Na ons wekelijkse loopje van Den Haag Zuid naar De Scheveningse Pier nemen Nachtzuster en ik plaats op een afgeladen zonnig terras bij Van der Valk. Achter mij bestellen twee dames op leeftijd hun standaard maaltijd. ‘Nog vier maanden, dan zijn we zeven jaar samen’, zegt mijn tafeldame. Ik pak haar hand en spreek de hoop uit dat wij die verjaring op deze locatie zullen gaan vieren. Waar anders? Op De Pier liggen de roots van onze relatie. Iedere vierkante meter is door ons betreden. We kennen hier iedereen bij voornaam. Het alleszeggend zwijgen dat Nachtzuster en ik zo gewoon zijn, echoot hier van oudsher na. De Pier is van ons. Hier kijken wij naar stoïcijnse mensen die hun pensioenleeftijd al lang en breed vergeten zijn. Hier verbazen we ons nog over het goede fatsoen van de bediening. Zo ook vandaag.
Rachid, de altijd goed gehumeurde en immer strak in huisstijl geklede hoofdkelner, onderbreekt ons eeuwige geluk met het uitserveren van het bejaardenmenu aan de tafel achter mij. Wanneer ik omkijk geeft hij mij een knipoog van herkenning. De oudste van de twee dames controleert met een vinger aan de mond haar bestelling. Diezelfde vinger gebruikt ze om Rachid te wijzen op een omissie. ‘De kers.’ Spreekt ze vermanend.
‘Wat bedoelt u?’ Vraagt Rachid beleefd.
‘De kers!’ Antwoordt de oude dame dwingender dan de eerste keer. ‘Er zit geen kers op haar appelmoes’, vult de andere dame haar aan.
Rachid knikt kort naar zijn gasten en loopt weg om even later te retourneren met een kers op een bordje die hij met een Petitfourstangetje op de appelmoes legt. ‘Kan ik verder nog iets voor u betekenen?’ Vraagt Rachid. ‘Doe mij nog maar een Early Grey thee’, antwoordt de jongste oude dame.
Nadat wij ons kleinburgerlijke euforiemoment hebben beleefd, wagen Nachtzuster en ik altijd nog even een gokje in het Van der Valkcasino. Dat zit boven het restaurant. En ook daar zijn wij bekenden van het personeel. Zelden winnen we iets, maar de sfeer is er zo huiselijk dat we die graag in stand houden door het te sponsoren. Wij krijgen daarom ook altijd een extra rondje bittergarnituur en meer persoonlijke aandacht van de casinowaardig geklofte assistentie. Vooral Carla ziet ons graag komen.
Vier maanden later. Vandaag. Het is zes december. Zeven jaren onvoorwaardelijke liefde zijn een feit.
Door allerlei afleiding waren we reeds twee maanden niet meer naar De Pier gelopen. Maar vandaag gaan wij weer hand in hand op pad naar ons familiebedrijf op zee. In de tussentijd hadden wij vernomen dat het Van der Valkconcern haar handen had afgetrokken van het uitbaten van ons wekelijkse onderkomen. Om juridische redenen konden de personeelscontracten niet per één november worden ontbonden en moeten ze het bedrijf aanhouden totdat het personeel wel ontslagen mag worden. Met dat gegeven voor in ons achterhoofd reizen we af om onze belofte van vier maanden daarvoor, na te komen.
Onderweg slaat het weer om. Halverwege verandert het van zonnig naar guur, donker en nat. Eenmaal voorbij de haven, acht kilometer verderop, ontwaart er zich voor ons een lege Scheveningse boulevard. De lange stukgelopen leemte lopen wij op routine. Bij de opgang van De Pier staren we stil de lege glazen gang in. Een eindje verderop neemt Nachtzuster licht waar in het casino. De stemming verandert naar hoopvol. Aangekomen in de lobby zit er echter niemand achter de entreebalie en ik stel voor om eerst een gokje te wagen en daarna wat te gaan drinken. De trap naar boven voelt als thuiskomen, maar dat gevoel stokt bij het binnentreden van de hal. Het is een ruimte met heel veel licht zonder geluid. Een casino zonder gokkers. Achter het geldloket zitten twee, voor ons onbekende, mannen in een versleten polo en een spijkerbroek. Er hangt de sfeer van een afhaalchinees waar ook drugs worden verkocht.
‘Mag ik pinnen’, probeer ik nog. ‘Nee, we hebben geen pinapparaat’, antwoordt één van de heren verveeld. Met: ‘Dan gaat u aan ons niets verdienen’, verlaten wij de ruimte en lopen de trap weer af naar het restaurant. Aldaar zit één oude man in een grote leegte achter zijn bejaardenmaaltijd. Na het plaatsnemen horen we het zo vertrouwde geluid van de openslaande keukendeur. Het is Rachid die ons tegemoet loopt. Hij is gekleed in een Adidas trainingsjasje. Wij begroeten elkaar als oude bekenden en ik voel dat hij enigszins breekt. ‘Is er al duidelijkheid?’, vraagt Nachtzuster hem. ‘Nee, ik weet niets van hoe nu verder. We zijn van tien tot vier open.’ Zegt hij. ‘We?! Je staat hier helemaal alleen, man!’, geef ik hem tijdens het weglopen mee.
Nachtzuster en ik kijken elkaar tijdens het nuttigen van ons drankje zwijgzaam aan. ‘Dan mag die man daar wel opschieten met zijn tweede gang. Het is tien voor vier’, zegt ze uiteindelijk.
‘Gefeliciteerd met ons uithoudingsvermogen, lieverd.’ Grap ik haar toe. ‘Mooi, dat we juist vandaag hier op de valreep nog afscheid van hebben kunnen nemen.’

9 reacties
trawant · 10 december 2012 op 17:48
Wat een prachtig stukje romantiek. Niet alleen het vieren van de relatie ( Pierken en nachtzuster dat is een verrassing!)maar ook de teloorgang van de Pier, de afbladderende etablissementen en de mensen. Rachid nu in een adidasjasje, het spel is over..Goed beschreven ook ,zag het voor me.
(Een opmerking; volgens mij ontwaart iets zich niet, jij ontwaart iets..beter was geweest doemt op ..zegt de miereneuker in mij.. )
Fem · 10 december 2012 op 18:56
De Pier heeft al heel wat fases doorlopen. Wij waren er pas nog, tijdens die flinke storm. Het blijft een plek vol nostalgie….
Mooi verhaal en gefeliciteerd met zeven jaar geluk saampjes!
Yfs · 10 december 2012 op 19:50
Sjonge… een column speciaal door je partner geschreven over een hele bijzondere dag waarop Scheveningen lacht!! 😉 :wave: :wave:
Dees · 10 december 2012 op 21:14
Jullie seven year itch uit zich in de entourage zo te lezen! Mooie sfeertekening, licht nostalgisch en met liefde tussen de regels opgesteld. Graag gelezen.
Nachtzuster · 10 december 2012 op 21:40
Ondanks die bizarre, niet te grijpen, doodse sfeer heb ik een geweldige dag met je gehad. Dank je wel…we vinden een nieuwe muzeplek voor de komende zeven jaar. 😉 :kus:
Meralixe · 11 december 2012 op 19:17
Graag ‘ontheemd’ deel twee A.U.B.
Als de inspiratie een beetje stil gevallen is kun je altijd iets gaan pikken bij Nachtzuster. Dan blijft het toch nog in de familie. :lach:
Pierken · 12 december 2012 op 17:34
Allen bedankt voor de reactie:
@ Trawant: Ge het weldegelijk een punt. Fijn dat je die mier uit mijn vocabulaire wilde neuken.
@ Fem: De Pier is dood en de zee is een aaseter.
@ Meralixe: Dank voor de aanmoediging, maar m’n (onze) maag draait om bij de gedachten van een nieuw weerzien. Er is reeds afscheid genomen.
arta · 13 december 2012 op 08:48
Mooi, sfeervol stuk, Pierken!
Gefeliciteerd, jullie beiden, óp naar de volgende 7!
Sagita · 18 januari 2013 op 23:56
Pierken ik miste je stukjes op ColumnX en kwam al zoekende bij dit zeer mooi en sfeervol geschreven stukje over het verdwijnen van de pier (Pierken)de stek waar je samen met je lief zo vaak samen kwam.
Maarre… is alles wel goed met je? Of laat je de activiteiten een beetje aan Nachtzuster over?
groet Sa?