De zwarte ridder
Ik klopte aan bij Greet en Gruwel, de Witte Wieven uit mijn bos. Gelukkig waren ze thuis. Ze roken beiden naar vers gestreken was en wasverzachter. Niet vreemd want het was maandag wasdag. Ik viel maar gelijk met de deur in huis. Ik vroeg aan Greet en Gruwel of zij onlangs haas Zoef Zoef, midden op de dag, de stuipen op het lijf hadden gejaagd. De eieren van Zoef Zoef waren allemaal kapot geklutst. Die baalde verschrikkelijk.
