Draaidag

Iemand vroeg mij hoe de wereld draait. Ik weet dat de wereld draait, ik merk het aan de effecten. Elk moment van de dag schuift de aardbol een beetje op. Ik draai mee, maar mijn gedachten niet. Die kleine hersenspinsels blijven waar ik ze dacht. Misschien weet ik daarom niet hoe de wereld draait.

Wimperwens

Ik boog me naar de spiegel toe, een wimpertje daar vlak naast mijn neus. Stilletjes breng ik mijn wijsvinger in de richting van mijn linkeroog. Heel zacht alsof ik een vogeltje wil vangen, daar pluk ik het wimpertje weg. Het rust op mijn vinger, ik doe het raam open, voel de avondlucht, het kleine haartje ligt berustend klaar. Wachtend op mijn ademstoot, wachtend op mijn wens, wachtend op de vrijheid. Ik sluit mij ogen concentreer me en mijn mond formuleert een concurrentie voor de oostenwind. Mijn wimper vliegt de lucht in.

It’s a problem free philosophy

Daar zit ik dan, het is weer zover. Al die boeken uitgespreid over een lutele zestien vierkante meter en al die meters moeten mijn hoofd ingestampt worden. Nog erger is dat elke meter een andere meter tegenspreekt. Ik zit daar ergens tussen met een kommetje instantcalorieën.

Het verlies van de kleurpotloden

Eén vierde van vlaanderen wilt haar weg. Negenhonderdveertigduizend mensen is tegen kleur. Haar zwarte krullen dansen in het licht, ze is hier geboren, supportert voor de Belgische meisjes op Roland Garros en op Wimbledon. Zij wilt vlaanderen, vlaanderen spuwt haar uit.

Driemaal jarig

Toen ik iets minder dan een jaar geleden op de vlieghaven afscheid nam van degenen die mij geliefd waren, en tijd hadden. Was ik nog een jong dropje van zeventien zomers oud, de pubertijd juist ontgroeid ,of toch niet helemaal. Nu sta ik hier en ik ben twintig jaar oud, wonderlijk maar echt waar.

Sabbatsamenvatting

Beslissingen zijn gemaakt, vliegticketen gereserveerd, en ik heb een aardig monje koreaans geleerd. Is het dat, een vraag die al door veel mensen is gesteld, en nu door mij. Een sabbatjaar loopt ten einde, en wat voor een jaar.

Monk(ey)s

Voor we echt beginnen propt Justin nog vlug een hamburger in zijn mond, en rookt zijn laatste sigaret. Wij met ons vieren praten er nog even op los en lachen om ter luidst.Want straks kan dat allemaal niet meer. En we hebben er dan nog zelf voor gekozen ook.

Elf

Elke gebruikte zin moet voldoen aan een door mij opgelegde vereiste. Ze moet elf woorden tellen, of ze bestaat uit 1 woord. Mijn moeder spreekt in dertienwoordige zinnen, daarom spreken we langs elkaar. soms krijg ik fantoompijn van de lege gaten in onze communicatie.

Gegroet broeders en zusters

Ik mompel nog half slapend ‘shona shim’ tegen mijn gastmoeder die mijn zusje probeert te overhalen toch haar rijst op te eten. 45 minuten later sta ik fris gewasen in de straten van zuid-korea, een klein meisje wijst ‘onji kabang'(grote zus, je tas). ik bedank haar en rits mijn rugzak dicht.