Het ene oog ging zich steeds trager gedragen, wilde niet meer zien wat het behoorde te zien en moest en zou een eigen leven gaan leiden. Nou dat werd dus lijden voor degene waar het oog inzat. Zij moest diverse keren terugkomen bij de opticien om haar ogen door te laten meten want haar rechteroog was troebel aan het worden, oftewel er was staar geconstateerd. “Gossie nooit geweten dat troebel zo vies kon zijn”, was het nuchtere antwoord van het eenogige slachtoffer die danig in haar rats zat, omdat ze inderdaad nog maar weinig zag met haar rechteroog.
Dat zou een operatie worden, maar de wachtlijsten waren zo lang dat zij zich afvroeg wat die oogartsen dan wel niet in hun eigen vrije tijd deden.

In het verleden was zij zo slim geweest om met een pincet haar netvlies te beschadigen tijdens het wenkbrauwen epileren en dat kostte haar zes weken leven met een afgeplakt oog. Een ramp vond zij dat. Geen autorijden meer, lezen ging haast niet, tv kijken was te vermoeiend. Kortom die zes weken waren een crime voor haar geweest.

Maar nu die staar in haar rechteroog, die angst dat zij zo blind als een mol zou worden!! Het maakte haar voor het eerst van haar leven angstig terwijl zij toch al het een en ander op medisch gebied had meegemaakt. Doch een oog missen, wat een ramp voor iemand die graag las, door de natuur met haar camera alles vastlegde wat maar een gedicht waard was, haar passie ‘schrijven’ kreeg voor haar ineens een heel andere dimensie. Zij zag al doemscenario’s voor zich. Hoe zij met een stok leerde lopen door het huis en het chalet, hoe zij trappen leerde lopen met de ogen dicht, hoe zij blindelings haar medicatie moest pakken, maar dat was al geen probleem want dat had zij als eerste zichzelf al aangeleerd in het ziekenhuis toen zij zoveel ineens kreeg dat zij een systeem voor zichzelf ontwikkelde zodat zij nooit midden in de nacht het licht hoefde aan te doen maar op de tast de desbetreffende medicatie kon pakken. Alles zo gepland dat zij nooit misgreep. Dus die oefening kon zij overslaan.

De optometrist had al gezegd dat het misschien niet eens nodig was een operatie omdat haar linkeroog erg sterk was, maar haar angst was groter dan dat de man had weg kunnen halen bij haar.
De laatste meting was een genadeslag, zij voelde haar maagpijn, de darmen waren tikkertje aan het spelen, haar humeur had zijzelf het cijfer 4 gegeven, zodat vrouwlief zich maar rustig hield en toen zij eenmaal werd geroepen voor de uiteindelijke test zat het zweet achter haar oude brillenglazen. Zij zag nu helemaal niets meer, knalde tegen de glazen deur aan, stond op de tenen van de lieve man die snel achteruit sprong en haar langzaam in de stoel drukte waar zij de meting moest ondergaan. De stilte was te snijden. Voor het eerst was zij stil. Normaal had ze praatjes voor een heel voetbalteam, maar nu was zij doodstil, alsof zij wachtte op haar doodvonnis.
“Zo we gaan beginnen, komt u maar even met uw kin hierop, zal ik eerst even de ogen druppelen en wat testen uitvoeren zodat wij kunnen zien….”Zij luisterde amper, keek naar de fles met verdoving voor de ogen, de meetapparatuur, de oogbal op de pc die als een rode ronde kogel haar aankeek. Het voelde aan alsof dat gekke rode ding wilde zeggen “Nou heb je niets meer te zeggen hè met je grote toeter, blinde vink!”

‘Zit u zo goed?”, vroeg de vriendelijke man terwijl hij haar druppels in de ogen deed. Het prikte en de tranen biggelden over de wangen van de angsthaas. Het was maar een opticien hoor. Ze was nog niet blind, zij moest zich niet zo aanstellen. En zo zichzelf oppeppende kwam zij uit het dal dat zijzelf gecreëerd had. Het besef dat er mensen rondliepen die nog nimmer de zon hadden gezien, een vogel hadden gezien, de wegen, de velden, de mensen, kortom de hele wereld in kleur en beeld maar die zich in een donkere wereld zich van alles moesten voorstellen bij al die geluiden die zij hoorden hadden ineens haar intense aandacht. En respect. Wat zat zij nou te klagen en te jammeren omdat er een oog van ouderdom dacht : Doe het nou lekker zelf maar, ik heb mijn tijd gehad, je kan nog iets zien en straks kan je er nog aan geopereerd worden wanneer dat nodig is. Zie dat maar eens te doe bij mensen die hun leven lang al blind zijn en nimmer het daglicht zullen aanschouwen!”

Schaamte overviel haar ineens. Hier zat zij om getest te worden voor een bril of een operatie, er waren nog twee keuzes.
Maar die mensen die hun leven lang blind waren, die geen keuze hadden. Wat zouden die van haar denken als zij hier zo zielig zat te wezen tegen zichzelf?
“Komt wel weer goed hè?”, vroeg zij de man met een vrolijke stem.
“Ja hoor, ziet er goed uit, vergeleken met de vorige meting!”, sprak hij hoopvol.
“Nee oké dan, ik wilde alvast een hondje bestellen, maar vrouwlief gaat liever voor een kleintje, dus nu zou het dan toch een grote worden, of anders zeker een stok met streepjes en het idee dat iedereen stopt voor je als je oversteekt, althans dat mag je hopen!” De zelfspot kwam weer terug, de praatjes had ze weer, kortom wat kon haar het schelen dat zij direct met een bril liep die om radiaalbanden vroegen?

De man lachte. Hij had die angst al bij zoveel mensen gezien die hij hier in de stoel had gehad en velen van hen moesten ook geopereerd worden of waren al in het stadium dat beide ogen al vol staar zaten. Deze dame had nog alle geluk van de wereld, al moest ze wel elk jaar even langs de huisarts voor een controle om even de ogen door laten meten en te kijken of het niet ineens tè snel achteruit ging, maar voorlopig kon hij haar vertellen dat zij met een gerust hart een bril kon uitkiezen voor te kijken en een voor te lezen.

Het geluk straalde van haar gezicht, de tranen van de druppels lieten nog wat sporen na op haar gelaat, wat rode ogen en ontzettend grote pupillen. Maar toen zij de deur opendeed en vrouwlief afwachtend de wenkbrauwen ophaalde en net wilde vragen hoe het was zei het slachtoffer:
“Kom, zullen we twee brillen uitkiezen?”

Met een gevoel van plezier en geluk en blij dat zij niet naar de operatietafel hoefde huppelde zij het trapje op naar de etage waar de winkel was om twee monturen uit te zoeken, de glazen stonden al vast, daar was voor gezorgd.
De hup op de trap was toch even iets teveel van het goede, want voor zij er erg in had lag zij languit op de trap met haar kin in de winkel en de benen nog in het werkgedeelte van de opticien.
Zij was even vergeten dat zij haar bril nog niet ophad en door die druppels dacht zij nog dat de wereld weer aan haar voeten lag. Die lag er ook, letterlijk en figuurlijk.
“Ach wat ben jij toch een kuiken, die trap is er al jaren hoor!” Haar vrouw hielp haar op en met een rood hoofd pakte zij de bril aan die vrouwlief haar in de handen drukte. “Hier zet die eerst even op voor je weer gaat huppelen!” En statig liep zij de winkel in gevolgd door een verbaasde trouwe echtgenote die even dacht dat je ook zonder bril bij de opticien zomaar even de weg kon vinden. Nee dus. Haar bril opzettende ging zij zitten en wachtte op de verkoopster terwijl vrouwlief al met twee mooie monturen aankwam.
“Hier die, pas deze eens, kijken hoe ze staan. Je moet toch dikke glazen erin dus je kunt nu niet meer met een dun montuur rondlopen. En wees blij dat groot in de mode is.”

Daar was het blinde vinkje zeker blij mee, want hoewel zij geen donder om wat voor modefratsen ook gaf, in deze kwam het wel zéér goed uit dat brede en dikke monturen helemaal hot waren.
Zijzelf moet nog steeds wennen aan twee van die zware duikbrillen op de neus, maar je zult haar nooit meer horen klagen dat zij niets meer kan lezen of kan zien. Zoveel respect zij al had voor de blinde medemens die rustig over straat liepen, zo vol respect is zij nu over het feit dat je zonder ogen nooit koning kunt zijn in het land der blinden.
Want zelfs met één oog is het dubbel afzien naar alles en iedereen om je heen. Je ziet maar de helft van het leven om je heen, dus je leven wordt nog korter als je het goed beschouwd.


klapdoos

Gewoon een Amsterdamse vrouw die met een vrouw getrouwd is, ziek is, zodanig dat de neerwaartse spiraal steeds verder zakt. maar een kniesoor die daarop let. Ik lach graag, heb genoeg traantjes gelaten om mijn ziekte en nu is het tijd om via mijn nieuwe boek eens door te gaan met uit het leven te halen wat er te halen valt, zeker in een crisistijd is het de kunst om toch vrolijk te blijven. Mijn motto is dan ook: Een dag niet gelachen is zeker een dag niet geleefd.

2 reacties

Prlwytskovsky · 5 september 2009 op 11:47

Precies, één oog is nog altijd beter dan geen. Wat een mooie story, graag gelezen.

DreamOn · 7 september 2009 op 09:57

Heftig verhaal, lijkt mij ook doodeng, maar gelukkig is het goed afgelopen.

Ik ben blij voor je! 😎

Geef een antwoord