Tompouces

Ik heb iets met tompouces. Vraag me niet waarom want ik zou er geen zinnig antwoord op kunnen bedenken. Even voor de duidelijkheid. Ik heb het over DE Tompouce. Of mooier nog, Tompouces. En dan heb ik het ook niet over dat kleverige misbak-spul wat de naam onwaardig is. Of van die zompige legbatterij-tompies die met tientallen tegelijk in grote vitrines, armetierig liggen te verschralen. Wie zich daarmee tevreden stelt die… die is de echte niet waard.

Auto moet weg

Auto moet weg. Nieuwe baan, op afstand, dus auto wordt te duur. Op zich niets bijzonders, heb wel meer auto’s gehad. Maar deze auto is nieuw gekocht, alweer negen jaar geleden en het is de eerste auto met wie ik nou ja, een soort bijzondere band heb. Stel het steeds weer uit maar de maandelijkse benzinekosten lopen hoog op. En de inkomsten zijn niet navenant. Het moet. Het moet. Telefoontje van garageman, heeft een dieseltje te koop, weinig kilometers op de teller, niet te duur, precies wat ik zoek. Maar hoe vertel ik het mijn auto?

Loszittende tranen

Als ik aan huilen denk, dan zie ik de rollende tranen van Maxima in haar trouwjurk. Zelden iemand zo mooi zien huilen. Of aan voormalig politica Elske ter Veld die, alweer jaren geleden, voor het oog van het Nederlandse volk, in luid snikken uitbarstte tijdens een persconferentie. Iets minder charmant, dat wel, maar het was spannende televisie. Dat is tegenwoordig wel veranderd.

Serieuze domheid

Er zijn momenten van sufheid en er zijn momenten van supersufheid. Het pak beschuit in de koelkast of het afwasmiddel terugvinden in het kruidenkastje. Het overkomt ons allemaal wel eens. Ik weet toch zeker dat ik dat boekje heb teruggelegd op het bureau, maar uiteindelijk komt het tevoorschijn onder een stapel jassen in de gang. Je gaat voor een pak zout naar de supermarkt en je komt met van alles thuis, behalve met zout. Knoop in je zakdoek, niet vergeten moeder bellen over uitslag.