Verdwaald loop ik door een vreemde ruimte. Waar ben ik nu toch weer aanbeland? Ik raak volledig gedesoriënteerd. Plots word ik geconfronteerd met een aantal ijsberen. In een futuristische ruimte staan ze tentoongesteld. Blauw licht maskeert de echtheid van de beesten. Gelukkig maar. Na een poosje valt me op dat de ijsberen continue dezelfde bewegingen maken met hun hoofden. Lijdzaam gevangenschap maakt de beestjes neurotisch. Ik besluit door te lopen. Als ik vanuit de blauwe ruimte de hoek omloop bots ik bijna tegen een levensgroot damhert. Het damhert staart mij wezenloos aan. Op de grond, die bedekt is met dennennaalden, liggen nog twee kleine damhertjes bewegingsloos voor zich uit te staren. Als ik goed kijk zie ik dat er eentje een rode neus heeft. Zeker verkouden. Het doet allemaal een beetje plastic aan. Ik merk dat ook aan de reacties van andere mensen die door dit labyrint dolen. Iedereen loopt hier verloren rond. Op zoek naar een uitweg. De muziek die in de diverse ruimtes rond zingt maakt het er niet vrolijker op. Het is van die heppiepeppie muziek. De mensen die hier rond lopen worden er behoorlijk nerveus van. Ik ook. Als blikken konden doden waren er in deze ruimte al heel wat slachtoffers gevallen. Sommige ruimtes doen me denken aan een crematorium. Dat komt door de plechtige kilte die er heerst. Iedereen kijkt elkaar zwijgzaam aan. Een soort gemeenschappelijk ongenoegen dat maar niet uitgesproken wordt geeft de mensen iets krampachtigs. Dat toont zich ook in hun motoriek. Die is houterig en bozig. Een aantal mensen kom ik wel drie tot vier keer tegen in de wandelgangen tussen de verschillende ruimtes. Hun blik staat op vertwijfeling. Ze lijken iets te zoeken. Ze weten alleen niet precies wat. Wat mij opvalt, is dat zij houvast zoeken in de spulletjes die in de diverse ruimtes tentoon worden gespreid. De spullen zijn amorf en lijken zorgvuldig op kleur geselecteerd. Ik word een beetje onpasselijk van al die lelijkheid. Dat ik me bevind in een doolhof van prullaria is nog daar aan toe. Maar continue geprikkeld worden door een plastieken werkelijkheid, dat is een ander verhaal. Ik ben nu toch wel heel erg geïnteresseerd naar de uitweg. Als die er überhaupt is. Alle objecten vragen aandacht en proberen mij te vangen. Alles heeft zijn prijs. Ik klamp me vast aan een mevrouw in een groene werkjas. Zij lijkt me de aangewezen figuur om mij wegwijs te maken in dit labyrint. Met geveinsde vriendelijkheid legt ze uit dat ik bijna bij de uitgang ben. Ik hoef slechts de voetstappen op de grond te volgen. Ik houd het niet meer en struikel over dozen vol prullaria en wankel tussen plastic bomen. Ik ruik een vettige lucht en probeer de geur te duiden. Mijn neusvleugels kunnen het maar net aan. Al gauw determineer ik een vreemde combi. Ik ruik oliebollen en Vietnamese loempia’s. Plots sta ik in een grote ruimte met veel licht. De mensen lijken de weg weer gevonden te hebben in het labyrint. Ze staan keurig in een rij en leggen objecten op een rollende band. De mensen zien er moe uit. Het plastic labyrint heeft hen uitgeput. Thuis wacht hen hopelijk koffie en koek. Dan zetten zij boompjes op met en over de pasgescoorde buit. Bomen van plastic of puur natuur. Daarna worden ze behangen met hun pas verworven jachttrofeeën. Ik moet weer denken aan het damhert. Zou het er nog staan? Ik ben opgelucht als ik weer buiten sta. Mijn rode telefooncel kijkt me uitnodigend aan. Het is weer tijd om op pad te gaan. Op weg naar een gelukkig nieuw jaar.

Categorieën: Actualiteiten

Harrie

Tijdreiziger

3 reacties

Bhakje · 13 december 2011 op 17:30

Geen reden voor paniek Dr Wie, het is waarschijnlijk de normaalste zaak van de wereld. :hammer:

Zoals gewoonlijk, met zeer veel genoegen gelezen.

Mien · 13 december 2011 op 22:09

Lost in het tuincentrum? Deed me een beetje denken aan Being There.

Mien

Libelle · 14 december 2011 op 10:12

Subliem!
Ik moest er eens zonodig. De voetstappen volgen zou fataal zijn geweest.
Er is een geheime short-cut tussen de panelen door.
Alleen voor groen personeel en hoge nood.
Prachtige, actuele onderwerpkeuze.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder