Mijn papa zet altijd een kerstboom met kerstmis en dat vind ik keileuk. Hij doet dat vol overtuiging en met alles erop en eraan. We moeten hem wel altijd een beetje aansporen want hij stelt het altijd heel lang uit. Dan denken we ieder jaar opnieuw dat hij er helemaal geen zin in heeft. Maar als de dagen gaan korten dan schiet hij op een gegeven moment in actie en gaat hij ook helemaal los. Dan gaat hij eerst naar de zaterdagmarkt want daar verkopen ze de mooiste en goedkoopste kerstbomen. Hij kiest altijd een boom die lekker ruikt en een druppelvorm heeft. Een boom die haast iedereen wil hebben met boven een goede top voor de piek en dan met steeds bredere takken naar omlaag tot op een halve meter van de grond en dan weer smallere naar beneden toe. Soms knipt hij ook wat takken weg. Want de kerststal moet er ook onder passen. Eigenlijk is het helemaal geen stal maar een grot. Die wordt dan van de kerstdozen gemaakt waarin alle kerstspullen zitten.

Maar eerst wordt de veel te kleine kamer ontruimd. Dan krijgen we ineens een stoel op onze slaapkamer erbij. Want anders past de boom niet. Aan alle kanten wordt deze rondgedraaid nadat ie eerst in een groene platte stolp is vastgezet. Voorzichtig draait mijn vader dan de boom rond want anders klutst het water eruit. Hij is niet snel tevreden en raakt ook soms een beetje boos. Dan heeft ie meestal een tak verkeerd geknipt. Als de boom dan eindelijk goed staat worden eerst de lampjes in de boom gehangen. En dan komt het eerste probleem, stress. Waar is de stekkerdoos gebleven? Er moet eerst gekeken worden of de lampjes het allemaal doen. Meestal zijn er wel wat stuk gegaan en ze zijn altijd heel moeilijk te vervangen. Er zijn ook altijd lampjes tekort maar die worden nooit bijgekocht.

Als alle ballen er dan eindelijk inhangen wat soms een hele zaterdagmiddag kan duren is het tijd voor een bakje koffie. Dan kan mijn vader heel erg glunderend een tijdje naar de boom kijken. Maar dan komt het echte werk namelijk de aankleding van de kerststal. Maar niet nadat eerst de piek op de kerstboom wordt gestoken. En ieder jaar is het weer hetzelfde liedje. Had ik dat maar eerder gedaan en sneuvelt er altijd minimaal een of twee kerstballen. Soms een grote en dan wordt er gevloekt en stormt moeder uit de keuken en geeft mijn vader een afkeurende blik.

Ik mag altijd mee naar het bos om mos en takken uit te zoeken. Om denneappels te rapen ook. Het mos dat ik vind is nooit goed. Mijn vader vindt altijd mooier en steviger mos en ook groener meestal. Het luistert allemaal heel nauw. Het is altijd steenkoud en nattig in het bos. Als we dan thuis zijn eten we eerst een kop erwtensoep. Dan is het meestal ook al donker. Gezellig vind ik dat. Dan wordt op een gegeven moment het rotspapier uit de kerstdoos gehaald. En ook hier weer hetzelfde liedje als met de lampjes. Tekort aan papier en geen zin om naar de winkel te gaan. Die is sowieso dicht al zo laat. Onze kerstgrot wordt dan ook ieder jaar iets kleiner. Uren is mijn vader bezig met de stal en de grot te maken. De dozen worden honderd keer opnieuw gestapeld en links en rechts worden takken van de kerstboom voorzichtig nog wat ingekort. De ballen wiebelen dan gevaarlijk vooral de grote.

Ik mag de beeldjes uitpakken en ze ruiken heel muf. Het krantenpapier waarin de beeldjes van de stal gewikkeld zijn is al eeuwenoud. De krant heeft als datum 1956 zo oud zijn de beeldjes al. Het leukste beeldje, na kindje Jezus vind ik de kameel. Omdat ie zo groot is denk ik. En de engel vind ik ook altijd top. Die komt boven de kribbe te hangen. Maar niet altijd lukt dat. Soms is de tak die boven de kribbe uit moet steken te kort of te dun. Dan houdt hij de engel niet. Ik ben ook altijd nieuwgierig wat het betekent wat de engel op het grote lint heeft staan dat hij vasthoudt. In excelsius deo of zoiets. Celcius hebben we op school gehad. Dat heeft iets met het weer te maken. Koud is het niet in de woonkamer. De kerstboom staat vlak bij de verwarming. Daar laat de boom ook altijd zijn eerste naalden vallen en meestal al best snel.

Ik vind onze kerststal altijd de mooiste van de hele buurt. Bij mijn vriendjes hebben ze of een hele kleine kerstboom of een kunstboom. Die ruikt dan helemaal niet. Best wel jammer vind ik. Ze komen ook altijd bij ons kijken. Soms voor de raam en soms vragen ze ook of ze even naar binnen mogen. Mijn moeder krijgt dan vaak een hartverzakking van schrik zegt ze dat ze ballen uit de boom stoten. Er mogen nooit meer dan twee vriendjes tegelijk binnen. O ja. Bijna vergeten. Er moet ook nog engelenhaar in de boom. Mijn vader doet dan eerst leren handschoenen aan want het prikkelt verschrikkelijk dat engelenhaar. Hele kleine plukjes trekt hij dan uit de grote kluwen en schuift die voorzichtg over de lampjes. De hele boom wiebelt dan altijd een beetje en mijn moeder loopt dan meestal de keuken in. Die ruikt altijd heel lekker met kerstmis de keuken. Als de kerstboom en de kerststal en alles is ingericht zingen we altijd een paar liedjes voor de kerstboom. Het mooiste vind ik de duitse liedjes van de wienerzangerknaben. Ik krijg dan altijd een beetje kippenvel. Nu nog.


5 reacties

Nummer 22 · 26 december 2018 op 10:48

Engelenhaar…. net als met nagels krassen over een schoolbord!
Mooi sfeer verhaal. Chapeau en fijne 2e kersdag!

Esther Suzanna · 26 december 2018 op 12:16

Prachtig verhaal. Nostalgie. Geen idee wie dit heeft geschreven. 🙂

Mien · 27 december 2018 op 14:53

Waar ik aan denk?
Alsof ik door tien jaar Kerstmis loop bij ons thuis. Zo was het.

Suus · 27 december 2018 op 22:58

I- Pat denk ik. Recht uit het hart. Bij mij thuis was het mijn moeder, maar precies hetzelfde.

Mien · 5 januari 2019 op 22:32

Waar ik aan denk? It is me 3/4.

Geef een reactie