Het was een goede nacht. Dat realiseerde ik mij ondertussen al. Eigenlijk voelde ik het van tevoren al aankomen, maar achteraf is het gemakkelijk praten. We zaten de hele avond al op het terras. De eerste drie uur in de stad en de laatste op het dak. Ik voelde mij gelukkig. Wellicht kwam het door het witbier, wellicht was het de wiet, maar het maakte de belevenis niet minder fijn. En als ik stoned ben, heb ik de neiging om dat ook hardop te denken. “Ik voel mij lekker, jongens. Bevredigd, al is dat eigenlijk niet het goede woord. Bevredigd klinkt als een eindpunt. Maar het is een proces. Het begon al toen we naar het terras liepen en ik denk dat het nog wel even aan gaat houden. Het is geen eindpunt. Bevredigend. Ja, bevredigend dat is iets wat gaande is.”

“Co. Je moet iets zachter praten.” Ma onderbrak mijn betoog. “Ik weet dat je lekker aan het vertellen bent en ik weet dat je dan harder gaat praten. Hoe lang kennen wij elkaar nu al, bijna tien jaar. Ik ken jou ondertussen wel een beetje. De buurvrouw deed net het raam al dicht, dus.” Voor zover ik het zien kon, hield hij een vinger tegen zijn lippen.
“Doe mij die joint nog maar even dan.” Ik hield me verder stil en staarde geïntrigeerd naar de rode gloed voor mijn gezicht.

Eens heb ik geschreven dat inspiratie ontstaat in vreemde situaties of in een vreemde staat van geest. Ik schrijf het nog eens, want het is zeer van toepassing op mijn huidige situatie. Zo lang ik niet te dronken ben en ga kotsen of zo stoned dat ik in slaap val, dan komen er literatuurwaardige gedachten in mij op. Het overkomt me ook wel als ik nuchter ben – ik wil mijzelf nog niet verslaafd noemen – maar dan is het altijd met terugwerkende kracht. Als ik wakker wordt in mijn eigen kots, dan kan ik daar over schrijven of over alles wat ik nog onthouden heb van mijn stronkenschap. Als men mij vragen hoe ik ergens op gekomen ben, dan wil ik eigenlijk over hen heen kotsen en zeggen, ”Zo, nu heb jij ook wat te vertellen”. Maar dat doe ik niet. Ik citeer iets van mijzelf, namelijk: Literatuur is niet alleen een manier van schrijven, het is ook een manier van denken en zelfs een manier van doen.

Mijn ambitie is fulltime schrijven.
De toekomst zit in mijn hoofd. Nog twee weken en dan hoop ik af te studeren. Afgestudeerd zijn, is net zoiets als uitgerekend zijn. Zesendertig weken wordt de druk al maar hoger en hoger, totdat je het niet meer aan kunt en tot aan je anus uitgescheurd omdat op de arbeidsmarkt een diploma nodig schijnt te zijn. Godverdomme.
Men vraagt aan mij wat ik straks ga doen. Eerst kijken ze verbaasd, omdat ik niet ga werken. Dan kijken ze flabbergasted, omdat ik geen vervolgstudie ga doen, maar een andere.
“Oh?” blijkt een vraag te zijn, wat vrij vertaald wordt met “huh?”. Dus moet je uitleggen waarom ik doe wat ik doe. En ook dan is het onbeleefd om over mensen heen te kotsen. Dus doe ik dat niet en leg ik het aan hen uit. Maar nooit lijkt iemand het te begrijpen, want mijn uitleg wordt steevast gepareerd met nog een vraag.
Domme mensen stellen vragen. Domme mensen zijn namelijk mensen die weten dat ze iets niet weten. Mensen die geen vragen stellen, zijn onwetende. Niet dom. Zij zijn weer andere dingen. Moet je voor de grap eens opletten hoeveel mensen er tegenwoordig dom zijn. Daar strooi ik dan even een woordspeling casu quo hersenkronkel over uit. Het is een kleine stap van tegenwoordig naar ver-tegenwoordig-ing. In de Tweede Kamer worden namelijk veel vragen gesteld, vooral op dinsdagmiddag.
“Wat kan je daar dan mee?”
Ik vind het een kutvraag, want ik kan niet het antwoord geven dat men wil horen. Ik wil fulltime schrijven, verhalen bedenken en columns publiceren. Dat men graag naar mij luisteren. Maar op dit moment is dat niet het geval. Men begrijpt mij niet en onwetend keert men terug naar hun bureau. Het enige wat ik dan kan doen, is ook weer aan mijn werk gaan. Schrijven. Aan mijn afstudeerscriptie. Ondanks dat ik reeds tien maanden in dit bedrijf rondloop, ervaar ik het nog steeds als een vreemde situatie.

De vrienden die naast mij op het dakterras zaten, weten van mij dat ik graag meer tijd wil hebben om te schrijven. Toen ik mijn genotmomentje had afgesloten met een slok van mijn rosé en de joint aan José doorgegeven, zetten in mijn vertelling voort. “Ik heb geen zin meer om fulltime te schrijven”, zei ik in een momentje van frustratie. “Huh?”, merkte Ma terecht op. “Je loopt al tijden te roepen dat je fulltime wilt gaan schrijven en nu doe je het…”
“Ja, ik weet het”, zei ik voordat hij een punt achter zijn zin zetten kon, “Maar nu schreeuw jij. We moesten toch stil zijn.” Een korte stilte volgde, waarschijnlijk omdat we allemaal even vergeten waren waar we het over hadden. Ik staarde de donkere nacht in en zag mijn ambitie afbrokkelen totdat er nog maar een ietsepietsie van overbleef.

Ik heb ook wel eens geschreven dat de burn-out overschat wordt. Ondanks dat de druk van de naderende deadline mij doet vermoeden te lijden onder stress, ben ik er nog steeds van overtuigd dat het overdreven wordt. Al had ik er deze nacht weldegelijk last van. “Jongens, laten we er nog een opsteken?”

[i]Cor Jan van Zwol[/i]

Categorieën: Diversen

3 reacties

Avatar

Mup · 13 juni 2007 op 17:46

Succes met je examen! De strekking is mij niet helemaal duidelijk Cor. Leuke titel! Ik zal eens een biertje nemen en hem dan nog eens lezen,

Groet Mup.

Avatar

arta · 13 juni 2007 op 18:12

😆
Ik kon het niet helemaal volgen, maar het las wel heerlijk weg!:hammer:

Avatar

Quinn · 13 juni 2007 op 18:35

Ik vind het meer twee columns in één. De eerste over de joints op het terras en daaropvolgende gedachten, de tweede over je schrijfambities en scriptieworsteling (die laatste twee overigens erg herkenbaar aan deze kant). Ben benieuwd wat je nieuwe studie wordt en of je schrijfambities die nacht overleefd hebben. Ik zou zeggen: haal de schoonheidsfoutjes eruit en probeer het gewoon. Niet geschoten… Succes 😉

Geef een antwoord