Denkend aan Holland zag de dichter Lucebert brede rivieren traag door oneindig laagland gaan. Heeft u dat ook? Doordeweeks werken we in zielloze gebouwen of jakkeren we over eindeloze asfaltlinten. Afgelopen zondag echter voeren we met zijn negenen op zo’n trage rivier. Nou ja, kanalen en vaarten, want god schiep de wereld niet, maar de Hollanders schiepen Holland wél.
Elk jaar verzint één van mijn aangetrouwde familieleden een groepsuitje. Hij kreeg ons allemaal in het bootje. We gingen het schip in. Gooiden de trossen los. Staken van wal. Met een motorsloep. Dit boottype dankt zijn naam aan het zestiende eeuwse Franse woord chaloupe, van het Nederlandse ‘sloep’ dat op zijn beurt van het werkwoord sluipen komt. Soms is een woord net een vluchteling of wereldburger… Een sloep is een boot die ‘sluipt’ oftewel zachtjes voortglijdt. Een mooie beeldspraak voor ons uitje, want we genoten van de rust op Hollands element bij uitstek: water. Je onthaast op het water omringd door reigerzwijgen en eendgesnater.

Uiteraard was degene die ons uitnodigde, schipper op god’s stoel en stuurman tegelijk. Als vanzelf ontpopten zich fourageurs, assistent-stuurlui, lichtmatrozen, passagiers, fotografen en een chroniqueur. Het gonsde van visserslatijn, waterheldendom, zeemanstaal en zeemansliederen. Zeemansbenen onderscheidden zich al gauw van (soms welgevormde) onderstellen van de landrotten onder ons.
Het was de wereld zoals hij behoort te zijn, maar dan in het klein: democratisch maar wél met een logische taakverdeling. Ieder naar kunnen, maar allen gelijkelijk profiterend van het resultaat. Kortom: een heerlijke dag, met lachende gezichten. En vergezichten, want Holland biedt nog een zee aan ruimte. Welke malloot beweert dat het vol is? Als je maar wilt zien is er ruimte zat. Met reigers en roofvogels, meeuwen en visdiefjes, koeien en schapen, oude en nieuwe windmolens, uitdijende dorpen met geknotte torens en krimpende kerken, allerhande horizonten onder zeventiende eeuwse wolkenpartijen, langzame en flitsende fietsers op hoge dijken, verhalenrijke boerderijen, kaarsrechte rijen loodrechte populieren, ongeordende boomgroepen en kleurrijke wilde bloemen. Leiden is vanaf het water eveneens ontzettend mooi. Vergat uw kroniekschrijver dat hij columnist, dichter en maatschappijcriticus is? Welnee, hij maakte zijn hoofd leeg en schiep ruimte voor nieuwe indrukken en beelden, verhalen en ideeën. Om ‘vol’ te kunnen zijn van alles om je heen moet je hoofd ‘leeg’ zijn…

© Jan Bontje 2006

Categorieën: Algemeen

7 reacties

Ma3anne · 30 september 2006 op 09:41

De naam Lucebert doet me in dit verband pijn aan de ogen. Je hebt genoten van het Holland van Hendrik Marsman, Jan.:-P

DriekOplopers · 30 september 2006 op 10:14

Heel mooi gedaan. Een sfeertekening en ook nog wat wetenswaardigs, samen in één column. Ik heb genoten. Hulde!

Driek

Trukie · 30 september 2006 op 10:40

Heel mooi Jan. Voor wie er oog voor heeft, is Nederland een prachtig land.

Ik denk dat velen onder ons aan of bij water wonen en er een “eigen plekje” hebben gevonden waar je iedere keer naar teruggaat.

pally · 30 september 2006 op 13:37

Een column als een oudhollands schilderij.
Leuk om te lezen. Jammer van Marsman…
Veel en dik, maar dat hoort bij deze schilderkunst, compliment!

champagne · 30 september 2006 op 17:03

Mooie sfeertekening 🙂

KawaSutra · 30 september 2006 op 17:30

Bij zo’n familieuitje worden vaak alle verhoudingen en rangorden weer helder. Zo ook het zicht op Nederland vanaf het water. Ik heb genoten van je vaartocht.

pepe · 1 oktober 2006 op 20:59

Door de ogen van dit Bontje mochten wij lezers meegenieten van een volle vaart, die leegte schiep en hopelijk stof heeft gegeven voor nog meer mooie gedichten, columns en wie weet schilderijen 😉

Mooi!!!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder