Ik boog me naar de spiegel toe, een wimpertje daar vlak naast mijn neus. Stilletjes breng ik mijn wijsvinger in de richting van mijn linkeroog. Heel zacht alsof ik een vogeltje wil vangen, daar pluk ik het wimpertje weg. Het rust op mijn vinger, ik doe het raam open, voel de avondlucht, het kleine haartje ligt berustend klaar. Wachtend op mijn ademstoot, wachtend op mijn wens, wachtend op de vrijheid. Ik sluit mij ogen concentreer me en mijn mond formuleert een concurrentie voor de oostenwind. Mijn wimper vliegt de lucht in. Een wens mag je niet vertellen, dan komt ze niet uit. Ik wens al van zo lang ik mij kon herinneren hetzelfde. Het bizarre hieraan is dat ik datgene niet wens omdat het nog nooit is uitgekomen, ik wens het gewoon bij gebrek aan een betere wens.
Ik zal het maar vertellen, ik heb er namelijk een heel denkproces aan verbonden. Ik wens altijd om geluk. Niet geluk oh joepie een klavertje vier en de bakker heeft me teveel wisselgeld teruggegeven, nee het echte geluk. Het geluk waarvan ze in de bijbel zeggen dat je het na je dood meemaakt indien je god wat hebt aanbeden en niemand hebt vermoord. Het is dat geluk dat ik wil. Datgene waarvan ze zeggen dat het je vervult. Vervullen met wat weet ik niet. De weg die de bijbel voorschrijft is niet aan mij besteed, ik wil en ben niet dood, heb weliswaar niemand vermoord maat dat aanbidden van god is er nogal eens ingeschoten.
God kan mij dat ultieme geluk niet brengen dus richt ik mijn hoop op dat wimpertje dat de wijde wereld invliegt.
Hoe dat geluk eruitziet, is mij een raadsel. Elke keer vul ik het anders in. Soms stel ik het mij voor als een perfect vriendje (meestal in eenzame tijden). Als ik dan een vriendje heb, blijkt hij toch niet zo perfect en stel ik mij het geluk voor als eindelijk vrij zijn. Op andere tijden (examenperiodes zoals nu) denk ik dat het geluk ligt in de opluchting als ik er in ben geslaagd om heelhuids en met goede punten door de examens te worstelen.

Ik krijg dus soms wel wat ik wil. Dat vervullen waar ze in de bijbel over spreken is mij echter onbekend. Steeds weer vraag ik mijzelf dan ook af, waar hebben ze het in hemelsnaam over. Moet ik in het vervolg aan dat wimpertje inderdaad vragen om mij zo vlug mogelijk een pijnlijke dood en een plaatsje in de hemel te bezorgen. Of houd ik het nog even bij kinderachtige beelden van prinsen die mij redden uit een ééntonig bestaan en een diploma, en wie weet nog een voorspoedig leven tot een hoge leeftijd.

Categorieën: Algemeen

13 reacties

wendy77 · 19 januari 2006 op 13:05

De eerste alinea vond ik prachtig en veelbelovend. Het vervolg spreekt me echter niet zo aan, daar ik helemaal niks heb met de bijbel en met God.

Lynne · 19 januari 2006 op 16:14

Ik geloof zelf niet in God, maar ‘k vond dit toch een hele mooie column, vooral de eerste alinea vond ik prachtig.

eveltje · 19 januari 2006 op 17:42

het was ook niet echt de bedoeling dat de column over God zou gaan. Het gebruik van god was gewoon om het ideaal van het geluk aan te tonen en om te zeggen dat de weg die de bijbel voorschrijft nogal tragisch is omdat je pas gelukkig kan zijn na je dood.
hetging mij eerder om het verlangen naar geluk en hoe je dat invult maar toch altijd het gevoel hebt dat je ies mist.
ik zeg dus niet dat het geloof in god dat gemis kan opvangen
misschien moet ik het de volgende keer iets duidelijker maken. ik geloof namelijk ook niet in god

Troy · 19 januari 2006 op 17:49

Het was mij in ieder geval overduidelijk dat je niets met God hebt. Heb je column (alle alinea’s) met plezier gelezen.

Li · 19 januari 2006 op 21:04

[quote]Of houd ik het nog even bij kinderachtige beelden van prinsen die mij redden uit een ééntonig bestaan en een diploma, en wie weet nog een voorspoedig leven tot een hoge leeftijd.[/quote]

Doe dit maar Eveltje. 😉

Li

WritersBlocq · 19 januari 2006 op 22:13

Ik vind het een oprecht, schattig verhaal. Ik je profiel zag ik dat je 2005 hebt overgeslagen, hopelijk is dit niet jouw Column van het Jaar, maar schrijf je er meer.
Groetje, Pauline.

Mosje · 19 januari 2006 op 23:15

Geluk bestaat niet, voorspoed wel, dus ik wens je inderdaad dan maar een voorspoedig leven.

Trukie · 20 januari 2006 op 00:06

Je vindt het geluk niet, het geluk vindt jou.
Je moet alleen wel je ogen open hebben als het vooorbijkomt.

Raindog · 20 januari 2006 op 11:35

Ik wil het ook even kwijt, de eerste alinea vond ik betoverend mooi. Gek genoeg is het vervolg zo anders van toon en strekking, alsof het in twee etappes is geschreven en bij de tweede de stemming van de eerste verloren was gegaan.

Tenslotte, vraag me niet wat geluk is. ’s Avonds vredig in slaap kunnen vallen vind ik al een voorrecht.

melady · 20 januari 2006 op 13:10

De eerste alinea vind ik echt een juweeltje.
Maar evenals je vorige stukje verwaterd het daarna in wat algemeenheden.

Het lijkt dat je heel lang nadenkt over het begin en daarna er maar wat achteraan breidt.

Maar je schrijft leuk, gewoon doorgaan!

wendy77 · 20 januari 2006 op 13:15

Of andersom Melady. Dat het eerste deel je pen uit rolt en je daarna veel te lang na moet denken om het een geheel te maken. Dat heb ik namelijk nogal eens 😛

Dees · 20 januari 2006 op 14:49

Het begint als een sprookje. En dan staat de werkelijkheid voor de deur. Misschien zit het geluk wel in je eerste alinea, in een wimperhaar en niet in wat het aankondigt.

Grtz,

Dees

Raindog · 20 januari 2006 op 15:39

[quote]Het begint als een sprookje. En dan staat de werkelijkheid voor de deur[/quote]

Oef, als dat nu eens waar zou zijn. Met die mogelijkheid had ik nog niet eens rekening gehouden.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder