Mijn slaapvertrek is heel tactisch gestationeerd aan de straatzijde. Het rustieke Eldorado waarin ik de nachten doorbreng bevindt zich aan een autoweg, diagonaal nabij een befaamde coffeeshop. Ik heb natuurlijk niets tegen de coffeeshop. Ettelijke uren bracht ik eens door in de zogeheten koffiewinkel. Nooit heb ik een kop koffie besteld. Het is een periode welke met geen betere uitdrukking geformuleerd kan worden dan het simpele ‘hahaha’. Onder het raam van deze kamer vertoeft een grote afvalcontainer. ‘ Dat is heel mooi’, was de opgewekte gedachte welke, bij de bezichtiging van de woning, direct door het hoofd ging. Een grote vergaarbak voor al mijn vuilnis, vlak voor mijn deur. Het gemak dient de mens. Met de vuilniszak in de hand wandelen wij naar buiten en dumpen de bagage in de grote grijze bak. Bij een onverwacht volle bak werpen wij met een simpele handbeweging de zak door het raam van de slaapkamer terug de woning in, om het in de vroege avond nog eens te proberen.

Waar ik mijzelf tot de kleine discipline kan brengen om, in geval van een afgeladen bak, de zak te retourneren naar de woning van herkomst, waagt menig ander het de doorgaans dikke zakken door de smalle gaten van de volle container te proppen. Het resultaat mag er zijn. Door iedere klep puilen grijze gevaarten naar buiten. Sommigen goed dicht gebonden, hier en daar met gapende open wonden. Het lijkt een zorgvuldig geproportioneerd slagveld. Het stoort mij niet.

Het is zes uur in de morgen wanneer ik wakker schrik. De wekker zwijgt. Met het alarmnummer reeds onder de knop, bevind ik mij verstart in het midden van het bed. Het gekrijs dringt de kamer binnen. Monotoon en onverzwakt houdt het aan. Het is inmiddels half zeven wanneer ik het schetteren herken. Alsof een troep van dertig zeemeeuwen zich rond mijn bed heeft geschaard om mij, met slechte bijbedoelingen, uit dromenland te rukken. De zenuwen gieren door mijn lijf. Mijn bloed kookt. Ondanks de hitte besluit het raam te dichten.
Vanachter mijn raam aanschouw ik het nieuwe slagveld. Niet meer zorgvuldig geproportioneerd. Naast de grijze massa is er nu van alles te zien. Bloed, kippenbotten, lamsbouten en afhaal diners. Het strijdtoneel heeft zich over de gehele straat verspreidt.

Twee uur later verlaat ik mijn woning. Geruisloos hebben medewerkers van de Roteb de straat ontdaan van botten en bloed. Alsof er niets heeft plaatsgevonden. Dit schouwspel herhaalt zich menige morgen.

Met een hard hoofd ga ik de zomer tegemoet. Het proppen in afvalcontainers schijnt een ware zomerse traditie te zijn. Morgen maar eens naar de Kruidvat voor een vrachtlading oordopjes. Laten we hopen dat de Roteb niet zal staken deze zomer.

Categorieën: Maatschappij

Assepjotster

In the depth of winter I finally learned that there was in me an invincible summer...

3 reacties

LouisP · 28 mei 2010 op 17:23

U-queen,
best wel een grote overgang tussen inleiding en het stuk zelf…
wel beeldend beschreven…..ik ruik de lucht van rottend vlees, de krijsende meeuwen..

gr.

Louis

arta · 29 mei 2010 op 20:54

Mooi, heel beeldend inderdaad, zelf vond ik de overgang juist wel goed, de zachte inleiding versterkte het krachtige einde!

Mien · 1 juni 2010 op 14:09

… en niet vergeten een neusknijper te kopen …!
Ik ruik de meeuwen door de column heen.

Mien

Geef een antwoord