De zon staat hoog aan de hemel, wanneer ik aan het eind van deze zondagmiddag naar huis wandel vanuit de stad. Mijn oog valt op een oude man die, zichzelf aan muren vasthoudend, voortbeweegt. Zijn lichtgrijze jas zit kreukelig, nét iets te strak om het forse lichaam, zijn benen lijken elk een eigen leven te leiden. Ik loop naar hem toe en vraag of hij zich wel goed voelt. Zijn rode gezicht keert zich langzaam naar het mijne. Onduidelijk gromt hij iets, heftig nee schuddend met het kolossale kale hoofd. Ik begrijp de boodschap en loop door.

Een paar meter verder klinkt een woest dierlijk gegrom achter me. Ik kijk om en zie dat de man zich losgemaakt heeft van de muur en vervaarlijk waggelend mijn aandacht probeert te trekken. Schouderophalend besef ik dat mijn nonverbale kunsten nog wat te wensen overlaten en loop terug.
‘Zal ik toch even met u meelopen?’

Het rode hoofd is inmiddels bijna paars en zijn ogen puilen uit hun kassen. Snel pak ik met één hand zijn elleboog en met mijn andere zijn middel in een poging tot ondersteunen. ‘Als hij omvalt krijg ik hem nooit meer overeind’ spookt door mijn hoofd. Mijn greep verstevigt.
‘Waar moet u naartoe?’

Uit zijn ongecontroleerde gebaren en geluiden, denk ik enigszins een locatie te kunnen bespeuren, vlak bij mijn huis, dus ik besluit hem even thuis te brengen. Normaal lopend is het een minuut of zeven, dus dat moet in een half uur wel redden zijn. De alcohollucht die hij verspreidt probeer ik te negeren.
Deze man is minstens tachtig en heeft zich compleet klem gezopen. Wat haalt hij zich in zijn hoofd?
‘Niet oordelen’, roep ik mijzelf tot de orde. ‘Misschien heeft hij maar één borreltje op en is dat verkeerd gevallen. Kan gebeuren.’

Om de paar meter draait de man zich om en pakt me beet. Steeds maak ik me los en vervolg de moeizame thuistocht met hem. Af en toe staan we stil om te rusten. Eigenlijk is de situatie absurd. Juist ik, een enorme hekel aan dronken mensen hebbend, loop hier met de grootste zatlap, die ik ooit heb gezien! We lopen verder. Rusten, moeilijk doen, grommen, lopen, rusten. We zijn al halverwege de plaats, waarvan ik denk dat zijn huis is.

Weer draait de man zich naar me toe. Zijn waterige blauwe ogen kijken voor het eerst in de mijne. Onwillekeurig gaat er een rilling over mijn rug. Weer begint hij te grommen, maakt zich los van me en grijpt met beide handen naar mijn borsten. Voltreffers. Godverdomme. Met een ruk sla ik zijn handen van me af, overweeg een seconde om hem een dreun te verkopen, maar houd het bij ‘Val dood, vieze smeerlap’ voordat ik in vol tempo, zonder om te kijken, wegbeen. Woest.

Terwijl ik mijn voordeur open, komt mijn buurman juist naar buiten.
‘Wat zie jij er verwilderd uit’, zegt hij verbaasd. Ik vertel wat er zojuist gebeurd is .
“Die vent greep me gewoon vol in mijn gemoed*!’ eindig ik verontwaardigd.
Lachend kijkt buurman mij aan.
“Achja, die man was dronken. Hij weet niet beter. Maak je niet druk.”
“Dus ik moet mijzelf maar door elke dronken vent laten betasten?” roep ik nog verontwaardiger dan ik al was en ren naar binnen,de neiging om recht naar de douche te rennen, onderdrukkend.

Ik voel me niet één, niet twee, maar driemaal betast.

In mijn eer.
In mijn trots.
In mijn vrouwzijn.

*) gemoed: Brabants woord voor decolleté

Categorieën: #Ookik

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

7 reacties

NicoleS · 23 oktober 2017 op 07:53

Prachtig geschreven! Dank voor dit ookik verhaal?

Mien · 23 oktober 2017 op 09:08

Bij de beesten af. De mens, een mens, een dier. Geheugenloos, gewetenloos, smakeloos, grenzeloos, middeleeuws.

Karen.2.0 · 23 oktober 2017 op 11:14

“Achja, die man was dronken. Hij weet niet beter. Maak je niet druk.”
Dat zegt alles….Jakkes, Arta. Dat heb je mooi neergezet. XX

Robert · 23 oktober 2017 op 11:32

Bepaald geen gemoedelijk stuk, Arta. Een mooi geschreven aanklacht voor iets dat denk ik veel vaker voorkomt dan de gemiddelde argeloze man vermoedt.
NB: “gemoed” heeft ook bovenregionaal deze betekenis.

Arta · 24 oktober 2017 op 11:29

Dank jullie wel voor de reacties! Het #metoo thema daagde uit tot schrijven, al moest ik wel even gaan kiezen welke situatie ik zou gaan uitschrijven.
Bizar, hoe er door zo’n thema bewustwording komt dat dit soort situaties redelijk regdlmatig voorkomen…
Gemoed, een mooi woord, maar minder regionaal dan ik dacht! ?

Dees · 25 oktober 2017 op 19:32

Gemoed ken ik enkel als humeur. Of kende. Dus in het Groningse en Noord Hollandse is vertaling nodig 🙂

Ook weer zo’n verhaal. Schepje op schepje erbovenop. En daarna moet je het maar uitzoeken. Goed beschreven.

Geef een reactie