Soms gaan de dingen nou eenmaal zo dat prille, onsamenhangende gedachten die al dagenlang door mijn hoofd spoken bij toeval samenvallen en dat zou zomaar eens kunnen gaan over het schrijven van een essay waarin drie literaire werken uit verschillende periodes aan elkaar worden gekoppeld. In plaats van angstvallig te blijven piekeren over dit ‘ding’ en met een ongeduldige pen naar maagdelijk wit papier te staren, overkomt het me dan hoe deze gedachten als vanzelf in inkt op papier vloeien en daarmee ook weer voorbijgaan. Zo besloot ik onlangs op een regenachtige zaterdagmiddag de zojuist geleverde blu-raydisc van Basic Instinctte kijken. In eerste instantie om eindelijk eens een loeischerpe blik te kunnen werpen op de veelbesproken verhoorscène waarin de hoofdrolspeelster, schrijfster Catharine, met de billen bloot moet en op ostentatieve wijze haar benen daarbij kruist. Maar wat me vooral is bijgebleven is hoe zij met een koele, ijsblauwe blik tegen rechercheur Nick vertelt dat er in een goed boek altijd iemand dood moet gaan. Ik zag hoe deze femme fatalehet noodlot tart en hoe zij als een sluwe vos anderen voor haar karretje spant om niet zelf op te draaien voor haar afschuwelijke daden. Ook zag ik hoe Nick als en blok voor haar viel en dat hij zeker niet de enige was, want ook ik voelde een ongepaste bewondering voor deze sluwe schone. En dat was het moment waarop alle puzzelstukjes in elkaar vielen en het concept voor mijn essay werd geboren. Ik voelde hoe mijn jeukende vingers schreeuwden om schrijfgerei en daarbij betrapte ik mezelf erop dat ik me moest bedwingen om niet te gaan vervallen in homerische vergelijkingen.

    Willem, die Reinaert de Vos maakte, schreef over dit vierpotige, sluwe personage dat steeds weer aan zijn noodlot weet te ontkomen door op slinkse wijze veel slachtoffers in de val te lokken. Een vos die ten koste van anderen zijn hachje weet te redden en daarmee meermaals aan zijn noodlot ontkomt. Hoewel Reinaert de schelm in dit episch dierdicht is, en ik hem daarom aan de galg zou moeten willen zien bungelen voor zijn afgrijselijke daden, werd ik bevangen door een geheel ander gevoel. Ik merkte dat ik veel bewondering voor hem voelde, terwijl ik in mijn opvoeding juist heb geleerd om niet te liegen en bedriegen. Nog altijd hoor ik de vermanende woorden van mijn moeder: “Zeg het maar gewoon eerlijk hoor, want ik komt er toch wel achter.” En ik geloofde dat. Zo naïef was ik. En dat heb ik heel consequent nog jarenlang volgehouden. Als toeschouwer van het verhaal zag ik het fysieke lijden van hebzuchtige, vraatzuchtige dieren en de burgerij als heerlijk leedvermaak. Geen greintje medelijden voelde ik. Nul. Komma. Nul. Reinaert is mijn held.

    Die bewondering, die behoor ik toch ook zeker niet te voelen voor Otillie in Couperus’ Van oude mensen? Want hierin lees ik hoe de oude vrouw haar vroegere minnaar Emile Takma zestig jaar geleden voor haar karretje spande om haar toenmalige echtgenoot te vermoorden. Ook dokter Roelofsz, die heimelijk verliefd op haar was, wist ze zover te krijgen dat hij tijdens de lijkschouwing bevestigde dat de vermoorde Dercksz door de verdrinkingsdood om het leven is gekomen. En dat terwijl zij hem eigenhandig in de rivier hebben gegooid. Hoe afgrijselijk wil je het hebben? Een logische gedachte zou kunnen zijn dat ik deze mensen op de Titanic naar de zeebodem zou willen zien zinken. Een terecht en verdiend noodlot zou dat zijn, ware het niet dat zij slechts een paar jaar voor het uitvaren een natuurlijke dood zijn gestorven. Maar die gedachte heb ik allerminst, dus wederom betrap ik me op gevoelens van adoratie en empathie. Bewondering voor deze oude mensen die zestig jaar lang dit afschuwelijke geheim met zich mee moesten dragen. Zou mij zoiets lukken? Met mijn karakter vast en zeker niet. Ik had zeer waarschijnlijk alles eerlijk opgebiecht, zoals het immers toch behoort, en daardoor aan de strop gehangen. En hoewel deze drie personages het niet beseffen, komt de lezer erachter dat er meerderen in de familie wéten of allicht een vermoeden hebben, maar iedereen zwijgt als het graf. Je vraagt je af waarom. Maar de sluwe oude tante heeft het voor elkaar dat niemand erover spreken zal. De oude heren houden braaf hun mond. Ze moeten wel.

    Van sluw naar rechtvaardig in Max Havelaar. Een geheel ander hoofdpersonage: een assistent-regent, een wereldverbeteraar, een idealist waarvan je vrijwel meteen jeuk krijgt. Voel ik bewondering? Allesbehalve. Diep is mijn verontwaardiging dan ook omdat ik mezelf volledig in Max herken – eerlijk en oprecht. Als enige vecht hij tegen onrecht maar daardoor is Max’ lot ook meteen bezegeld. In zijn strijd tegen de onderdrukking van het inheemse, Javaanse volk loopt hij steeds weer tegen muren aan en de verwachte, rechtvaardige hulp krijgt hij allerminst. Wat Multatuli sluw heeft aangepakt is om de mini-roman van Saidjah en Adinda te verweven in deze raamvertelling, want slechts een verhaaltje dat louter over koffie gaat en een brave borst die tevergeefs vecht tegen de onderdrukking van het inheemse volk, is natuurlijk vreselijk saai. Dus daarom moet er iemand dood. Dat is pas echt gaaf. En dan het liefst een moord op een adorabel, verliefd tienerkoppeltje, dat je als lezer al in je hart had gesloten, omdat dat natuurlijk veel meer afschuw opwekt dan de moord op een willekeurige assistent-regent Slotering die vergiftigd wordt. Bewondering voor Multatuli! Een schrijver die als een sluwe vos vele geïnteresseerde lezers om de tuin heeft geleid met dit meesterwerk, hun de waarheid heeft verteld en daarmee uiteindelijk de dood op het kolonialisme op zijn geweten heeft.

Liegen en bedriegen. Een oeroude overlevingstechniek die iedereen vanaf zijn geboorte meekrijgt als een basic instinct om te kunnen overleven, werd mij door mijn moeder afgeleerd. Maar hoe overleef je dan een verhaal waarin altijd iemand dood moet? Hoe overleef je wanneer je een gruwelijk geheim op je kerfstok hebt, waarvan je wil voorkomen dat anderen dat te weten komen? Of hoe overleef je het wanneer je als rechtschapen persoon, met je idealistisch karakter tegen muren loopt, terwijl je had verwacht dat je alle medewerking zou krijgen van anderen waarvan jij afhankelijk bent? Wat ik hier zeker niet wil doen is gaan pleiten voor een leven vol list en bedrog, maar mijn ogen zijn inmiddels wel geopend. Dus zo af en toe, wanneer het nodig is, kan ik mezelf maar beter gedragen als een sluwe vos en vergeet ik de ingeprente woorden van mijn moeder, want inmiddels weet ik het zeker: vertrouw op Reinaert en alles komt goed. 


Rob van Meer

Componeren met woorden. Ik doe dat heel graag.

1 reactie

Bitchy · 16 april 2019 op 11:15

Ahhh… dan toch maar firma *List en Bedrog* oprichten 😉

Geef een reactie