Hun hoop was gevestigd in de tuin en op de mensen. Ze ruimden, al wat zij lieten slingeren, op. Dat zij dit overlast noemden, en dat deze overlast al zo lang aanhield dat de tweevoeters niet meer wisten wat nou eerst was; lokdoos of mier, dat deed er niet toe. Het liep tot voor kort allemaal naar behoren. Tot die verordening kwam. Het proces was nog maar dagen geleden in gang gezet door de stakingen. Nu al was het logische gevolg een feit; de klad zat in de transportsector. De werkstop had vrijwel onmiddellijk grote gevolgen. Toen de voorraden niet meer aangevuld werden en snel leeg raakten, sloeg de honger toe. Eerst trof het de soldaten en tenslotte zelfs de koningin.
Buiten werd het vuil niet meer opgehaald. Het stonk. Niet gek als je zag hoe, al dan niet gevleugelde lijken zich langs de vele routes opstapelden.
Hoewel hun kaken jeukten om weer aan de slag te gaan, beseften ze dat een grens was overschreden.

Niet iedereen deed mee. Verkenners bleven gewoon hun tochten en notities maken. Tegen beter weten in, want de groene blaadjes met coördinaten en beschrijving van aard en hoeveelheid van zaken die bruik- of eetbaar waren, lagen her en der verspreid bij magazijningang. Niemand raapte ze op. Niemand las ze. De administratie zag in dat het zinloos was. Waarom zou je in deze situatie nog een begroting opstellen?
De laatste order van donderdag lag nog steeds in het bakje “uit”. Daarop vermeld; “dode rups, op 120.010.912 oost bij 3 graden noord, lengte 4 cm, doorsnede gemiddeld 4,63 mm, benodigd aantal ftm-eenheden: 215 stuks bij 20x de af te leggen afstand”. Bij de speciale instructies stond: “mondkapjes mee”. De rups lag bij ontdekking namelijk al drie dagen op die positie. De verkenner in wiens rayon dit viel, die dit gevaarte uiteraard eerder had moeten opmerken, was overeenkomstig de voorschriften gedrieëndeeld. Sommigen, met ernstig lege magen, kwamen tot de conclusie dat hij beter af was.

Het heette harde actie, maar de overgrote meerderheid stak geen voelspriet meer uit. Dat deed zeer, zowaar als ze zwart waren. De discussie over werktijden was in het verleden al hoog opgelopen. De rek was er nu uit. Reeds in de loop van larfjaar 0 was de 168-urige werkweek overeengekomen. Dat viel nog te billijken. Maar een jaar langer doorwerken als je al moet werken tot je sterft, is gewoonweg, niet eenvoudig te realiseren.

Categorieën: Algemeen

3 reacties

arta · 26 juli 2010 op 17:25

Origineel en leuk geschreven, Schorpioen!
🙂

Mien · 26 juli 2010 op 22:23

Leuke variatie op mierenfarm.

Mien Orwell

LouisP · 26 juli 2010 op 22:37

Schorpioen,
ik hou van vergelijkingen met dieren. Ook dit stuk, met de mieren. Ik vind het goed maaar voel dat er meer in zat. Maar wel heel leuk lezen.
gr,
Louis

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder