was. Nou ja, feestje… Baas boven baas. Het primitieve recht van de gekwetste om te kwetsen. Een bruut, met een incidentele oprechte zon in de ogen. [/quote] vind ik om te smullen.

LouisP · 25 april 2009 op 17:21

F.
volgens mijn bescheiden mening een erg mooi stukje tekst.
Het roept inderdaad wat vragen op maar dat geeft niet. Ik had het Duits vervangen voor gewoon een mooie taal.
De laatste zin is sehr schön.

groet,

L.

champagne · 26 april 2009 op 10:45

Een tekst die je heel bewust moet lezen, anders ontgaat het een en ander je. Vol mooie zinnen en als bonus een hele mooie als uitsmijter.

Mien · 27 april 2009 op 16:27

Knappe column.

Mooie verrijzenis uit achterstallig leed.

Welkom bij ColumnX.

Mien

Shitonya · 5 mei 2009 op 04:49

beetje laat, maar toch nog even groot applaus. Eindelijk weer een talent gevonden. Prachtig geschreven!

Geef een antwoord