Door de dunne zolen van haar schoenen voelt ze elke oneffenheid. Het asfalt, dat alleen warmte gaf, heeft ze achter zich gelaten en de gelijkmatige stoeptegels zijn ook verleden tijd. Kinderkopjes voelt ze onder zich en met wat inlevingsvermogen zijn de vormen werkelijk als dusdanig herkenbaar. Ze kijkt om zich heen of er geen andere ondergrond beschikbaar is. Helaas. Licht glooiend strekt het straatje zich voor haar uit. Aan beide kanten staan felgekleurde huizen. Vrolijke kleuren, diepe kleuren, geen enkele gelijk. Als dominostenen in hun vrije val hellen ze naar haar toe, alsof ze door de knieën willen gaan om elke langsloper te kussen. In hun kielzog de geur van versgebakken brood, dat uit een bakkerij, gevestigd in de rij, haar neusgaten binnenzweeft. Ze kijkt omhoog. Wasgoed aan een beweegbaar lijntje ontbreekt in het straatbeeld. Jammer.

Een vaag geluid verlegt haar aandacht. Zacht metalige tonen, met elke seconde een langspeelplaattik, vervormen uiteindelijk tot hardrock, komend vanuit een werkplaats. Aan de onderdelen te zien betreft het een autogarage. Een man fluit heel hard een smartlap tegen het lawaai in, alsof hij wil benadrukken dat hij die plaat niet opgezet heeft. Snel loopt ze door, de muzieknoten rond haar hoofd één voor één uitgummend, tot er nauwelijks nog iets hoorbaar is.

Kleine ramen met bewegende gordijnen. Zou het de wind…? Een hand. Zelfs op afstand ziet ze de zwarte rouwrandjes. Een frisse wind waait door een brandgang. Kippenvel vormt zich op haar huid en nogmaals verstevigt zij haar tred. Voetstappen. Rondkijkend beseft ze dat er niemand is. Niet zichtbaar. Met haar handen diep in haar zakken houdt zij haar ogen strak op de straat gericht. De kinderkopjes kijken terug. Nog steeds ziet ze er ogen in, en neuzen. Sommigen lijken zich nu zelfs te bewegen.

Halverwege de helling dringen de contouren van karkassen haar ooghoeken in. De buurtslager. Op een drafje rent ze verder en bereikt, achtervolgd door de geur van vlees dat te lang buiten hangt, een groot plein met in het midden een grasveld. Vriendelijke terrasjes nodigen uit tot zitten, maar zij loopt door. Nog één blik naar het steegje. De huizen staan ver achterover gebogen.
[i]Oprotten jij, we moeten jou niet.[/i]
Nog tien minuten tot het station.
Weg hier.
Niets lijkt wat het is.

Categorieën: Diversen

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

13 reacties

LouisP · 4 juni 2010 op 07:27

Arta,
ik kan alleen maar genieten van wat jij zo beeldend hebt beschreven. Die huisjes. De gezichtjes op de grond.
De geuren. Eerst lekkere geuren, dan vieze geuren.
Het bewegen van de gekleurde huisjes. Van voor naar achter. Het steegje….

groet,
Louis

Anti · 4 juni 2010 op 07:32

Perfect tot leven gewekt. Mooie metaforen.

SIMBA · 4 juni 2010 op 07:56

Vanaf nu zal ik een eindje om moeten rijden om de straatjes met kinderkopjes te vermijden….
:wave:

Avalanche · 4 juni 2010 op 08:12

Puntgaaf wandelingetje, Arta.

lisa-marie · 4 juni 2010 op 09:02

Een straatje dat zo vriendelijk begint en langzaam zo vijandig wordt tot leven laten komen daar geniet ik van. 😀

[quote]de muzieknoten rond haar hoofd één voor één uitgummend, tot er nauwelijks nog iets hoorbaar is.[/quote]

dat is gewoon mooi.

Chi_Dragon · 4 juni 2010 op 09:24

Wat een topper.

[quote]De kinderkopjes kijken terug. Nog steeds ziet ze er ogen in, en neuzen. Sommigen lijken zich nu zelfs te bewegen. [/quote]
Lijkt wel een zin uit een Stephen King boek 😉

:wave:

Garuda · 4 juni 2010 op 12:21

Zij was niet de enigste die kippenvel kreeg!

Heel mooi verbeeldend.

Mien · 4 juni 2010 op 17:02

Mooi gevonden titel.
Geld overigens ook voor de column.
Beeldspraak vind ik af en toe iet te ver doorgevoerd.

Mien Kassei

p.s.
Zweet Koen peentjes?

sylvia1 · 4 juni 2010 op 20:42

Het is inderdaad een schitterend verhaal. Maar misschien, voor mijn gevoel, zo subtiel, zo poëtisch (zoek even naar de woorden), dat het eerder een mini-verhaal is dan een column. Wat ik niettemin met heel veel plezier heb gelezen.

Fem · 5 juni 2010 op 08:50

Ik hou van deze beeldspraak!

Prachtig en spannend tegelijk… :wave:

Prlwytskovsky · 6 juni 2010 op 00:37

Als toeschouwer van het leven laat jij ons dit beeld zien, en meebeleven.
Heerlijke schrijfstijl.

arta · 6 juni 2010 op 10:29

Wat fijn zulke reacties, dank jullie wel!
@ Mien: Je hebt gelijk, ik ben dit verhaal gaan schrijven, omdat ik zin had in wat ‘mooischrijverij’.(je kunt maar een afwijking hebben)200 woorden heb ik ook weer geschrapt, maar tja… ja… 😀

@ Sylvia: Haha, deze site mag dan ColumnX heten, als er 5 daadwerkelijke columns van mij op staan (van de meer dan 100) dan zou me dat écht verbazen:-D

Dees · 6 juni 2010 op 11:50

Wat ik me meteen afvraag is of het echt alleen het visuele en bewuste is dat de hp doet huiveren en omslaan. Dat is natuurlijk wel het meest voor de hand liggende. Alleen zijn er van die plaatsen met een huiverfactor zonder dat je er direct de vinger op kunt leggen en ik krijg het idee dat dat hier ook een gegeven zou kunnen / moeten zijn. Mooi stukje, mooi basisgegeven voor een euh column 😀

Geef een antwoord