Volgens een uitgerangeerde Amerikaanse generaal met de nogal nichterige naam J. J. – it’s all in a name – Sheehan is er in het leger geen plaats voor poten en potten. Sterker nog: hij is zelfs van mening dat het de schuld is van een stelletje luie, Hollandse flikkers dat er in 1995 in Srebrenica 8000 jongens en mannen zijn vermoord. Sheehan beroept zich op uitspraken van de toenmalige, Nederlandse generaal ‘Hankman – it’s all in a name – Berman’. ‘Hankman Berman’. Als ik die naam hardop uitspreek, krijg ik een hele gore smaak in mijn mond. Alsof ik tien minuten geleden een niet meer zo verse haring met iets teveel uitjes heb gegeten en nu een stinkende boer moet laten. ‘Hankman Berman’. Hoe komt mijnheer Sheenan erop. Die naam verwacht je op een onsmakelijke cover van een heel slechte XXX-rated pornofilm uit de jaren zeventig. Het soort film dat je alleen kunt kopen in een underground sexshop voor leerfetisjisten. Een tot winkel verbouwde martelkamer, waar een normaal mens nog niet eens een blik in de etalage durft te werpen. Uit schaamte. Waar de eigenaar, type kampbeul, verstoord ‘Mein Kampf’ terzijde legt zodra je naar binnen sluipt. Om je daarna vol trots zijn verzameling SS-uniformen en gasmakers te tonen die hij beneden in zijn muffe, naar leer, zweet en andere lichaamssappen riekende kelder als reguliere marktkoopwaar heeft uitgestald.

‘Hankman Berman schiesst seine waffe leer!’ Zoiets. Der Hankman staart vanonder de klep van zijn zwarte, leren pet verwilderd voor zich uit, terwijl een duivelse grijns zijn pokdalige tronie verwringt. Hij draagt een nauwsluitende, zwartglimmende, leren broek met zowel aan de voor- als achterzijde een praktische opening. (Echte soldaten behoren volgens generaal J.J. immers ten allen tijden paraat te staan). Om zijn opgeblazen schouders hangt nonchalant een stoer, zwartleren uniformjasje, zodat zijn harde sixpack duidelijk zichtbaar is. Op zijn rechterborst prijkt een logo met twee identieke bliksemschichtjes. (Die sixpack is overigens niet het enige wat hard én duidelijk zichtbaar is). Met vlakke hand en gestrekte rechterarm lijkt der Hankman aan te willen geven dat het vijf minuten voor twaalf is. En terwijl hij stevig zuigt aan een dikke sigaar – wat is dat toch met echte mannen en sigaren? – die aan zijn besnorde bovenlip hangt, laat hij zijn zwartgelaarsde linkervoet triomfantelijk op het blote achterwerk van een naakte jongen rusten. De bovenste van de stapel. Een torenhoge stapel van uitgemergelde jongens en mannen waar het verse bloed nog uit de gaten stroomt. Het decor is een voetbalstadion. ‘Hankman Berman’. Die naam bestaat helemaal niet. Maar ik kan me wel voorstellen waar meneer J.J. Sheehan zijn inspiratie vandaan haalde!

Nederlands hoogste baas van defensie ten tijde van de massaslachting, Henk van den Breemen, liet in een reactie weten zich niets te kunnen herinneren van dergelijke uitlatingen. Dat niemand zich iets kan herinneren uit die periode lijkt inmiddels algemeen geaccepteerd. Toch denk ik dat er ergens een kern van waarheid zit in het verhaal van die kortzichtige Republikein. Henk van den Breemen wist donders goed wat er zich onder zijn verantwoordelijkheid afspeelde. Hij moet geweten hebben van de voorgenomen massaslachting. De Hollandse blauwhelmen stonden erbij en keken ernaar. Dat moet geknaagd hebben aan een man als Van den Breemen. Ik kan me zo goed voorstellen, ik hoop het zelfs vurig, dat hij op een bepaald moment uit pure frustratie zoiets geroepen heeft als: “Waarom staken jullie verdomme geen fucking poot uit om die mensen te redden? Jullie zijn toch geen fucking mietjes zeker?” En leg dan maar eens aan een oer-conservatieve Amerikaanse generaal uit hoe hij die opmerking dan wél had moeten interpreteren…

Gelukkig wil de huidige Amerikaanse president af van het laffe Don’t Ask Don’t Tell-beleid dat zijn democratische voorganger Clinton – wat is dat toch met echte mannen en sigaren? – heeft ingevoerd. Dat komt er kort gezegd op neer dat homosexuele militairen ‘gedoogd’ worden binnen het leger zolang ze maar aan niemand laten weten dat ze homosexueel zijn. Dat komt er kort gezegd op neer dat homosexuele militairen ‘gedoogd’ worden binnen het leger zolang ze maar aan niemand laten weten dat ze homosexueel zijn. Ik schrijf deze zin bewust twee keer om de onzinnigheid hiervan te benadrukken. Hoe kun je ‘iets’ gedogen wanneer dat ‘iets’ zijn bestaan niet mag openbaren? Dat is hetzelfde als zeggen: ‘We gedogen marsmannetjes binnen het leger, zolang ze maar niet vertellen dat ze groen zijn!’

Ook binnen de voetballerij is er volgens een uitgerangeerde Duitse voetbaltrainer met de naam Rudi – it’s all in a name – Assauer geen plaats voor mietjes. Zuigend aan een dikke sigaar – wat is dat toch met echte mannen en sigaren? – beweert hij in zijn hele loopbaan nog nooit een homosexuele voetballer te hebben ontmoet. Hij beweert ook dat homo’s altijd kapot worden gemaakt binnen de voetballerij. Hoe heeft hij dat kunnen vaststellen als er volgens hem geen homo’s rondhuppelen op de groene mat? Het zullen er niet veel zijn, maar degenen die er rondlopen pik je er zo uit. En als je ze er zelf niet kunt uitpikken, dan doet meneer Armani dat wel voor je.


Antonie

Antonie schrijft columns en korte verhalen. Wanneer de actualiteiten hem daartoe prikkelen of zodra er inspiratie naar boven borrelt in zijn ietwat donkerroze gekleurde brein.

3 reacties

SIMBA · 23 maart 2010 op 08:18

Actualiteit met een vette knipoog! Leest lekker weg.

Avalanche · 23 maart 2010 op 12:47

Vind hem leuk!

klapdoos · 26 maart 2010 op 13:23

Goeie column, graag gelezen,
groet van leny

Geef een antwoord