Babette pijpt me terwijl ze wijdbeens op de rand van het bed zit. Ik sta voor haar. Ik zie het niet maar ik weet en voel het. Dat ze naar me opkijkt. Dat ze naar mij kijkt alsof ik een vreemde ben. Voor deze dag noem ik haar Babette. Voor deze dag is ze blond. Helblond. Ze blijft me aankijken. Dat doet ze altijd. Met hoge snelheid slingert de grijze slang over de ijzeren weg richting Parijs. Het vertrek is gepland om middernacht zodat we ruim op tijd aankomen voordat de lichtstad ontwaakt. Nemen we dezelfde kamer in ‘de la Gare du Nord?’ Zoals de vorige keer? Draag je dat witte T-shirtje weer met die tekst?

Van een slak is hij veranderd in een kruising tussen een jachtluipaard en een slechtvalk. Dagen vliegen rennend voorbij en bij elke lichtflits genaamd ‘dag’ komt de laatste dichterbij. Als snelle stille stappen van de beul op kousenvoeten die me komt halen. Ik wil nog niet. Ik wil weg uit mijn dodencel.

Bij het ontbijt maken we de plannen voor die speciale dag. Aan hetzelfde tafeltje waar Jan Cremer koffie dronk, een sigaret rookte, samen met zíjn Babette. Gaan we een glas Chablis drinken? Op Montmartre bij café ‘Guerbois.’ Net als de vorige keer? In hetzelfde hoekje waar Vincent, Paul, Auguste en Eduard over hun schilderskunsten discussieerden met een fles absinth op tafel.
Of blijven we op de kamer? Wij hebben niet zoveel tijd als die impressionisten. De tijd dringt!

Net als de ter doodveroordeelde in de dodencel zal ik op die dag geen horloge dragen. Niet op de klok kijken. Daarin verschilt die laatste dag niets van alle andere dagen. De laatste dag zal donker beginnen en donker eindigen. De laatste uren zullen op kousenvoeten aan komen sluipen. Geen uurwerk om op te kijken hoe laat het is. Geen zin meer.

Het meisje dat me wakker heeft gemaakt draagt een vuurrood Venetiaans masker en een zwart T-shirtje. Met gouden letters. Ze is blond. Helblond. Rondom mij op het bed en op de grond van de kamer liggen pakketjes. Ingepakt met vuurrood papier. Een pakketje op het bed is opengemaakt.
Babette gaat wijdbeens op het puntje van de stoel zitten en vraagt of ik voor haar kom staan.

Categorieën: Algemeen

9 reacties

Harrie · 24 december 2010 op 17:35

Ik heb ook wel eens zo’n meisje bij het veen gehad.

Kwiezel · 24 december 2010 op 19:52

Louis!
Ik weet niet zo goed wat je bedoelt met dit stuk. Vind het grappig geschreven, maar mis de clou geloof ik. Je opening nodigt wel direct uit om door te lezen 🙂

Mien · 24 december 2010 op 23:54

Bijzondere gewaarwording als je deze column leest terwijl je ondertussen een kalkoen klaar maakt.
Maar allez, alles voor de kunst.

Mien Cocteauk

pally · 25 december 2010 op 13:23

Ik weet niet zo goed, wat ik van deze column moet vinden, Louis. Er zitten mooie stukken in. En de sfeer is goed. Maar de inhoud en waar je naartoe wilt, is mij niet duidelijk.
Het lijkt een droom over je laatste uren en wat je dan zou willen herhalen. :eh:

groet van Pally

LouisP · 25 december 2010 op 15:05

Tja,
mijn verjaardag en het einde van het jaar liggen dicht bij elkaar. Ik mocht een wens doen. voor beide gelegenheden tesamen. Bij allebei…’k had er misschien nog bij moeten zetten dat het andere meiske zich nog aan het verkleden was in de badkamer..

arta · 26 december 2010 op 09:16

Ik vind em grappig, ná jouw reactie zelfs erg grappig! 😀

sylvia1 · 26 december 2010 op 10:39

Ik kan er niet echt om lachen, vind ‘m vrij onsamenhangend, maar heb misschien te veel Kleintjes gelezen…

LouisP · 26 december 2010 op 11:38

Tja, ‘k heb er ook wel een dubbel gevoel bij.
Maar zoals een bekend schrijfster ooit tegen me zei:”Ge kunt niet altijd pieken!”

Bedankt voor het lezen en reageren..

Leonardo

DreamOn · 26 december 2010 op 16:49

Ik snap geen kerstbal van dit verhaal.
Zal wel komen omdat ik ook blond ben… 😀

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder