Ik kijk tegen de nachten op. Zij brengen mij bij mensen en plaatsen die ik niet wil bezoeken of zien. Het zijn de mensen die er hier op aarde niet meer zijn, doch in mijn dromen zijn zij er zo duidelijk met stem en geluid en persoon dat ik hele gesprekken met ze heb. We plagen elkaar en jennen elkaar en ik krijg natuurlijk altijd op mijn sodemieter van mijn grote broer als ik weer eens wat fout heb gedaan. Mijn oudste zus die sust de boel dan wel weer en mijn zus die qua leeftijd boven mij komt die stookt de boel nog even op om de sfeer erin te houden, dat brengt de jongste weer tot een driftbui want die neemt het altijd voor mij op.

Dan komt ma de boel even sussen met de eeuwige woorden “Hé kunnen jullie niet wat rustiger doen, je vader ligt te slapen!”, waarop wij rustig aan de grote vierkante eetkamertafel verder kibbelen maar dan op fluistertoon. Dat geeft voor mijn bijna dove oudste zus een probleem want die schreeuwt dan “Kunnen jullie wat harder fluisteren ik versta niks en zo kan ik geen liplezen!”,klinkt het verontwaardigd alsof zij er niet bijhoort.

Gevolg is dat wij gezellig op volle toeren de boel op stelten zetten en ik hoor mijn moeder schaterlachen in het piepkleine gemeentekeukentje. Zo klein dat het vol was als je er met twee personen in stond. In mijn dromen ben ik weer terug in de stad waar ik geboren ben, alleen ik ben volwassen net als zij die mij al verlaten hebben.

Ik weet ergens in mijn onderbewustzijn dat zij er niet meer zijn en dat ik straks weer wakker wordt in een lichte wereld die gewoon doordraait en ik draai mee.
Sinds zij overleden zijn is er geen nacht voorbijgegaan of ik droom wel van de ene of de andere of het hele zooitje ongeregeld dat wij onderling waren volgens mijn moeder.

Die kon er zelf ook wel wat van dus we hadden het niet van een vreemde. Maar er werd altijd wel veel gelachen en dat is de kracht die een gezin bijeen houd. Elkaar effe lekker pesten of slijmen of bonje over de afwas en tijdens de bonje wie er nu afwaste of droogde was de afwas reeds gedaan en opgeruimd, was elke dag prijsschieten bij ons.

Maar met grote gezinnen heb je dit soort dingen. De nare dingen vallen in het niet bij de leuke dingen die je dan als kind mag meemaken. Behalve de dood van je vader, je maatje, je vriend waar je alles tegen kon vertellen omdat je wist dat hij toch niets doorvertelde. Die mijn mij eerste gitaar gaf voor mijn verjaardag en die mijn broer uit frustratie en ellende ( ik kon totaal niet spelen)boven op mijn hoofd zo sloeg dat mijn neus tussen de snaren vastzat. Hilariteit overal, maar ik had vanaf die dag geen gitaarlessen meer.

Toen maar een koortje met mijn zusje gevormd, die mocht alleen “lovelielovelie”zingen, wanneer ik begon met het toen zeer populaire liedje van Chubby Checker “I said i see you later”. En o wee als zij niet meedeed. “Mááááááámmmmááááá’”, gilde ze al als ze mij aan zag komen met de schep met een touw erom heen die fungeerde als gitaar, “máááám ik moet weer van die beer meezingen en ik wil buiten spelen”, klonk het dan klagelijk.

Ik beloofde haar dan dat ik de afwas zou doen ’s avonds als zij het koortje zou spelen, nou daar deed zij het wel voor. Ik wist toch dat de oudste en de één na oudste aan de beurt waren voor de afwas. Dus ik kon het makkelijk beloven. Dus wij kwelen in de keuken en na tig keer hetzelfde refreintje liet ik haar gaan. In mijn droom was het weer helemaal hetzelfde alleen lagen wij beiden in een deuk, wij waren volwassen en haalden dit soort herinneringen op aan de keukentafel en mijn ouders luisteren mee met een glimlach om de lippen.

Wanneer ik dan in de vroege ochtend wakker wordt voel ik al dat ik heb liggen huilen. En ik kan niet meer stoppen, duik de douche in en probeer zachtjes te stoppen met dat gejank, ik krijg ze er niet mee terug en wil niet dat mijn vrouw wakker wordt. Weet alleen dat ik vannacht toch eens een nacht zonder verleden wil hebben. Laat mij toch eens dromen dat ik uit een vliegtuig val omdat ik van ze lang zal ze leven toch nooit meer in zo een ding stap, mij te dicht bij de baas.

Doch aan de andere kant ben ik ook wel weer dicht bij hen die ik nog elke dag mis en die geen moment uit mijn gedachten zijn geweest sinds zij deze aarde voor het eeuwige geruild hebben. Ach eeuwig? In mijn dromen en dat is toch wel fijn van dromen, daar bestaat geen eeuwig, alleen het gevoel dat de tijd even teruggezet wordt.
Was het in het echt maar zo.
©

Categorieën: Algemeen

klapdoos

Gewoon een Amsterdamse vrouw die met een vrouw getrouwd is, ziek is, zodanig dat de neerwaartse spiraal steeds verder zakt. maar een kniesoor die daarop let. Ik lach graag, heb genoeg traantjes gelaten om mijn ziekte en nu is het tijd om via mijn nieuwe boek eens door te gaan met uit het leven te halen wat er te halen valt, zeker in een crisistijd is het de kunst om toch vrolijk te blijven. Mijn motto is dan ook: Een dag niet gelachen is zeker een dag niet geleefd.

2 reacties

KawaSutra · 10 april 2009 op 02:25

Helaas, het is niet zo. Blijven dromen, dat is het verwerken van emoties.

Mien · 23 april 2009 op 14:58

Mooi column Klap.
Het verbaast me dat er zo weinig op gereageerd is.
Ik denk altijd maar zo:
Life is hard and then you die!
Een stevige borrel voor het slapen gaan geeft zoete dromen.

Mien

Geef een antwoord