Ik zag ze eerst langs het raam lopen. Een guitig meisje met wapperende staartjes die al huppelend haar sober geklede vader bij probeerde te houden. Een vreemd soort geluk straalde van hen af terwijl ze zich naar mijn voordeur begaven. Aangezien ze geen blauwe envelop met zich meedroegen deed ik, zo gastvrij als je maar kunt lijken in een badjas, de deur open. Of ik het kaartje dat het meisje mij, met een vreemde hoopvolle blik in haar ogen, aanreikte even goed door wilde lezen. ‘Hoe overleef ik het eind van de wereld’ luidde lettertype 25 op de voorkant, zodat zelfs mensen met een volgespoten condoom over het hoofd de tekst nog prima konden lezen. Ik begon bij de titel echter al het idee te krijgen dat de folder weinig met enige vorm van rampenpreventie te maken zou hebben.

Ik merkte dat ik het uitstelde om verder te lezen. Ik wilde er gewoon niet aan. Het blije meisje dat huppelend en onbezorgd naar het volgende huis huppelde wenste ik dit niet toe. Laat de folder alsjeblieft niet zijn wat ik denk dat het is. Het leven kan zo mooi zijn voor de kleine meid, ze kan zich onschuldig voelen, ze kan onbezorgd fietsen, spelen, lachen, en uiteindelijk ook flirten. Ze zal leven, en ervan genieten.

Gesterkt door dit beeld begon ik de rest van het a4tje te lezen. Als een mokerslag zag ik uiteindelijk het woord staan ‘Jehova’.

Het meisje was niet gelukkig geweest met het leven, het mooie weer, of om samen te zijn met haar vader. Nee, dit meisje was blij geweest om haar dood. Ze was blij omdat ze vast vandaag iemand zou ‘redden’, en daarmee haar plekje in het hiernamaals zou verzekeren.

Dit meisje kan zich niet onschuldig voelen, ze is belast met het geloof dat ze zondig geboren is. Een levenslange schuld aan alle mensen om haar heen. Alles in haar schreeuwt dat ze alles onwaardig is, dat anderen altijd belangrijker zijn dan zij.

Ze durft niet te leven, omdat ze denkt dat ze daarmee een leven na de dood verspilt. Ze geeft dit leven geen kans, zal nooit het uiterste eruit proberen te halen. Ze zou net zo goed dood kunnen zijn, want het leven is voor haar een grote wachtkamer. Wachten op de dood, tot alles beter wordt. Ze denkt dat ze het licht aanbidt, maar aanbidt de dood. Veel geloven zitten dichter bij satanisme dan je zou denken. Levende doden.

Mijn hart huilt om dit meisje. Ik heb geen hekel aan Jehova getuiges, en tracht de beslissing van iedereen te aanvaarden die een bepaald geloof aanhangt. Ik vind het een prachtig gebaar dat zij mij probeert te redden van een vreselijk hiernamaals. Het steekt mij daardoor des te meer dat ze verloren is.

Ze is als iemand die ondergesneeuwd is door een lawine, maar toch tracht het sneeuw van iemands schouder te wissen tijdens een lichte sneeuwbui.

Ik hou van het leven. Ik bewonder en koester mijn eigen leven boven alles. Ik heb maar één leven, het is alles wat ik heb. Als er, hoe onwaarschijnlijk dit ook is, een goddelijk wezen bestaat kan ik trots zeggen dat ik gebruik heb gemaakt van alles wat mij gegeven is. Daarna zou graag naar de hel gestuurd willen worden, samen met de rest van de levensgenieters.

Het meisje was onderhand een paar straten verderop. Met een triest gevoel in mijn onderbuik sloot ik de deur, liep naar mijn zoontje toe en kuste hem op zijn voorhoofd, een plek waar zich hopelijk genoeg hersens zich bevinden om voor zichzelf te kunnen nadenken. Een plek die ik nooit zou willen beïnvloeden met valse zekerheden over zaken waar geen mens de waarheid van weet.

Categorieën: Maatschappij

9 reacties

DriekOplopers · 15 augustus 2009 op 09:59

Mag ik je een groot compliment maken? Een mooie column die het midden houdt tussen een aanklacht en een overpeinzing. Klasse.

klapdoos · 15 augustus 2009 op 11:46

Mooi beschreven, graag gelezen,
groet van leny :wave: :wave: :wave:

arta · 15 augustus 2009 op 20:32

Ik vind em mooi!
🙂

pepe · 16 augustus 2009 op 21:26

Goed en gevoelig geschreven, met plezier gelezen.

FatTree · 17 augustus 2009 op 10:18

Bedankt voor de reacties!

Ik vond het erg lastig om te beschrijven waarom ik mij zo voelde toentertijd. Blij dat dit toch is overgekomen.

pally · 17 augustus 2009 op 10:24

Mooi evenwichtig geschreven, FT! Je eigen gevoel er goed doorheen geweven. Komt ook heel integer op mij over,

groet van Pally

KawaSutra · 18 augustus 2009 op 00:57

Goed geschreven FatTree.
Gelukkig zijn kinderen heel flexibel en leven uiteindelijk toch hun eigen leven. Hopelijk zal ze op tijd de juiste vragen stellen en haar eigen conclusies trekken.

Dees · 18 augustus 2009 op 11:24

Juist omdat er veel emotie in zit (die geloofwaardig overkomt) is de flow wat haperend. Alsof je je inhoudt waar je gas zou moeten bijgeven en gas geeft voor de bocht. Was je bang dat het te sentimenteel zou worden? Want ik denk niet dat je dat hoeft te zijn.

Dat is mijn intuitieve reactie 😉

Je laatste alinea is het mooiste, als je de emotie wat loslaat, jezelf weer ruimte en adem gunt en naar het andere uiteinde van het contrast gaat, dicht bij jezelf.

FatTree · 18 augustus 2009 op 15:03

Ik heb wel behoorlijk wat lopen stoeien met de juiste toon inderdaad, en waarschijnlijk driekwart eruit geknipt. Best kans dat ik wat heftige beweringen eruit heb gelaten.

Dingen opschrijven is niet zo heel moeilijk, het zit hem vaak in het schrappen he :S

Geef een antwoord