Ontwaken doet de stad traag vandaag. Begrijpelijk. Het zijn zware tijden, ook voor haar. Het wordt wel eens vergeten maar ook zij kent haar grenzen. Ze heeft haar best gedaan, de sfeer goed gehouden, maar raakt aan het einde van haar krachten. Haar vermoeidheid is dan ook voelbaar, tastbaar bijna. Ze vertraagt het tempo, loom voelt ze, energie zoekend. Strompelend gaat zij voort met zware ledematen gedrenkt in oud feest. Het is even na achten, schemerig nog, tijd van twijfel, aanbreken of doorslapen. Ergens tussen die twee beweeg ik in de richting waarin ik mijn auto vermoed. Het is al weer enige dagen terug dat ik hem gebruikt heb. De parkeerplaatsen hier zijn schaars en zelden voor de deur. Kwijt raak ik ‘m meestal nog wel, terugvinden is een ander verhaal.
Ik ga op zoek, gedachteloos op speurtocht. Windstil is het.

Het rumoer komt van verderop. Om de hoek. Wakkere meeuwen bewegen zich schreeuwend rond een aantal opengewerkte vuilniszakken. Zilvermeeuwen zijn het, alleseters. Herriemakers. Resten afval van de afgelopen feestdagen liggen her en der op straat. Ze stappen er door heen, bevechten elkaar, vliegen op, zwenken een beetje links, een beetje rechts en duiken vervolgens weer tussen het verspreid liggende afval. Herrie en drukte maken.
In een poging rumoer en afval te ontwijken loop ik op enige afstand langs. Ondanks mijn zorgvuldig stappen blijft er aan mijn schoenzool hardnekkig een stuk plastic kleven. Vuilniszak, gele vuilniszak, met iets van restafvalplaksmurrie. Ik krijg het er slecht af. De handen moeten er aan te pas komen.

Ondertussen had ik mijn auto nog niet gevonden. Het speuren moest geïntensiveerd. Desondanks was er blijkbaar ruimte bij me om het verhaal over de gele vuilniszak te laten passeren. Bewust ging dat niet. Er was geen actie voor nodig. Het lag voor het grijpen en activeerde zichzelf als het ware. De gele vuilniszak is een nieuw fenomeen voor onze buurt. We zijn er recent over geïnformeerd. De gele vuilniszak moet een einde maken aan de meeuwenoverlast. Niet door de kleur maar door de dikte. De gele zak is dikker. Dikker dan de vertrouwde grijze. 80 micron dik. Dat is heel dik denk ik. Uitgebreide tests hebben aangetoond dat het stevig genoeg is om meeuwensnavels te weerstaan. Openscheuren is er niet meer bij. De vervolgredenering is dat wanneer de zakken niet geopend kunnen worden de meeuwen uiteindelijk de aftocht zullen blazen. Weg overlast. Einde verhaal. De praktijk vanmorgen is een andere. Andere meeuwen waarschijnlijk, een hardnekkiger soort.

Door regelmatig op het knopje van de afstandsbediening te drukken zie ik op enig moment de lichten van mijn auto knipperen. Daar staat ie. Een meter of vijftig nog. Ik bedenk dat er over de gele zakken wellicht nog het een en ander te zeggen valt (er kan meer in; de arbo wet legt de grens bij 8 kilo; meer mogen de vuilnismannen niet tillen). Ik zie ook mogelijkheden voor een aardige afsluiting maar besluit ze te laten. Al met al is het al wat teveel deze ochtend. Het zal iets met het weer zijn, iets met de feestdagen, leeftijd wellicht.

Achter het stuur zit ik, zucht ik en sluit ik mijn ogen.
Stad en ik, realiseer ik mij, we moeten nog op gang komen.

Categorieën: Algemeen

6 reacties

pally · 8 januari 2013 op 18:09

Mooi, Frank, de stad tot persoon maken met een kater! Als lezer neem je mij met moeizame stappen mee de stad in. Dat gebeurt ook, omdat je in de o.t.t schrijft. Wonderlijk genoeg ga je in de 4e alinea plotseling even over tot de v.t.
Heb je daar een bedoeling mee?

groet van pally

Meralixe · 8 januari 2013 op 18:46

‘Ze vertraagt het tempo, loom voelt ze, energie zoekend. Strompelend gaat zij voort met zware ledematen gedrenkt in oud feest.’

Mooi, ook elders is er hier en daar een diamantje merkbaar zoals:

Ze stappen er door heen, bevechten elkaar, vliegen op, zwenken een beetje links, een beetje rechts en duiken vervolgens weer tussen het verspreid liggende afval.

en

Achter het stuur zit ik, zucht ik en sluit ik mijn ogen.
Stad en ik, realiseer ik mij, we moeten nog op gang komen.

Doch, als dit mag, grondig herlezezen en controleren op de leesbaarheid voor de leek.

‘Ergens tussen die twee beweeg ik in de richting waarin ik mijn auto vermoed.’

leest naar mijn persoonlijke mening dan weer hoekig. (Zo spreekt men niet)

P.S. Wie kan me leren werken met die handige quotes :pint:
:pint:[quote]Even proberen[/quote]

Heerlijk…Dank U wel…(……) :kus: :kus: :kus:

Mien · 9 januari 2013 op 09:16

Soms zie ik ook gele zakken voor mijn ogen.
Is al lang geleden.
Mooi sfeercolumn.
Verder eens met Pally.
De hele columnn had in o.t.t. gekund.

Mien

Ferrara · 9 januari 2013 op 12:34

[quote]Het lag voor het grijpen en activeerde zichzelf als het ware.[/quote]
Daar komen de mooiste verhalen uit voort.

Ik was er al bang voor die zakken zijn dus ook niet meeuwbestendig.

Harrie · 9 januari 2013 op 17:36

Mozes kriebel. Dit zegt meer over de mensd dan over de meeuw. Wel mooi gevat en geschreven.

Yfs · 10 januari 2013 op 11:27

Het typeert en lukt jou altijd heel goed Frank om de dingen die je waarneemt te omschrijven en vooral wat het doet met jouw gedachten, ofwel hoe die daar mee aan de slag gaan.

[quote]Ik bedenk dat er over de gele zakken wellicht nog het een en ander te zeggen valt (er kan meer in; de arbo wet legt de grens bij 8 kilo; meer mogen de vuilnismannen niet tillen)[/quote]

Die opsomming dus die jouw gedachten jou aanreiken.. dat bedoel ik!!

Echt heel mooi geschreven! :wave:

Geef een reactie

Avatar plaatshouder