Vanaf het moment dat ik de keuken binnenkom ben ik mij bewust van de ernst van de situatie. Een man ligt voorover gebogen, met zijn hoofd op het bord en de armen uitgestrekt op tafel te snurken. Dit gaat niet goed. Naast hem staat een glas met een vreemdsoortig goedje. Het is rood en er drijven wat vruchtjes aan de oppervlakte. Het lijkt wel of er een kleine bom ontploft is op de keukentafel. Zodra ik het strijdtoneel verder beschouw zie ik onmiddellijk wat de oorzaak is van de explosie. Typisch gevalletje van decemberzucht. Naast het glas zie ik een worstachtig broodje liggen. Half aangevreten. Het broodje heeft een witte binnenkant en een bruine korst. Het omhult een blauwgrijs vleesstaafje. Een stukje verder staat een wit porseleinen schaaltje gevuld met bonbons. ‘Made in Belgium’ lees ik op de doos die ernaast ligt. Aan de wikkels op tafel liggen zie ik dat er al flink van gegeten is. De man die nog steeds ligt te snurken richt zich plots op en brabbelt wat onverstaanbare woorden. Met zijn linkerhand knijpt hij in zijn zij en met zijn rechterhand maakt hij masserende bewegingen over zijn buik. Hij zit duidelijk met iets in zijn maag. De man maakt kokhalzende bewegingen. Ik doe een stapje terug van de keukentafel. Dit voorspelt niet veel goeds.
Gelukkig komt het niet tot een culinaire uitbarsting. Het enige wat de man weet uit te brengen zijn een paar korte klanken. Ik probeer de klanken om te zetten naar woorden. De man schijnt er namelijk veel waarde aan te hechten als ik zijn ernstig bezorgde blik mag geloven. Ik kan er niet veel van maken. “Poed, poed, poed … “, lijkt hij te zeggen en met een gestrekte wijsvinger zwaait ie wild in de lucht. Dat kost hem veel kruim. Zijn hoofd tolt en zwalkt op zijn nek. Al snel legt hij zijn hoofd weer te ruste op zijn bord. Zijn flinke neus maakt een zachte landing op iets wat lijkt op verbrande oliebollen. Hoewel, de deegachtige massa waar zijn neus nu in steekt is wel erg groot voor een oliebol.
Ik vraag me af wat hij met zijn “poed, poed, poed … “ wil zeggen. Op tafel zie ik nog een doos eieren staan en een zak bloem. Verder liggen er verspreid nog wat rozijnen, krenten en gehakte amandelen. Duidelijke tekens van een bakproces. Wat ook nog opvalt is een kleine fles brandy zonder inhoud. Zodra ik de lege fles zie voel ik plots een alcohollucht mijn neus binnendringen. Bijna gelijktijdig komt er een ruwharige teckel op kleine korte pootjes de keuken binnengedribbeld. Hij kwispelt vrolijk met zijn staart. Op zijn halsbandje zie ik zijn naam staan. Pavlov heet ie. Een zinnenprikkelende hond.
Pavlov loopt linea recta naar de man die bijna lijkt te stikken in zijn eigen gesnurk en bijt hem zachtjes in zijn been. De man schrikt even wakker en kijkt langs de tafelpoot naar beneden. Hij schudt met zijn been de hond van zich af en legt zijn hoofd weer te ruste op het donkerbruine deeg. “Poed, poed, poed …. not goed”, murmelt ie met dubbele tongval.
De ruwharige teckel laat het er niet bij zitten en heft zijn korte linkerachterpoot op. Welgemikt gooit ie een straal urine over de rechterschoen van de snurkerd en dribbelt met zijn neus omhoog de keuken uit. De manier waarop de teckel dat doet lijkt veel op herhalingsgedrag. Het gaat allemaal voorbij aan de snurkende man.
Mijn blik glijdt verder over de tafel en komt uit bij een opengeslagen kookboek. Het is Engelstalig. In een keer valt mijn penny. ‘Traditional Christmaspudding’ staat er in grote letters boven het recept. Aan de hand van de bijbehorende afbeelding herken ik nu ook het donkerbruine goedje op het bord van de snurkerd. Mijn oog valt op een klein labeltje dat in een lege kom naast het bord van de snurkerd ligt. Made in 2009. Best before 2010. Staat er op het labeltje. De snurkende man richt zich plots op. Zijn hoofd stoot wederom vreemde geluiden uit. Pulserend stoot het dezelfde klanken uit als eventjes geleden. Met dit verschil dat de klanken dit keer gepaard met een stortvloed aan lichtbruine brij die van diep uit het strottenhoofd de keuken wordt in geslingerd …poed, poed, poeding … not goed …!” Gelukkig kan ik net op tijd uit de lichtbruine straal wegstappen. Een takje hulst stroomt in de bruine brij van tafel af. De man legt zijn hoofd uitgeput weer neer op zijn bord. En ik … ik heb het even gehad met kerstgevoel. Voor mij mag 2012 snel beginnen.

Categorieën: Actualiteiten

Harrie

Tijdreiziger

4 reacties

Libelle · 30 december 2011 op 10:07

Met plezier gelezen.
Eating blijft the proof of the poeding.

Wayan · 30 december 2011 op 12:55

Leuk geschreven, maar teveel woorden die in de 19de eeuw gangbaar waren zoals :

Zodra ik het strijdtoneel verder beschouw

Al snel legt hij zijn hoofd weer te ruste op zijn bord

Zijn hoofd stoot wederom vreemde geluiden uit.

Verder schrijf je :

Mijn blik glijdt verder over de tafel

Mijn oog valt op een klein labeltje

Het is natuurlijk mogelijk dat men in Breskens het eenvoudig naar een tafel kijken vervangt door een blik die over de tafel glijdt en dat iets opmerken uitgedrukt wordt door een oog dat valt, maar ik ben zo vrij dit te betwijfelen.

Het lijkt eerder de obsessie van de schrijver te zijn om proces-verbaalwoorden en stadhuiswoorden te gebruiken

Meralixe · 31 december 2011 op 08:57

Maar één, 1, witregel!!!!:hammer:

Beste wensen en……..Smakelijk eten!!

Harrie · 2 januari 2012 op 08:54

Bedankt voor jullie reacties.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder