Tja, de fabriek, waar ik werkte werd gesloten. De formule was simpel genoeg geweest. Totaal afgeschreven fabriek, die we met houtjes en touwtjes aan de praat hielden, werd voor 75 miljoen verkocht en de rente van dat bedrag moest opgebracht worden door diezelfde zieltogende fabriek. Niks nieuwe items voor die afgeschreven troep, gewoon weer geld verdienen en je smoel houden. Het lijkt er een beetje op, dat je je eigen kogel moet betalen, waarmee je gefusilleerd wordt. Nou, dat ging natuurlijk niet zo lang goed.

 

De fabriek moest gesloopt worden. Het werd in de kantine verteld en toen ik weer op mijn kantoor terugkwam, zag alles er onbelangrijk uit. Eerst maar een banaantje eten. Langzamerhand kwam het besef, dat ik richting uitgang moest. Ik werd bij het UWV toegesproken door een meisje dat mijn kleindochter had kunnen zijn. Zij vertelde mij, dat ik mij aan de regels moest houden, of anders mijn uitkering in gevaar kwam. Ik voelde mij toch al niet zo optimaal en van deze opmerking werd er weer een stukje van mijn eigenwaarde afgezaagd. Als ik digitaal solliciteerde, had ik vaak al een afwijzing te pakken, nog voordat de koffie doorgelopen was.

Ik werd mij heel bewust van het feit, dat ik een afgeschreven ouwe zak was. Geleidelijk aan verdween het blije jongetje uit mij en maakte plaats voor een sombere geest. Dan maar voor mijzelf beginnen, maar dat bleek geen goede keuze. Opdrachtgevers, die mij niet betaalden, gonsden dag en nacht door mijn hoofd en ik kwam achter te lopen met verplichte periodieke betalingen. Dat laatste was ook de angel in mijn ondergang. Ik kan er absoluut niet tegen, als ik niet meer aan mijn verplichtingen kan voldoen. Gelukkig heb ik een zoon, die ik in zijn studietijd diverse euroflappen heb moeten toesteken, maar nu stond hij aan de rugleuning van mijn stoel met de vraag hoeveel ik nodig had. Lief van hem en zijn baantje als advocaat kwam ook al zo goed van pas, met die onwillige klanten van mij. Ik ging zover onderuit, dat bijvoorbeeld het dagelijkse eten een bezigheid werd van voedsel door mijn strot proppen middels het drinken van water, gelijktijdig met een hap brokken. Zelfs de lucht in de supermarkt maakte mij nog misselijker dan ik al was en pas nu heb ik oog voor de volstrekt nutteloze producten die de mensen in hun karretje meevoeren. Er ligt maar een enkel ‘eerste behoefte’ ding in. En dan alle verpakkingen. Waarom hebben al die producten zo’ n mooie verpakking, als we het toch maar alleen in stront veranderen? Ze kunnen het net zo goed in bruin grijze papieren zakken met duidelijk opschrift in de schappen zetten, want die verpakking krijgt nog niet eens de kwalificatie ‘in stront veranderen.’ Nee, die verpakking wordt al weggegooid, nog voordat we dat proces in gang hebben gezet .

Ik had er geen last meer van gehad sinds mijn tweede Clumber Spaniel, die tijdens zijn geboorte te weinig zuurstof had gekregen en mijn Noorse boskat, die dit fenomeen beslist niet begreep, tussen mijn op scherp staande Ming vazen het noodlot liepen te tarten, maar eigenlijk zou ik nu weer, met een goede fles whisky en een volle puntzak met slaappillen in een warm bad willen stappen. Gelukkig had ik nog wel het besef, dat je zoiets je familie niet aan mag doen.

Je zou haast denken: “Ga eens met je kadaver naar een dokter.” “ Dokter, ik heb geen geld meer, kan mijn rekeningen niet betalen en ik heb ook al niet zo’ n trek meer.” De dokter zal antwoorden: “ Dat kan ik mij helemaal voorstellen in uw situatie,” en hij zou zijn schrille belletje ten gehore brengen, om een volgende patiënt aan te roepen.

Toen mijn zoon de achterstallige betalingen uit de opdrachtgevers geperst had, of anders failliet had laten verklaren, jawel, dat ging met gepast geweld, kon ik weer rekeningen gaan betalen. Op dit moment kan ik mij er niets meer bij voorstellen, maar ik kon er twee per dag doen en daarna lag ik uren lang op bed.

De bestaande klanten hadden het wel een beetje gehad met mij en de verdiensten waren ook niet echt riant meer te noemen. Jammer van die klanten, maar wie begon er nu met vervelend doen. Langzamerhand zag ik mijn schip de wal naderen en de uitdrukking van de bekende wal die het schip keert dreunde diverse keren per dag door mijn hoofd.

Ik weet niet of het er iets mee te maken had, maar ik kreeg ook een enorme piep in mijn oren, die te vergelijken was met een gillende tram in een bocht van de rails. Het bleef de hele dag aanhouden, maar daar had ik een trucje voor. Gewoon accepteren, verder niets. Die piep heb ik nu nog en wonderlijk genoeg is best te doen, als ik mij er maar niet aan ga lopen ergeren.

Uiteindelijk gingen mijn vrouw Carla en ik het gesprek aan over de Endlösung, want we wilden wel erg graag ons leven in onze eigen hand houden. We waren nu ook zover, dat wij het huis zouden willen verkopen voor een belachelijke lage prijs. Gelukkig stonden wij wat dat betreft met onze hypotheek niet onder water.

De telefoon gaat: “ Zeg, heb je zin om bij Petro Chem in de Botlek te gaan werken?” vraagt een vroegere werkgever van mij aan de andere kant……………………………… “Wanneer?” vraag ik. “ Liefst gisteren nog,” antwoordt hij.

“ Het wordt weer anders,” zei ik tegen Carla, toen ik de telefoon had neergelegd en ik zie mij nog de eerst volgende maandag ochtend om vier uur vertrekken in de inmiddels aangeschafte, vele keren afgeschreven rechthoekige Volvo Station, met achterin een pak closetpapier en een koffer vol kleren. In Goedereede heb ik een stacaravan gehuurd, waar ik na mijn werk bijna ogenblikkelijk in slaap viel. Ik had natuurlijk liever een baantje gehad in een actieradius van 10 kilometer om de keet, maar zoals mijn moeder het vroeger al riep, worden liever koekjes niet gebakken.

En nu? Ik ben weer opgekrabbeld. Er gluurt weer een blij jongetje vanuit mijn karkas. Carla heeft ook weer een autootje kunnen kopen en we doen ons ding. Zoals wij in het verleden wel meer gedaan hebben: Deur dicht smijten en doorgaan met adem halen, maar ik besef, dat het weer gemakkelijk praten is met een goed lot uit de loterij.

Categorieën: Algemeen

3 reacties

Esther Suzanna · 24 juli 2015 op 17:37

Ik denk te voelen dat je hier een verhaal kwijt wilt dat je erg hoog zit en logisch. Het is vreselijk om je baan kwijt te raken. Als ik het hele relaas lees dan kan ik objectief zeggen: het is waarschijnlijk een heel zwaar parcours geweest en je bent er goed door heen gekomen. Het is ook goed beschreven.

Persoonlijk, als dat al interessant is voor je, vind ik het jammer dat werk nog steeds voor veel mensen een levensinvulling is. Wat is de kwaliteit van leven als je in een stacaravan moet bivakkeren, ver van huis en haard? Is het het waard? Natuurlijk is dat mijn mening en die telt hier niet. Maar ik denk dat je de tijd ook had kunnen gebruiken om eens na te denken wat je nou wilt en hoe je prettig en misschien met minder kunt leven?

Wel een mooie column die mij raakt en zonder dat je in de slachtofferrol kruipt. Al bekruipt mij wel een gevoel van: kijk mij eens sterk zijn…zoetere koekjes kun je best wel bakken :blush:

Meralixe · 24 juli 2015 op 19:01

Welkom terug van weg geweest.
Maar he, hoe anders ik het ook zou willen, echt medeleven krijg ik er niet bepaalt van. Het is uw verhaal, het verhaal van een voor mij verder onbekende, op een site die tot op een zekere hoogte andere functies heeft.
Goed, laat het dan toch een luisterend oor zijn maar welke (goede) raad moet ik u dan meegeven?
Kijk, wij, deze site probeert er bij momenten een gezellige boel van te maken. Schrijf eens een column weg van het eigen (triestige) verhaal en probeer eens aansluiting te krijgen met ons door bijvoorbeeld eens mee te doen met de U vd M of ook eens te reageren op wat anderen schrijven. Dit zal u misschien het gevoel geven dat je er niet alleen voor staat. 🙂

Alvast veel sterkte toegewenst uit Vlaanderen.

Spencer · 24 juli 2015 op 23:15

Het was altijd mijn grote droom om in de Botlek te werken, maar het heeft niet zo mogen zijn. Ik ben blij dat het u wél gelukt is.

Geef een antwoord