Soms ga ik kijken bij de profielen van de mensen die bij Column X “werken”.
Ze doen heel uiteenlopende dingen, maar bij één bezigheid moet ik steeds denken aan mijn eigen ervaringen en dat is bij knutselen. Het woord alleen al heeft voor mij iets betoverends, iets geheims. Je zult nooit mensen op hun werk zien knutselen, alhoewel ik de monteur in de garage waar ik vroeger wel eens kwam ervan verdacht. Ik begon al vroeg met knutselen en eigenlijk had ik dat beter niet kunnen doen. Zo smolt ik de loden afvoerpijpen van ons ouderlijk huis in een pannetje op het gas en wilde daar het masker van Toetanchamon van gieten. Ik had een vorm in zandsteen gemaakt en spoelde die voordat ik ging gieten uit met water. De knal was tot in de verre omtrek te horen, toen het kokende lood het water deed verdampen. Nu was het kerkboek van mijn vader dat onder de snelbinders achter op zijn fiets gebonden zat
ook helemaal van lood en de jasbeschermers hadden veel weg van garnalen-netten.
Ik kwam er zelf goed vanaf, maar moest naderhand het lood wel uit mijn wimpers en wenkbrauwen knippen. Mijn zondagse pak was ook niet meer wat het geweest was. Nee, ik had meer succes met mijn latere knutselarij. Zo vond ik bij mijn vader in de schuur een oude autoped, een drieversnellings DKW blok en een benzinetank. Dat was binnen de kortst mogelijke tijd een mototfiets en daar heb ik vroeger toch minstens een half jaar de straten in het dorp mee onveilig kunnen maken, voordat ik klemgereden werd door de plaatselijke koddebeier.

Mijn vriendje had in die tijd een oude mitrailleur. Kon dat toen nog, of was dat vroeger ook al dubieus? Nou, hij had er in ieder geval eentje. We schoten ermee in de duinen bij Egmond aan Zee en het gaf zulke leuke waaiers in het zand. Ik wilde ook wel eens wat en knutselde een achtschots 5,7 mm pistool in elkaar. Nu had ik een draaibank van niks tot mijn beschikking (soort houtdraaibank) en daar kon men alleen relatief zacht materiaal op verwerken, dus werd het ronddraaiende kogelmagazijn van messing gemaakt. Ik wist dus niet of dat de knal zou weerstaan dus heb ik het pistool eerst in een bankschoef in de schuur geklemd en met een touw om de handle heb ik er om een hoekje een ruk aan gegeven. Achterin de schuur stond een oud buro en daarin zat aan de voorkant een piepklein gaatje. Toen ik de klep van dit buro opende zag ik dat de achterkant versplinterd was. Ik maakte dus best wel vorderingen. Later, toen ik al jaren getrouwd was, ben ik opgehouden met knutselen. De was nadat ik een jeneverstokerij had gemaakt. Wij hadden namelijk veel pruimen in de tuin en uiteindelijk komen die dingen je oren uit. Wie stout was moest voor straf pruimen eten. Ik dacht:” Daar gaan wij jenever van stoken.”
Ik plukte de pruimen en ontdeed ze van hun pit. Dat is heel belangrijk, want anders krijg je uiteindelijk methylalcohol en daar ga je zo slecht van zien. Die pruimen doe je in een grote fles met water en voegt daar suiker en wijngist aan toe. Wijngist is in elke geitenwollensokkenbreierswinkel te verkrijgen. De hoeveelheden doen er niet zoveel toe. In ieder geval veeeeeeeeel suiker bijmengen. De hals sluit je af met een waterslot. Ook heel belangrijk anders bestaat de kans dat je azijn krijgt. Na een aantal dagen begint de boel te pruttelen en als het gepruttel ophoudt (week of wat) proef je van het medium. Is hij zoet dan voeg je nog wat gist bij, is hij een beetje bitter dan is de prut klaar. Je kunt ook meten met een alcoholmeter. Dat is een soort visdobbel en een schaalverdeling. Bij gisting haal je ongeveer 10 tot 12 procent.
Dan neem je een bierfust. Gewoon zo’n ton waar ze bier uit tappen en daar slijp je het ventiel uit, zodat je aan de bovenkant een opening krijgt. Om het gat te dichten heb ik daar een roestvrijstalen vogeldrinkbakje omgekeerd opgezet met een rubberen pakking tussen de rand. Dat bakje heb ik vastgezet met twee staven verenstaal, maar dat kan natuurlijk ook op een andere manier. In de bodem van dat bakje heb ik een koperen leiding gezet, die naar boven steekt, dan een haakse bocht en daaraan weer een metertje pijp, op afschot naar het open einde. Om die laatste pijp heen heb ik een koperen ketel gesoldeerd, zodat de inhoud van die ketel de pijp kan koelen. De pijp loopt dan als het ware door de ketel heen.
Onderin de ketel een afvoer en bovenin de ketel de tuinslang. Nu de waterstroom zo afstellen dat de ketel niet overloopt. Aan het uiteinde van de horizontale pijp hangt men een emmer. Het geheel plaatst men op een vuur. De prut erin gemikt en de vlam eronder. Het is handig als er een temperatuurmeting op zit, want de destillatie komt bij een graadje of 73 op gang. Op een temperatuur van 90 graden loopt het gesmeerd. Je ruikt het wel, maar je kunt niet alles hebben. ( Het hele huis stinkt er weken lang naar) Na verloop van tijd gaat er een heldere borrel uit de pijp stromen. Afzuiging is ook belangrijk, want anders sta je binnen de kortst mogelijke tijd op het strand. Alcohol is tenslotte licht ontvambaar.

Nu wist ik niet dat je met zo’n installatie een 78 procentig destillaat krijgt, dus na het drinken van een paar borreltjes was ik zo dronken als een aap. Eigenlijk moet je het versnijden met gedestilleerd water tot 35 procent. Dan heb je de zogenaamde zachte borrel.
De schrik was echter groot toen ik de volgende ochtend de krant zat te lezen en de deurbel ging. Er stonden twee mensen op de stoep, de ene van de recherche en de andere van de rijkspolitie. Zij vroegen of ze even binnen mochten kijken. Ik dacht dat het wel heel flauw was om iemand in Jipsingboermusselseachterklapbrug meteen in te rekenen, omdat hij een paar borreltjes stookt, maar ze kwamen daar helemaal niet voor. Vroeger had er iemand in het huis gewoond die tropische vogels hield en dat komt men van tijd tot tijd controleren. Ik kon gelukkig uitleggen dat de situatie veranderd was, maar naderhand heb ik de stokerij afgebroken.
Ik stop met knutselen.


6 reacties

Mosje · 16 januari 2004 op 19:13

Als ik zo lees wat jij meemaakte lijkt het me inderdaad verstandig te stoppen. Daar wordt Nederland een stuk veiliger van 🙂

Eftee · 16 januari 2004 op 20:30

Ik knutsel gelukkig veilig, als ik dit zo lees. 😉

pepe · 17 januari 2004 op 09:14

Schrijven is toch ook knutselen met woorden, in ieder geval een stuk veiliger 😉

Leuk geschreven column

viking · 17 januari 2004 op 09:49

Lijkt me errug gezellig om jou als buur te hebben maar ook wel wat onveilig, de kans om met een grote knal dit aardse bestaan te verruilen… je woont ver weg he? En om een stuk in mijn kraag te zuipen ga ik toch liever gewoon naar Godspeed Café!

Sarakim · 17 januari 2004 op 13:45

Doet me denken aan de tijden dat mijn oom hier in huis woonde en er naast de kachel zelfgemaakt bier stond te pruttelen en sissen. Of het motorblokken testen op ons terras, van twee auto’s een maken etcetera. Mijn familie zijn ook ware knutselaars als ik het zo hoor. Gelukkig houden mijn oma’s het op breien en irisvouwen 😉

Mup · 17 januari 2004 op 15:38

Was er van overtuigd dat het maken van kerstkaarten saai was, maar ik hou het er toch maar bij, leuke column,

Groet Mup.

Geef een antwoord