Toch stap ik nog steeds met een zekere naïviteit in nieuwe contacten en ben ik ervan overtuigd dat je de wereld een stukje beter maakt wanneer je de ander met betrokkenheid en belangstelling tegemoet treedt. Let eens op hoe verbaasd er gereageerd wordt, als je er blijk van geeft namen, data, banen of belangrijke ervaringen van een ander te hebben onthouden. Maar mijn verwachtingen wat betreft wederkerigheid zijn laag gespannen. Ondanks dat doet het niet nakomen van een belofte te bellen, te mailen, iets op te sturen of mee te nemen mijn deur onmiddellijk dicht. Ik vind het gênant om iemand aan afspraken te herinneren. Blijkbaar was het dan niet belangrijk genoeg, was IK niet belangrijk genoeg. Waarom kan ik daar niet met onthechting op reageren. En heb ik aan mezelf niet genoeg.
Natuurlijk omdat ik net zo’n opgefokt en ijdel egootje ben als de meesten van u. Vechtend voor een plekje in de sociale hiërarchie.
Nog zo wat;
De meeste mensen hebben er vooral behoefte aan om leeg te lopen en hun eigen voortreffelijkheid, gelukkige omstandigheden, slimmigheidjes of fysieke ongemakken zo breed mogelijk uit te meten.
Zelf zwijgen is voldoende. Wie beschikt over basale luistervaardigheden krijgt vloedgolven bagger over zich heen.
Je kan dat ook omdraaien. Omdat er naar niemand meer echt geluisterd wordt breken de dijken door als zich daartoe de gelegenheid voordoet.
Een andere irritante eigenschap van mensen is het zich toe-eigenen van het gespreksonderwerp door het uitbraken van het meest walgelijke zinnetje van dit post therapeutische tijdperk;
‘Dat herken ik’. ‘ Dat heb ik ook (gehad)’.
En die herkenning is genoeg om los te gaan over de eigen kwalen,of die van familieleden tot in de derde graad.
Ook het toedekken is een beproefde methode om wat intenser contact uit de weg te gaan. De mens heeft daartoe een haast onuitputtelijk aantal clichés tot zijn beschikking;
‘Joh dat komt wel goed,valt wel mee,wat dacht je van mij, het leven gaat door,je moet toch wat, ze zijn zo knap tegenwoordig,wakker liggen daar heb je niets aan, ga eens lekker naar buiten, die komt wel terug, etc..’
Anderhalve cents adviezen schijnbaar goed bedoeld maar voornamelijk met de intentie om afstand te creëren en niet wezenlijk involved te raken.
Heimelijk bewonder ik degene die een oninteressante of niet geïnteresseerde geprekspartner rigoureus en zonder excuus de rug toekeert. Handels merk van de diep betreurde Herman Brood. Maar ja dat was een artiest en onder invloed en dan is het weer interessant.
En hoe komt dat nou toch allemaal, vragen jullie je af.
Wel..
Hoezeer we ook als mensen op elkaar lijken, het luttele promille aan individualiteit biedt ruimte aan een onmetelijk scala van verschillen die duidelijker worden naarmate de tijd je innerlijk erodeert.
De ronde vormen van je persoonlijkheid, die zo makkelijk pasten bij die van zoveel leeftijdgenoten, groeien uit, krijgen butsen en kloven waardoor een uniek landschap ontstaat. Een grillige omgeving die voor anderen moeilijker te betreden is dan in de jonge jaren.
Je ontwikkelt een volstrekt eigen binnenwereld waarvan hoogte en diepte vaak voor jezelf al nauwelijks te bevatten zijn. Zo tol Ik als een planeetje door het gemeenschappelijk universum. Waarvan ik mezelf als het vanzelfsprekende centrum ervaar, dat dan weer wel.
En dat zien we de laatste jaren versterkt terug in het sociale verkeer waarin geen mens zich meer door wie dan ook de kaas van het brood laat eten. Integendeel voor iedere kleine goddelijkheid en zijn egomane wensen of achterdochtige vooringenomenheid dient de wereld zich inschikkelijk te tonen op straffe van middelvingers, scheldpartijen of erger.
We zijn sinds de middeleeuwen niet veel opgeschoten en ik heb geen enkel vertrouwen in de cohesie van onze samenleving wanneer het laagje vernis dan ons schijnbaar omhult om wat voor reden dan ook los mocht laten. Onze ontwikkeling van rechtop lopende savanne bewoner tot 21e eeuwse homo digitalis heeft geen gelijke tred gehouden met de snelheid waarmee we onze leefomgeving van onze werkelijke behoeften vervreemd hebben. Het gaat veel mensen veel te snel.
Omringd door facebookvrienden en Blue Ray series verschansen we ons onder eigen volk in de eigen burcht.
Of evolueren we onder invloed van de techno revolutie naar een nieuw stamverband? En worden we daar leukere mensen van? ik denk het niet.
Meer daarover in deel 3. Over mensenhaat, oude idealen en consumentisme.
Volg het..!

13 reacties
Dees · 8 maart 2013 op 09:59
Voor mij maakt bovenstaand je niet direct een misantroop, ik lees meer een diepe behoefte aan wezenlijke contacten (en bijbehorende teleurstelling als dat niet lukt) en een behoefte aan erkenning.
Maar goed, je bent nog maar een beginner in de misantropie, wie weet, een hatelijke climax in deel 3 😉
En ik vind het de moeite waard, je overpeinzingen. Ook een vorm van wezenlijk.
Yfs · 8 maart 2013 op 10:03
[quote]Volg het..! [/quote]
Dat had je makkelijk weg kunnen laten Trawant! 😉 :wave:
Spencer · 8 maart 2013 op 10:20
Heel herkenbaar! O, sorry.. Hoeveel delen volgen er nog? :wave:
Harrie · 8 maart 2013 op 11:07
Ach Mistrawantroop, ik leef met je mee. Zag onlangs twee mensen lopen met een flikkerende chip in hun nek. Ze communiceerden in lichtbraille. De chip reageerde ook op hun emoties. Dat was wel amusant. Op een gegeven moment kwam er zelfs rook uit hun chips. het flikkeren hield toen snel op. Ze pauzeerden even op een terras en laadden hun chips weer op met een bijzondere accu. Een lang flexibel rietje, dat vanuit hun frisse pinten rechtstreeks achterlangs hun oor naar hun chips liep, transporteerde het goddelijke energierijke vocht en laadde hun accu’s weer op. In een mum van tijd waren de glazen leeg en flikkerden de lampjes weer op. Vrolijk zetten ze hun lichtbrailledialoog weer voort. Zo kan het ook. Alles komt goed. Groetjes, Harrietje
Meralixe · 8 maart 2013 op 12:41
Naast de grote schrijverskwaliteit die er zeker andermaal aanwezig is moet ik wel meegeven dat het ‘probleem’ in deel één al voldoende uitgelegd was. Deel twee smijt andermaal aan de hand van nog meer treffende en bij wijlen zelfs kwetsende voorbeelden de mens bloot tot op het bod.
Maar, en ik weet niet goed meer hoe je dat zou kunnen, hoe ga je in deel drie dan toch nog een positieve boodschap verwerken waar we met zijn allen nog een beetje pret aan kunnen beleven. Of, heb je je bij de feiten neer gelegd en komt er zo doende nog een deel vier en een deel vijf, die dan steeds van het zelfde laken een broek zijn. :eh:
Spencer · 8 maart 2013 op 12:59
Kwetsende voorbeelden? :eh:
Meralixe · 8 maart 2013 op 17:56
O.K. ik bedoelde meer in de zin van confronterend.
Pierken · 8 maart 2013 op 19:03
Kan ik al reageren op dit stukske, omdat dit ook jouw persoonlijke mening is? Of ben je nog in de war door het gebruik van Maggi 😉 ?
trawant · 8 maart 2013 op 19:33
Doe maar net of ik het ben.. 😉
Pierken · 8 maart 2013 op 21:26
Dat je nog het enthousiasme hebt om ‘jouw’ metamorfose zo uitgebreid op te schrijven, vind ik al verrassend. Jouw eerdere schrijfsels vertonen zonder het te benoemen al een zeker cynisme t.a.v. de veelal ontbrekende sociale logica. Dat prettige cynische randje wat je daarbij doorgaans hanteert zegt mij genoeg. Ik vraag mij daarom ook af of die zekere naïviteit, uit de eerste zin, niet een zekere hoop is tegen beter weten in?
De sociale boekhouding staat uit het lood, helemaal mee eens. Dat we eroderen door teveel en niet wederzijds gerichte input, helemaal mee eens. Dat zijn feiten. Maar wat doen we uiteindelijk met de vette binnenkant wat dat veroorzaakt? Het is een te log proces om om te draaien. Er zijn teveel mensen die niet in het sociale midden (willen) staan. Keuzemomentje dus. Ze staan het zichzelf toe om de omgeving ondergeschikt te maken aan hun beleving, of ze zijn zich niet bewust van hun sociale onfatsoen. En het onderscheid daartussen blijven maken is best relevant wanneer je zo iemand dood wilt schieten.
Jij bent, getuige deze column(s), van het soort dat zich bewust is van een sociaal midden. Een eventuele lange neus achteraf maken is je gegeven, maar volgens mij schrijf je hiermee een oprecht persoonlijke constatering. Ik vind ‘m terecht en goed in beeld gebracht.
Alles begint bij interesse.
Spencer · 9 maart 2013 op 14:05
Alles begint bij interesse. Dat vind ik een mooie zin. Overigens krijg ik de indruk dat mijn kluizenaarsbestaan zo slecht nog niet is..
Sagita · 21 maart 2013 op 21:48
Hoe bedoel je: mijn kluizenaarsbestaan?
Harrie · 10 maart 2013 op 17:16
Wel van de bessenstruik afblijven!