Klik hier om deze column te horen

Hij was er weer eens, die vreemde reclame over krasloten. Er zit een kalende man aan de bar te krassen en een eng beest kruipt razendsnel van achteren naar hem toe, klimt zijn rug op en neemt plaats op zijn kalende schedel. Ik heb deze reclame al heel vaak gezien maar ik begrijp hem nog steeds niet. Het is een lelijke man, en als het enge beest op zijn hoofd terecht is gekomen blijft het een lelijke man, maar dan met iets engs op zijn kop. Dus wat brengt dat kraslot hem eigenlijk? Ik had geen idee wat een gemiddeld haarstukje zo ongeveer moest kosten, totdat ik deze reclame zag. Blijkbaar moet je dus minimaal de loterij winnen om iets aan die oprukkende kaalheid te kunnen doen.

Ik heb met ze te doen, die mannen die hun haar verliezen. Iets kwijtraken dat je lief is, vindt niemand leuk, dat begrijp ik ook wel. Maar tegenwoordig is het toch helemaal niet erg om een glimmende schedel te hebben? Het is juist ontzettend cool, zo lijkt het. Je zal ze de kost moeten geven, die juist vele uren voor de spiegel met tondeuse en scheerapparaat in de weer zijn om elk beginnend sprietje op de hoofdhuid tijdig in de kiem te smoren. Het begon natuurlijk met Kojak, de detective met de lolly van de jaren zeventig. In die tijd was dat nog heel bijzonder en tijdenlang durfde niemand hem te volgen. Maar sinds de jaren negentig scheert elke man die zich ook maar een beetje artiest noemt, zijn schedel helemaal kaal.

Winfried de Jong laat in de leader van zijn programma Sportpaleis de Jong zelfs beelden projecteren op zijn trotse gladde schedel. Maar ook bij de mannen van staal, die alles behalve artiest zijn, vinden we menig glimmende kop. Wat dacht je bijvoorbeeld van captain Picard van the Enterprise (Star Trek, the next generation). Een toonbeeld van rechtschapenheid, een loyale, moedige officier die aan het hoofd van zijn talentvolle crew menig buitenaards wezen weet te redden van een wisse dood. Om over de koppen van die ‘aliens’ zelf nog maar te zwijgen.
En ook in medialand of de politiek kom je ze tegen. Menig televisielamp wordt in de gecultiveerde kop van Frits Wester weerspiegeld. Wat zagen we die man vaak op de buis begin dit jaar.
De jong, Picard en Wester, toch niet de minsten zou je zeggen. Het zou me verbazen als de verkoopcijfers van de tondeuse de afgelopen tien jaar hierdoor niet zijn verdubbeld. Met zulke voorbeelden moeten die dingen toch als warme broodjes over de toonbank zijn gegaan. Ik heb het niet opgezocht, maar ik weet zeker dat een tondeuse minder kost dan een haarstukje, of een middagje haarinplant (hè, Gerard Joling?).

Dus, zou iemand mij misschien kunnen uitleggen hoe ik die vreemde reclame voor krasloten met dat enge beest dan in godsnaam moet verklaren?

Categorieën: Actualiteiten

2 reacties

Maurits · 1 juni 2003 op 00:17

Zou reclame niet ook door kaalgeschoren mannen gemaakt worden? Het soort mannen dat vroeger een staartje in het nog resterende haar had. En dat nu wrokkig over het verloren gegane, het fenomeen haarstukje belachelijk zit te maken. Over de rug van de opdrachtgever. Reclamemensen voelen zich tegenwoordig artiest, kunstenaar zelfs. En ook voor opdrachtgevers is het het hartstikke hip om zich met kunstenaars te afficheren. Uiteindelijk gaat het in reclame toch alleen maar om naamsbekendheid. Laat die reclamejongens maar lekker aanrommelen. Als de naam maar niet onvermeld blijft. Ik had trouwens sterk de indruk dat die kale man met het beest op zijn kop, sjans had van een andere vent. Dus ook het homo-erotisch aspect is een betekenislaag van het kunstwerk.

archangel · 1 juni 2003 op 23:06

*GRIJNS*

Voer voor een reactiecolumn… 😀

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder