Hoe zou je het liefst willen sterven? Een vraag die iedereen zichzelf wel eens stelt. Een vraag bezongen in vele liedjes, gedicht in dito gedichtjes, gefilmd in gedachten en op locaties, origineel of doodgewoon.

Doe mij maar per ongeluk. Nee, niet in bed, ver in de tachtig vredig in slaap. Dat is zo saai. Gewoon in de supermarkt, struikelend over nonchalant weggegooid fruit of groente. Je kent dat wel. Haastig op zoek naar plastic zakjes die altijd op zijn, nog nadenkend wat er nu precies op het briefje staat. Sinaasappelen of perssinaasappelen? Ongeduldig wachtend op al die voorgangers die treuzelen bij de weegschaal.

En dan. Ja, je was het vergeten. Kiwi’s. Snel loop je terug, nadat je het winkelwagentje veilig geparkeerd hebt op een plek waar het niemand in de weg staat. Maar wel een plek die je gemakkelijk terug kunt vinden. Je loopt. Nee, je rent half want je hebt haast en dan voila je gaat onderuit. Over een schil op de vloer. En je weet, beseft, dit is het einde.

Een leven flitst voorbij in luttele seconden. Het wordt wit voor je ogen. In de verte de ingedachte tunnel. Wat is ie groot. Wat gaat het snel. Veel sneller dan in je dromen. Een leven trekt aan je voorbij. Hoogtepunten en dieptepunten en punten ertussenin. Die was je even vergeten. Maar ook die doen er toe. Sterker nog. Die blijven op je netvlies staan.

De dag dat je voor het eerst naar de kapper ging. Niets bijzonders. Totdat de kapper bijna je oor eraf knipte en je kennismaakte met een gek soort blokje ijs. Zo voelde het althans. Je kunt niet op de naam komen. Weer niet. En je hebt nog maar zo kort te gaan. In gedachten. Wacht daar komt iemand op mij toegelopen. Wie is dat? Verrek. Mijn moeder. Toch? En dan in oplopende volgorde al die stervelingen die eerder gingen. Ze heten mij welkom. Welkom waarin? Welkom waarvan? Is het hier een feestje? Ben ik in de hemel?

Het voelt oké. Maar ook een beetje vreemd. Ik dacht namelijk dat ik nog aan het sterven was. Dan ben je nog niet dood. Het zij zo. Ik neem slechts waar. In mijn eigen film. In mijn eigen leven. Ik neem op. En langzaam, heel langzaam, glijd ik weg. Met de lichten aan. Onder supermarkt-tl’s op een doordeweekse dag. En het voelt goed. Zo wil ik sterven. Het hoort gewoon bij het leven. Dus niet moeilijk over doen.


Mien

Bewonder luidruchtig en verwonder in stilte

10 reacties

Bart · 14 maart 2016 op 20:07

Hij is mooi en ik hou van mooi…

Bruun · 14 maart 2016 op 21:09

“Kiwi’s.” De kunst om met één zorgvuldig gekozen woordje op iemands lachspieren te werken. Ik hou er van.

    Mien · 15 maart 2016 op 07:30

    Ha, ha. Dan ben ik blij dat ik uiteindelijk voor een kiwi gekozen heb. Ik twijfelde namelijk tussen kiwi’s en avocado’s.

miepske · 15 maart 2016 op 09:04

Blijf nog maar even onder ons Mien, ik lees je met plezier!

Mosje · 15 maart 2016 op 11:01

Ik sterf toch het liefst een beetje groot. In ieder geval groter dan uitglijden over een schil 😉

pally · 15 maart 2016 op 14:20

De gewenste dood leuk naar de alledaagsheid getrokken, Mien. Zo is er nog humor bij het sterven. Alleen het leven dat voorbij trekt, 2x vlak na elkaar, is er misschien eentje te veel, denk ik.

    Mien · 15 maart 2016 op 14:26

    Goed gezien Pally, in de vierde alinea zit een verdubbeling die onnodig is. Twee levens die in zo’n korte tijd voorbij trekken dat is wel erg veel. Dank voor je reactie en de opmerkzaamheid.

arta · 16 maart 2016 op 15:33

Sterven hoort bij het leven.
Speculeren over ‘hoe’, ‘wat’ en ‘waarom’ doe ik niet meer, na twee (achteraf) voorspellende columns 😀

Aparte column, leuk om te lezen.

WritersBlocq · 17 maart 2016 op 16:58

Wat een leuke en mooie column, Mien.
Ik vind de ‘je’-vorm mooier dan de ‘ik’-vorm, en hij is niet consequent doorgevoerd maar dat gaf mij de ruimte om ze met elkaar te vergelijken.

“En je hebt nog maar zo kort te gaan. In gedachten. Wacht daar komt iemand op mij toegelopen. ”
[is het oude quote-dingetje er nog?/]

Geef een reactie

Avatar plaatshouder