Soms doe je minder slimme dingen in dit leven. Dat werd me weer eens duidelijk toen ik een aantal weken geleden twee kinderen te logeren had. Nou is het al nooit zo’n goed idee om twee kinderen te logeren te hebben, maar helemaal niet als je zelf met 40 graden koorts rondloopt. En vooral niet, als die twee kinderen elkaar niet kennen, en helemaal nooit als die twee kinderen uit twee verschillende landen komen en elkaars taal niet spreken. Ik wist dat het foute boel was op het moment dat 6-jarige Franse Marie binnen kwam en 8-jarige Nederlandse Martijn met mijn hond op schoot zag zitten. “Dat is mijn hond’, zag je haar denken. En dus besloot ze de indringer te negeren.Martijn besloot hetzelfde toen hij ons hoorde losbarsten in een taal waarvan hij alleen ‘oui’ en ‘non’ en ‘merci’ verstond.

Oorlog werd het dus tussen die twee, een soort koude oorlog, want tot een echt handgemeen kwam het gelukkig niet. De een tekende, de ander deed een spelletje, de een computerde, de ander speelde met de hond. Maar noodgedwongen hadden ze met elkaar te maken, want we aten natuurlijk wel samen. Dat eten dreigde een probleem te worden, want hoe stel je in vredesnaam twee zulke verschillende kinderen tevreden? Ik had echter een briljante ingave en nam ze mee naar de winkel. ‘Kijk maar wat je wilt eten en gooi dat in het karretje,’ zei ik twee keer. Beiden keken me ongelooflijk aan. ‘Echt waar?’, vroeg Martijn, en om mij te testen pakte hij voorzichtig een pak chocoladebroodjes van de plank. ‘Prima’, zei ik. Marie rende al snel door de hele winkel heen, want ze kende de beste hoekjes veel beter. Glunderend kwam ze aanzetten met twaalf bekertjes ‘Maron Suisse’. De beide moeders hadden waarschijnlijk koude rillingen gekregen als ze in mijn volle kar hadden kunnen kijken: een berg chocola en appelmoes en patat en vissticks, en geen enkel groen blaadje, maar ik vond het een mooi moment van wapenstilstand en internationale saamhorigheid. De twee ukken konden niet uit over het feit dat ze een week lang zo lekker ongezond mochten eten. Tot het moment dat ik betaalde en het dus echt waar was, bleven ze me argwanend aankijken. Ze bleven denken dat er wel een moment zou komen waarop ze dingen terug moesten leggen. Nee, dus. Eensgezind reden we naar huis, en ze wilden beiden onmiddelllijk eten.

Toch was het eten niet helemaal pais en vree. Martijn zuchtte verheerlijkt toen hij zijn berg patat zag en gooide er ruimschoots mayonnaise over. Marie bekeek dat en toen kwam er een bits stemmetje: ‘Ca, ce mange avec du froid,’ waar Martijn dus helemaal niets van begreep, zelfs niet na een nauwgezette vertaling. Hij vond het aan de andere kant maar raar dat Marie overal brood bij wilde eten. Maar over het algemeen waren die maaltijden heel gezellig. Ze deden hun best elkaar te overtroeven in hoeveel slechts ze in een keer naar binnen konden werken, maar ontdekten allebei dat een maag ook vol raakt van allemaal heerlijks. Helemaal feest werd het na vier dagen toen Martijn per ongeluk een flinke boer liet. Nou dat kon Marie er niet op laten zitten, en ze kende nog wel andere vieze geluiden ook. Dat kon Maarten weer niet zetten. Enfin, ik zal er verder het zwijgen maar toe doen. De twee moeders vertrouwen me anders nooit meer hun kinderen toe.

Na een paar dagen werd ik wel moe van het eindeloos vertalen, dus besloot ik ze een nieuw kaartspellletje te leren. Dat kunnen ze tenminste stwilzwijgend doen, dacht ik in mijn onschuld. Het zijn allebei pientere kinderen, dus ze hadden de spelregels al snel door en ik ging fluitend naar de keuken om vissticks te bakken. Dat duurde echter niet lang. Na vier minuten hing Martijn in de deur. ‘Ze speelt vals,’ kondigde hij aan. Ik liep terug om het een en ander nog eens uit te leggen, maar even later kwam Marie klagen dat Martijn steeds won en zij er niks meer aan vond.

Helemaal goed ging het de hele week niet, maar aan het eind waren ze min of meer aan elkaar gewend. Marie was degene die het liefst wilde communiceren, dus begon ze voorzichtig met wat woordjes Engels. Wonderbaarlijk genoeg bleken ze aardig uit de weg te kunnen met hun totale woordenschat van ongeveer twintig woorden. ‘Hello’, riepen ze voortdurend. ‘Goodbye, sank you, I love you.’ Dat laatste was natuurlijk niet gemeend, maar daar kon je leuk over giechelen.

Toen Marie’s moeder haar kwam ophalen, plantte Marie bij het afscheid gewoontertrouw twee dikke zoenen op Martijn’s wangen, die hij er met een vies gezicht snel afveegde. Waren ze maar tien jaar ouder geweest, dacht ik toen. Een stoere Hollandse blonde jongeman van 18 en een bruinogige, kittige Francaise van 16…dat was vast wel wat geworden.

Categorieën: Algemeen

6 reacties

Trukie · 10 oktober 2005 op 13:11

Een heerlijk stukje en lekker spontaan en vlot verteld.

Geertje · 10 oktober 2005 op 13:46

[quote]Een stoere Hollandse blonde jongeman van 18 en een bruinogige, kittige Francaise van 16…dat was vast wel wat geworden.[/quote] 😀 😀 😀

Dan had je weer andere zorgen gehad! Leuke column, en ondanks die 40 graden koorts, goed opgelost! 🙂

pepe · 10 oktober 2005 op 22:27

Geweldig, wanneer kan ik komen logeren 😉

Met plezier over dit plezierige weekje gelezen, want dat was het denk ik wel ondanks… alles

KawaSutra · 10 oktober 2005 op 22:46

Leuk verhaal. Ik neem aan dat Maarten het alter ego is van Martijn? 😀

melady · 10 oktober 2005 op 23:39

Kawa..wat is jouw alterego?
Scherp opgemerkt, je bent en goede lezer!

[quote] Een stoere Hollandse blonde jongeman van 18 en een bruinogige, kittige Francaise van 16…dat was vast wel wat geworden.[/quote]
😀
Leuke column!

klungel · 12 oktober 2005 op 09:30

is ut nou ‘kwaserbij of wasikermaarbij?
Erg van genoten 🙂

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder