Samenzijn, een toverwoord. Oh, wat waren ze gelukkig. Iedere ‘ik hou van jou’ was een bouwsteentje van hun gelukstoren. Elke avond zaten ze er bovenop om eerst rond te kijken naar de torens van andere mensen die minder kleurrijk, minder hoog en minder mooi leken, om vervolgens van elkaar te genieten. Zij zaten altijd heerlijk in elkaars warmte, terwijl er op de bouwwerken om hen heen toch ook regelmatig kilte heerste. “Dat zal ons nooit overkomen, hè, schat?”, zei ze dan verliefd tegen hem. Hij keek haar dan gelukzalig aan en antwoordde: “Nee, wij zorgen er wel voor dat het bij ons anders gaat.”

Maar door al het geluk vergaten ze op te letten. Na een half jaar keken ze omlaag en schrokken. Het cement van hun toren begon af te brokkelen. Hij was inmiddels zó hoog dat zij niet meer omlaag durfde, dus waagde hij de sprong. Galant zwaaide hij zijn benen over de rand en gleed heldhaftig naar beneden. Toen hij terugkwam was hun toren weer zo goed als nieuw. Zij vervielen in hun oude patroon en voelden zich weer fijn. Toch waaide er nu af en toe ook bij hen een vlaag van irritatie over. De heldere hemel vertrok af en toe en werd soms zelfs dreigend. Hierdoor verdween er steeds meer kleur van hun bouwwerk en omdat er geen onderhoud werd gepleegd begon het te vervallen. Als idioten bouwden ze maar door, niet wetend dat de basis het langzaam begon te begeven.

“Wat is hij hoog, hè?”, vroeg zij hem dagelijks. “Ja, en mooi. Het is de mooiste toren die ik ooit gehad heb.”

Op een avond voelden zij een schokje. Geschrokken keken zij elkaar aan. Even later voelden zij het weer. Angstig klampte ze zich aan hem vast. Heel voorzichtig keken zij over de rand. Hun gezichten werden net zo grauw als hun toren geworden was. Er was geen greintje schoonheid meer. Hun dromen gleden als tranen naar beneden om op de grond wreed uit elkaar te spatten op de cementbrokken.

Zij vroeg hem om weer af te dalen, maar de toren was inmiddels zo hoog geworden dat hij het niet meer aandurfde. Ook zij zag het niet zitten om de brokstukken weer te gaan lijmen. Jaloers keken ze naar een kleurrijke toren even verderop. Hij stond er al jaren en was niet zo hoog, maar werd dagelijks met liefde verzorgd. De schokken werden heviger. Hun angst groeide. “Zullen we samen springen?” De vraag werd nooit beantwoord. Met een donderend geraas stortte de toren als een kaartenhuis ineen.

Categorieën: Diversen

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

13 reacties

pepe · 19 februari 2007 op 07:50

Prachtig geschreven weer. Mooi die toren als metafoor.

DreamOn · 19 februari 2007 op 09:02

Zo…dat hakt er bij mij even in op de vroege ochtend!

DriekOplopers · 19 februari 2007 op 09:27

Tsja, wat kan ik zeggen? Wat schitterend gedaan, Arta. Echt super. Hulde.

Dikke kus van je grootste fan!

Driek

pally · 19 februari 2007 op 10:41

ha, Arta, hele mooie metafoor, die bijna als droom zou kunnen doorgaan.

een puntje: [quote]terwijl er op de bouwwerken om hen heen toch regelmatig kilte heerste[/quote]

Hier dwaal je in mijn optiek even van je verder prachtig konsekwent gebruikte beeld af. De kilte van andere torens kun je niet voelen, wel brokkels of verkleuring zien of iets dergelijks.
Beetje muggenziften, hij is heel mooi,

groet, Pally

KingArthur · 19 februari 2007 op 12:55

Goede metafoor, jammerlijk kan hij opgaan in de werkelijkheid. Jammerlijk omdat ik vind dat door een toren mensen zichzelf verheffen boven anderen. Daarnaast associeer ik een toren met ivoor en dat heeft bij mij ook een negatieve klank.

arta · 19 februari 2007 op 13:54

@ King: Je hebt gelijk! Ik heb bewust voor deze metafoor gekozen, omdat het soms lijkt alsof mensen in relaties zichzelf zo aan het meten zijn met anderen dat ze wat werkelijk belangrijk is binnen hun eigen relatie uit het oog verliezen!

SIMBA · 19 februari 2007 op 15:12

Ik hoef niks meer toe te voegen aan de voorgaande reacties 🙂

axelle · 19 februari 2007 op 20:52

Ik surfte vandaag naar de columx en ik wou één
goede column lezen;

dit is ‘m geworden…

Axelle

Li · 19 februari 2007 op 22:29

Goede column Arta en ik onderschrijf de bovenstaande reacties.
Omdat jij openstaat voor verbeteringen één superklein aandachtspuntje.

[quote]Zij vervielen in hun oude patroon en voelden zich weer fijn. Toch waaide er nu af en toe ook bij hen een vlaag van irritatie over. De heldere hemel vertrok af en toe en werd soms zelfs dreigend.[/quote]

Ik vind ‘af en toe’ de zinnen ontkrachten. En je hebt het twee keer achtereen gebruikt. Verder is het helemaal toppie

Li

WritersBlocq · 20 februari 2007 op 00:13

Op een ruïne kun je geen kasteel bouwen, dat blijkt maar weer. (maaaaaar hoe het wel moet :eh: 😉 )
Liefsjes Pau.

Trukie · 20 februari 2007 op 10:06

De blinde beslotenheid van een toren.
Prachtig

Joy · 20 februari 2007 op 13:30

Je begrijpt meteen wat er bedoeld wordt. Echt goed.

arta · 20 februari 2007 op 17:10

@ Pally en Li: Die stijlfoutjes… Ik probeer er steeds op te letten, maar elk stukje dat ik schrijf sluipen er toch weer één of twee in! :oeps: Dus goed dat jullie me er op wijzen. Dankjewel!

@ de anderen: Heel erg bedankt voor jullie reacties! 🙂

Geef een antwoord