Realiteit

Als je druk op weg bent naar de hemel.
Struikel dan niet over het leven.
Wanneer je het donker hebt beleefd, kun je in het licht hetzelfde blijven geven?.
Verschuilen achter wolken met de zomer in je hoofd doe je de dingen.
Ook een klein steentje maakt ook in stil water grote kringen.

Tijd

Ik heb een nieuwe horloge, aangepast aan de tijd.
Wanneer had je het verwacht.
Voor of na een nacht, of iets ertussen?.
Maakt niet uit om je te kussen teder, zacht zonder spijt.

Jij

Ik zag je liggen met een grasspriet in je mond.
Groen, als toen ik je voor het eerst zag.
Ik sta naast de paardebloemen op de grond.
Verstuiven hun pluisjes in een cirkel boven me rond.

Leren kennen

Wie was je, ik heb een seconde in je ogen gekeken en bekeken waar je uit bestaat.
Ik denk dat er geen naam is voor het wonder wat ik zag, laat staan dat jij weet waarover het gaat.
Over de schutting kijk ik nu telkens weer en het doet zeer en ik weet dat je mij niet ziet met een schutting als een muur.
Maar ik leef met mijn speciale fantasie voor jou en onbepaalde duur.

Zin

Het haar van je ontdekken.
Kleuren, structuren, vormen en geuren.
Dichtbij wil ik zijn, je oren horen, reageren op mijn zuchten.
Je gezicht lijkt mooi mijn neus tegen je wang.
Lang wil ik zo blijven, wil je dat ook?
Ik vraag het je niet, ik wil het niet.

Eenzaam

Ik zit alleen aan tafel, alleen met een heel huis om me heen.
Gevangen tussen bier en nicotine, was je maar hier.
’s Ochtends wakker worden met koffie en aspirine.
Vluchten kan ik niet, ik weet niet waarheen.
Je opzoeken durf ik niet, ben je alleen?
Machteloos kijk ik door het raam. Zie ik je lopen?, blijf je staan?

Geloof

Mensen geloven, reincardineren en beloven.
Verlichting bereiken, toe treden tot het hiernamaals.
Leven na de dood, een veel mooier leven dan op aarde.
Nirvana, het doel om te leven volgens stramien, een ander de bijbel volgen en afzien.
Ramadan, onthouding van essentiële behoeften.
Om de geest en lichaam te zuiveren, heeft de mens niet de vervuiling verzonnen?

Eenzaam

Ik zit alleen aan tafel, alleen met een heel huis om me heen.
Gevangen tussen bier en nicotine, was je maar hier.
’s Ochtends wakker worden met koffie en aspirine.
Vluchten kan ik niet, ik weet niet waarheen.
Je opzoeken durf ik niet, ben je alleen?
Machteloos kijk ik door het raam. Zie ik je lopen?, blijf je staan?

Wind

De wind geeft niet, het breekt alleen af.
Als het waait compenseert het verschillen tussen hoog en laag.
Een heftige wind kan tot oorzaak hebben dat vrienden wegblijven, zelfs de beste vriendinnen zullen je slaapkamer prestaties niet meer kunnen waarderen.

Onweer

Een donderbui, oude gedachten flitsen door mijn hoofd.
Waar heb ik dit aan te danken, vanochtend had ik nergens last van, was ik verdoofd?
Is het waar dat deze buien zich meestal tegen de avond manifesteren?
Komt het doordat het donker wordt, of is het de dalende temperatuur?