Die nacht duurde het iets langer dan gewoonlijk om in slaap te vallen. Normaal gesproken ben ik van het werken zo moe, dat ik bijna onmiddellijk weg ben. Na een poosje lezen en wat draaien heen en weer, viel ik in een rusteloze slaap. Ergens in de verte hoorde ik iemand aan een deur kloppen. Het was onregelmatig, sporadisch, maar werd steeds luider. Op dat moment wist ik niet of ik sliep of wakker was. Ik besloot om op te staan om erachter te komen waar het geluid vandaan kwam. Toen ik me omdraaide voelde ik iets heel hards tegen me aan duwen. Tot mijn grote schrik besefte ik mij dat het levend was, en het duwde steeds harder tegen me aan. Het was zo sterk dat ik me niet verder kon bewegen. Ik kan eerlijk zeggen dat dit de enige keer is in mijn leven dat ik ware, bloed-koelende, naakte vrees heb meegemaakt.

Het klinkt als een cliché uit een Stephen King roman, maar ik bevroor totaal. Ik voelde het levende ding zijn best doen om stribbelend, duwend, dieper mijn persoon binnen te vallen. Met een enorme inspanning kon ik de ijskoude verschrikking overmeesteren en het licht naast het bed aandoen. Zelfs tijdens dit proces vervaagde de aanwezigheid van het ding in het niets en ik wist met een enorm gevoel van opluchting, verwarde lakens en koud zweet, dat het een nachtmerrie was geweest.

Drie maanden lang had ik de nieuwe combinatietherapie geslikt en nog steeds af en toe een nachtmerrie, maar Jesus fucking wept, deze was de allerergste die ik ooit heb gehad. Het was zo verschrikkelijk echt. Ik begin me af te vragen waarom ik die zogenaamde levensreddende medicijnen slik. Nachtmerries, buikkrampen, tien keer per dag diaree, pukkels (ja – 49 en ik heb weer pukkels!), lichaamsvet dat word verplaatst van de juiste plek naar de meest ongelegen plekken, geen zin meer in alcohol. What’s the fucking point?

En toch is het leven niet zo erg als het op zulke momenten blijkt. Ondanks alle bovengenoemde kwalen is mijn leven toch veel beter dan vóór de medicijnen. Ten eerste: ik HEB een leven. Dat betekent dat ik weer werk, dat ik weer meedoe aan de maatschappij. En als gevolg daarvan kom ik allerlei interessante mensen tegen, en niet alleen mensen die ook seropositief zijn, of welvaartsarbeiders en de eindeloze stroom van gezichtsloze ambtenaren die ik tegenkwam toen ik probeerde wat belastinggeld terug te krijgen van de enorme hoeveelheden belasting die ik betaald had voordat ik ziek werd.

Dus, ondanks het feit dat ik me doodziek voel elke keer dat ik de deur van de koelkast opendoe en de gevreesde medicijnendoos daar zie liggen; ondanks het feit dat ik het bijna niet kan opbrengen om die pokkenpillen te slikken, ben ik toch enorm dankbaar.

Dankbaar dat iemand, ergens de moeite heft gedaan om iets uit te vinden dat niet alleen mijn leven verlengt, maar (en dat is veel belangrijker), de kwaliteit van mijn leven dusdanig verbetert dat ik ervan echt kan genieten.

Ja, misschien was dat iemand gedreven door winst, maar hey, who gives a shit? Dit is zonder enige twijfel een geval van: het doel rechtvaardigt de middelen. En er gaat geen enkele dag voorbij dat ik niet dankbaar ben dat ik in de eerste wereld woon en dat ik onbelemmerd toegang heb tot deze verschrikkelijke pillen.

Categorieën: Algemeen

6 reacties

Bitchy · 7 februari 2007 op 07:21

Ik hoop dat er ooit iemand DE pil ontdekt die de andere pillen onnodig maken!!

datmensinkenia · 7 februari 2007 op 11:38

Dit stukje was in 2001 geschreven – tegenwoordig valt het voor de meeste mensen wel mee.

pally · 7 februari 2007 op 11:48

Lief mensinengeland,
Nu ik lees dat dit al een ouder geschrift van je is, durf ik je aan te raden, niet te veel van hetzelfde, vlak achter elkaar te sturen.
Ik denk n.l. dat dat niet versterkt, maar verzwakt. Het is maar een mening….
groet van Pally

SIMBA · 7 februari 2007 op 12:03

Helemaal met Pally eens 🙂

datmensinkenia · 7 februari 2007 op 13:17

Jullie hebben groot gelijk – ik zie het ook nu – er komen binnenkort een paar stukjes die hiermee helemaal niets te maken hebben.

arta · 7 februari 2007 op 13:50

Goed geschreven, maar ben wel met Pally eens.
Ben benieuwd naar je volgende stukjes!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder