Niet zo lang geleden voerde ik een interessant gesprek met een oude kennis. De sfeer was plezierig, en de conversatie kabbelde gezellig voort: van het ene onderwerp naar het andere. Op een gegeven moment boog mijn oude vriend voorover, glimlachte wijs, en sprak deze gedenkwaardige woorden: “Je bereikt haast nooit de hoogste rang als je geen goede soldaat bent.” Wat mijn vriend tot deze woorden had aangespoord? Een korte analyse van politiek, waarin tegelijkertijd: de aanhaling van de persoon die ik als mijn idool zie in doorzettingsvermogen en droomverwezenlijking: Colin Powell. Ik vertelde mijn vriend dat ik jammer genoeg de laatste tijd tot de conclusie was gekomen dat mijn idool niet volgens mijn verwachtingen handelde: hij deed uitspraken die ik maar moeilijk verwerkbaar vond als te zijn de zijne. Ik was er bijna van overtuigd dat hij gewoon professioneel zijn taak aan het uitvoeren was en deed wat van hem verwacht werd.

Dat bracht ik dus op in het gesprek, eraan toevoegend dat Powell altijd wel een voorbeeld figuur voor me zou blijven, maar dat ik me nu wel realiseerde dat hij ook maar een mens was met menselijke zienswijzen en onbekende problemen, en dat ik hoopte dat hij te zijner tijd wel een verklaring zou geven over de druk waar hij nu onder zit.

Dat was dus toen mijn vriend de interessante woorden uitte. Ik dacht de daaropvolgende dagen na over deze conversatie, en kwam tot de volgende conclusies:

1) Met enkele uitzonderingen hier en daar, vormen de woorden van mijn vriend een waarheid als een koe: de meeste mensen bereiken slechts grote hoogten in het leven als ze zich gedragen als “goede soldaten,” wat inhoudt dat ze soms dingen doen waar hun hart of geweten niet volledig achter staat, maar die desalniettemin gedaan moeten worden als een middel tot het bereiken van de doelen die ze gesteld hebben, of als een uitvoering van hun geaccepteerde verantwoordelijkheden. Of ze later de prijs van hun ethische val zullen betalen of niet valt nog te bezien.

2) Als logisch gevolg van deze gedachtengang concludeerde ik dat mensen die geen spectaculaire hoogten bereiken in hun carriere niet noodzakelijkerwijs zouden moeten worden gezien als verliezers, passivisten of ongeambitieerden. Het kan zijn dat deze mensen, in tegenstelling tot de roemrijken, de ethische weg kozen toen ze voor cruciale beslissingen stonden.

3) Ik concludeerde tenslotte dat de idolen, aan de andere kant, zichzelf niet te zeer zouden moeten kwalijk nemen over de incidentele verwerping van hun ethische normen en waarden, omdat ze in het ander geval nimmer de beroemde en geliefde idolen zouden zijn geworden die ze nu zijn. De kwalijke beslissingen ooit genomen dienden een groter doel: mensen hebben idolen nodig om naar op te kijken, en zij waren uitverkoren om die rol te vervullen.

Voortbordurend op mijn derde conclusie, zag ik in dat gemeenschappen, waar ook ter wereld, ons vaak voor keuzes stellen. En als we deze keuzes hebben gemaakt, zullen we ze gestand moeten houden, of dit nu begrepen wordt door eventuele volgelingen op een afstand of niet. Het is immers altijd moeilijk om de werkelijke drijfveren achter iemand’s daden te ontmaskeren.

In het algemeen realiseerde ik me dus dat het niet zo’n makkelijke taak is om de ladder des aanziens te beklimmen, want wanneer iedereen je als machtig en onkreukbaar ziet, is er altijd wel iets dat jij en jij alleen weet over jezelf, waar je niet zo trots op bent.

Ik nam dus een besluit: van nu af aan zal mijn idool blijven wat hij is: mijn idool. Maar ik heb mijn mentale hal der idolen uitgebreid, en er de taxi-chauffeur, de schoonmaakster, de lokettist en de wachter bijgeplaatst, omdat je maar nooit weet wat voor ethische beslissingen zij hebben genomen om te zijn in de positie die ze uiteindelijk bekleden. Misschien wel enkele zeer bewonderenswaardige!

Categorieën: Maatschappij

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder