Nee hè, voetbal vanavond, Juventus – Ajax, het interesseert me geen fluit. Man en zoon verheugen zich er al dagen op. Hapjes zijn voorbereid, bier staat koud, de verwaaide schotel op het dak is rechtgezet, ze zijn er helemaal klaar voor. Ik ga er braaf bijzitten, maar kijk opstandig níet naar de televisie. Op mijn iPad snel ik de koppen van de NOS, ik check mijn blog-pageviews, bekijk de weersvoorspelling, doe een spelletje. Af en toe gluur ik vanuit mijn ooghoek, dat is moeilijk te beheersen bij al die oeh’s en ah’s. 

Juventus scoort. Tuurlijk, ik had niet anders verwacht. Zo’n avond gaat het worden. Zo’n avond van wanhoop, frustratie en een stijve nek, omdat je onafgebroken met je hoofd schuin in de richting van het doel zit te wijzen. Het doel waar die bal in zou moeten, maar steeds maar niet in wil gaan. Nee, ik vermaak me wel op mijn eigen scherm.

Dan gebeurt er opeens iets wonderlijks. Het lijkt wel alsof ik plots ergens anders ben, íemand anders ben, bedwelmd, betoverd, gedrogeerd. Gillend en krijsend sta ik met man en zoon mee te hossen door de kamer als Ajax 1-1 maakt. 

De vlaag van gekte die mij per abuis overviel is ook weer snel verdwenen. Ik strijk mijn kleding glad en trek me weer terug in onverschilligheid. Ik ken dit soort wedstrijden. Die bloedarrogante Portugese kwast zal er gerust nog wel één of twee inschieten en dan gaan we allemaal depressief naar bed. Ik laat me niet gek maken, wend me weer af en bekijk nog maar eens de dramatische Notre-Dame-foto’s op de nieuws-app, al word je daar ook niet bepaald vrolijk van. 

Het is pauze. Reclame en geouwehoer van de voetbalspecialisten. Gelukkig is het ‘de Boer.’ Van zijn stemgeluid kan ik wel vrolijk worden. Ik haal bier voor de mannen en schenk mijzelf nog een scheut witte wijn bij, de enige troost voor deze miserabele avond. Zodra de tweede helft begint pak ik weer expliciet mijn eigen vermaak, al wordt het wel lastiger om de oeh’s en ah’s te negeren. Mijn ooghoek maakt overuren.

Dan sta ik toch weer vanuit het niets te stampen en te krijsen als Ajax stellig een tweede goal maakt. Zelfs het koptelefoontje van de vrolijke Franse scheids hoeft ditmaal niet te worden geraadpleegd. Nu begint een Amsterdamse overwinning toch wel een heel serieuze optie te worden en mijn pessimisme onheus. Ook voor die Italianen, die de paniek van de dreigende afgang in hun zenuwen beginnen te voelen, is tweemaal scoren in twintig minuten een krankzinnige opgave. Ik lijk het wel enerverend te vinden.

De iPad verdwijnt onder tafel en mijn relax-stand naar het puntje van de stoel. Met strakke, ingespannen ogen en gestokte adem wijst het hoofd onafgebroken naar links. Als een bezeten Ajax-hooligan schreeuw ik dat ze naar voren moeten, de bal af moeten pakken, vasthouden, afgeven, tackelen, met z’n neus in het gras. Dan wordt mijn laatste restje serene distinctie echt geruïneerd als ik voor de derde maal hysterisch gillend om de bank heen stuiter, terwijl man en zoon allang doorhebben dat de goal is afgekeurd. Eén of andere floeper stond blijkbaar buitenspel. 

Ajax heeft gewonnen, Ronaldo is vernederd, wat ben ik blij dat deze avond voorbij is. 

Ik ben kapot.


Dorine

Ontwerper van huisjes en interieurs in Frankrijk en een simpele plezierschrijver over gebeurtenissen en -nisjes uit het dagelijks leven.

2 reacties

Bitchy · 21 april 2019 op 17:00

Ik heb het niet gezien. Mijn puberale kleindochter van 6 jaar weigerde te gaan slapen zonder mij. Maar uhhh…. Top geschreven!

Geef een reactie