Bergman zelf, van autobedrijf Bergmans, stond te sleutelen. Het ging bergaf, hij verving een van zijn monteurs, die had hij moeten ontslaan. Zijn zoon hing in het kantoortje opzij van de showroom. Hij was in tenniskleding nota bene en schikte de snaren van zijn racket, terwijl hij telefoneerde. “Niksnut”, siste zijn vader, vanonder een hefbrug: “Moet je hem daar zien hangen, meneer gaat tennissen, of neuken misschien wel, of allebei”. Normale werkdagen kon zijn zoon, het troetelkind van zijn vrouw, niet eens maken. Noodgedwongen had hij een tweede verkoper aan moeten nemen, die constant in de stress werd gejaagd door zijn zoon, die verkoopdirecteur speelde en die de jonge knul tweede hands auto’s liet poetsen of boodschappen liet doen, broodjes gezond halen en zo.
Spencer was vijf maanden in dienst, de verkoop lag nu bijna stil. Toch hoopte hij dat zijn contract verlengd zou worden. Tegen beter weten in natuurlijk. Zaterdag hield de eigenaar autoshow. Zonder loon of toeslag had hij toegezegd de showroom te willen bemannen.
Hij trok zijn stofjas aan en begon ijverig met het poetsen van een inruiler. Ondertussen was er een mannetje de showroom binnengekomen, die zich eens rustig oriënteerde. Hij had een eenvoudig blauw windjack aan, een Frans petje op en een klemmetje om zijn rechter broekspijp. Zijn oude fiets, zonder kettingkast, had hij tegen een ruit van de showroom geplaatst en hij liep naar een jonge tweedehands auto, waar ze een nieuwe skikoffer op hadden gemonteerd. De auto stond stoerscheef en midden tussen mooie witte stenen en een karton met een skiënde meid erop, alsof hij zelf naar de piste was gereden. Bergman moest zich soms inhouden om die keien niet door de ruiten te smijten, als hij weer eens moedeloos was.
“Ik ben even weg”, riep de niksnut/zoon en baas van Spencer.“Help jij die man even, het zal wel om een folder gaan, niet meer dan één wil je en geen koffie gaan zitten leuten met dat boertje. En zeg dat hij die fiets weghaalt daar tegen mijn showroom”. Zonder antwoord af te wachten liep hij naar buiten en stapte in zijn cabrio.
Spencer concentreerde zich niet langer op de verweerde lak, trok snel zijn stofjas uit en begaf zich naar het mannetje.
“Kan ik u ergens mee van dienst zijn?”, vroeg hij netjes en direct daarop; “Prachtauto vindt u niet, hij is nog jong en zeer scherp geprijsd.” ‘Hm, het is het nét niet, ik mis de kunstsneeuw’, bromde het mannetje, ’maar daar kom ik niet voor, ik wil graag informatie over een ander type. Misschien kunnen we ergens plaatsnemen?’ “Maar natuurlijk meneer”, antwoordde Spencer, “blieft u misschien een kopje koffie?”
Het mannetje wilde alles weten over een compacte middenklasser en besprak uitvoerig eventuele extra’s zoals de blue-tooth uitrusting en een speciale stoel voor mensen die veel rijden; de Scheel autostoel, daar wist Spencer alles van.
Hij moest een uitgebreide kostencalculatie maken en daarna meteen een koopovereenkomst. Hij durfde niet veel korting in te zetten, ondanks het feit dat het mannetje niets in te ruilen had.
Juist liet hij, licht trillend, de man het bedrag op het koopcontract zien, toen zijn naam werd geroepen. De tijd was gevlogen, niksnut/baas was alweer uitgeneukt. ‘Heeft u een ogenblikje?’, vroeg hij ongemakkelijk.
“Is die man hier nu nog, ik zei je toch, geen koffie leuten, er moeten nog drie wagens gepoetst! En die kutfiets staat er ook nog!”
‘Ja maar baas, stel nu toch dat ik die meneer een nieuwe auto verkoop’, ik mocht al offerte maken. Hij noemde niksnut/baas het type en de prijs en…werd vierkant uitgelachen.
“Dat mannetje, voor die prijs? Als je dat lukt krijg je van mij honderd euro bovenop je provisie, ben jij nu verkoper. Stuur hem zo naar mij toe wil je, als hij uitgelachen is, dan maak ik een echte scherpe prijs”.
Toen hij terugliep zag Spencer dat het gezicht van zijn klant vreemd genoeg heel ontspannen stond.
‘De prijs is prima zo,’ sprak het mannetje. ‘Ik doe het’ en hij tekende het verkoopcontract met een gouden vulpen, waarmee hij wel eerst een zinnetje toevoegde, vlak boven zijn handtekening.
‘Wil je wat getalletjes aanpassen nu, die één stuks hier moet eenentwintig zijn, zoveel vertegenwoordigers heb ik in dienst straks en de prijs hier moet je vermenigvuldigen met dat getal. Of nee, doe maar tweeëntwintig, een reserve auto lijkt me best raadzaam’.
Het werd Spencer zwart voor zijn ogen en hij plofte in zijn stoel. ‘M, me, ma, me, ma, maar meneer, k’ku,kut,kunt u dat zomaar doen?’
Het mannetje stelde hem gerust en deed zijn verhaal. Dat hij fleetowner was en een verkooporganisatie ging opstarten, tevens bezorgdienst en dat hij niet voor een dubbeltje op de eerste rang hoefde;
‘Noem het desnoods een levensfilosofie’, zei hij plechtig, hij keek heel even naar boven.
Trillend en trots liet Spencer het contract aan zijn niksnut/baas zien, wiens ogen bijna uit zijn kassen vielen, voordat hij woedend werd; “Waarom heb je me verdomme niet gewaarschuwd, zulke dingen kun jij toch niet”.
Spencers stem sloeg nu over en er knapte iets; ‘Be..Bent u niet blij dan? Ik’kik krijg 22x 100 euro van u, en ik heb u niet gewaarschuwd omdat u altijd heel erg naar sex stinkt en maar heel weinig naar tennissen en u moet nu vlug dit zinnetje eens goed lezen’:
“Wanneer de zeer correcte verkoper die mij heeft geholpen en die genoemd staat in dit contract, zijn premie niet ontvangt of wordt ontslagen, dan zal deze vloot straks nooit voor onderhoud in uw bedrijf worden aangeboden.”
‘Een broodje gezond, baas?’
Het mannetje had zijn fiets gewoon laten staan en stapte in zijn Bentley om de hoek . Hij vroeg aan zijn chauffeur, die het portier voor hem bediende, wie de volgende was.
‘’Een ober meneer, hij is al 36 jaar bij een sterrenrestaurant in dienst en wordt nu in gebreke gesteld wegens fysieke tekortkomingen.
‘En daarna?’
“Die oudere schrijver meneer, die pre-Korsakoff.”
‘O die, Ok Frans, rijden maar, hé, wat is dit toch heerlijk werk om te doen…’
“Ja meneer, heel wat anders dan vroeger meneer, alleen met Kerst en in die ijskoude arrenslee…”

7 reacties
troubadour · 30 mei 2014 op 13:58
Laat ik mezelf eens kietelen. Iemand die mij na probeert te doen.
Maar wel iemand die dat ook kan; Arta.
Spencer · 30 mei 2014 op 16:21
Ik dacht ook aan troubadour, maar die is het dus niet. Scheel maakt goede autostoelen maar hoeveel vrouwen zouden dat weten? Of is dat een vooroordeel?
g.van stipdonk · 30 mei 2014 op 16:45
Dan kies ik toch voor Pierken!
Mien · 30 mei 2014 op 23:05
Deze is geschreven door:
[img]http://sisikman1.files.wordpress.com/2010/05/fs.jpg[/img]
Maar dan zonder Frank er voor.
Nachtzuster · 31 mei 2014 op 12:04
Een moderne Scrooge, heel leuk! Ik stem op troubadour!
Pierken · 31 mei 2014 op 13:22
Het zou flauw zijn om net als Gerard ook op mijzelf te stemmen zodat ik er in ieder geval één goed zou hebben. Dus zeg ik voor de vorm troubadour.
‘Ik’kik krijg 22x 100 euro van u, en ik heb u niet gewaarschuwd omdat u altijd heel erg naar sex stinkt en maar heel weinig naar tennissen’ :yes:
troubadour · 1 juni 2014 op 13:39
Geschreven door Troubadour.